Opinie Syrië-gangers

Terughalen Syrië-gangers kan best verantwoord

Het kabinet weigert star Syrië-gangers en hun ­gezinnen terug te halen. Dat is niet verstandig. 

Een bewaker met IS-vrouwen en -kinderen in het kamp Al-Hol in Syrië. Beeld AFP

Nu IS-strijders ontsnappen uit het Al-Hol-kamp en de Iraakse regering weigert IS-strijders te berechten op onze voorwaarden, moet Nederland zijn knopen tellen. Halsstarrig vasthouden aan het VVD- en CDA-beleid, met het risico op on­gecontroleerde terugkeer en ondergrondse guerrilla-activiteiten, of een ferm beleid neerzetten zonder angst voor de populistische onderbuik.

Kunnen we bij zo’n beleid iets leren van wetenschappelijk onderzoek en van ervaringen elders?

Rond voormalige IS-strijders bestaat een opeenhoping van elkaar versterkende problemen: dienen in een vreemde krijgsmacht, mogelijke oorlogsmisdaden, lichamelijke en psychische problemen, problematische en gewelddadige gezinnen van herkomst, weinig opleiding, werkloosheid, een strafblad, armoede, stress en stigma.

Er zijn honderden studies naar demobilisatie en reïntegratie van oorlogsveteranen, vooral in de VS. Daarnaast bestaan er zo’n twintig studies naar de reïntegratie van voormalige kindsoldaten in landen als Sierra ­Leone, Oeganda, Burundi en Nepal en volwassen ex-soldaten in het Grote Merengebied in Afrika. Ondanks de grote verschillen in onderzoeksopzet, deelnemers en de sociaal-culturele en economische omstandigheden, toont al het onderzoek overeenkomsten die bij de herintegratie van IS-strijders voor Nederland een rol spelen.

Familie

Allereerst is het belangrijk de familie te betrekken bij de terugkeer. Onderzoeker Anton Weenink van de Landelijke Eenheid van de politie publiceerde in april een rapport op basis van ruim driehonderd politiedossiers van Syrië-gangers. Hij vond dat 60 procent van de uitreizigers al vóór hun vertrek te maken had met een scala aan meer of minder ernstige psychosociale problemen en dat de helft probleemgedrag vertoonde. En dat hun radicalisering vooral wortelt in het gevoel te worden aangevallen of onrechtvaardig behandeld. Bij een ander onderzoek bleek de helft van een groep jonge IS-strijders in het Midden-Oosten te kampen met depressie, angst, posttraumatische stress en ­lichamelijke problemen. Familie­leden moeten begrijpen hoe ernstig het is gesteld met de terugkeerders. Het helpt familieleden ook als ze ­weten hoe ze kunnen reageren op emotionele reacties als heftige irritatie, woede of extreem teruggetrokken ­gedrag.

Een gezinsaanpak, al dan niet in combinatie met individuele begeleiding, is vaak minder stigmatiserend in een omgeving waar therapie minder voor de hand ligt dan in een doorsnee-Nederlands gezin. Opvoedingsondersteuning kan de ouders helpen om te gaan met het reguleren van de emoties van hun kinderen. En de opvang van kinderen, en vooral van de kinderen uit de kampen, is van belang om de overdracht te doorbreken van trauma en sociale achterstand van deze op de volgende generatie.

Uitzicht op baan

Het vinden van een opleidings- en scholingsproject dat aansluit bij de belangstelling van de terugkeerder is cruciaal en biedt uitzicht op een baan na het uitzitten van de straf. Opleidingstraject en mogelijkheden op de arbeidsmarkt moeten goed op elkaar worden afgestemd. Dat vraagt enig puzzelwerk, vooral als het traject in gang wordt gezet terwijl de terugkeerder in het gevang zit. Zonder werk of het uitzicht daarop neemt de kans toe dat de voormalige strijder een extreme ideologie blijft aanhangen of terugvalt in geweldsrecidive. Omgang met andere werknemers biedt de mogelijkheid wederzijds wantrouwen te verkleinen en ­elkaars vijandbeeld bij te stellen.

Rituelen en ceremonies hebben in de loop van de geschiedenis en in talloze culturen soldaten geholpen de overgang te maken van de ‘combat mode’ naar de ‘civic mode’ of, anders gezegd, de knop om te draaien van krijger naar burger. In de VS inspireerden reinigingsrituelen onder Native Americans het ontwikkelen van welkomstceremonies voor oorlogsveteranen. Die ceremonies hielpen hen om te gaan met trauma’s, sociaal isolement, vervreemding en eenzaamheid. Bij dat ritueel werden ook ­andere gezinnen betrokken. Hiermee kom ik op een laatste maar belangrijke les die we kunnen trekken uit ervaringen elders: de gemeenschap, de buurt of het dorp moeten bij de herintegratie betrokken worden. Dat is een subtiel en complex proces en misschien wel het moeilijkste deel van de ene naar een andere cultuur te transporteren. Het palaveren onder een grote boom in Afrika of Azië van ex-soldaten en hun mededorpelingen of het verlenen van sociale diensten als genoeg­doening aan de lokale gemeenschap is daar vaak makkelijker te realiseren dan hier. Ik kan me in Nederland een bijeenkomst in de moskee voorstellen waar over verzoening en vergeving wordt gesproken.

Preventie

De verbinding met de gemeenschap kan ook bijdragen aan preventie van gewelddadig extremisme. Een multidisciplinair team waarin de politie, de GGD, het onderwijs, een religieuze instelling en de ggz zijn vertegenwoordigd, helpt daarbij. De buurt kan het team helpen aangeven wat de bewoners belangrijk vinden om extremistisch geweld aan te pakken. Welke signalen een voorbode zijn van ideologisch of ander geweld. En wie het beste actie kan ondernemen. Met deze bouwstenen voor een rationeel terugkeerbeleid moet het mogelijk zijn Nederlanders op verantwoorde wijze terug te halen uit IS-gebied. 

Joop de Jong is emeritus hoogleraar culturele psychiatrie, Amsterdam UMC en Boston University School of Medicine, en was werkzaam in oorlogs- en rampgebieden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden