Column Max Pam

Terug uit het Spaanse kuuroord las ik Rinkeldekink van Martine Bijl in een ruk uit

Het zal de oplettende lezer misschien zijn opgevallen dat ik vorige week op deze plek afwezig was. Dat komt omdat ik mijn jaarlijkse gang had ondernomen naar het Spaanse kuuroord, waar ik mij de hele dag laat masseren, in warme doeken laat wikkelen en waar ik mijn baantjes trek in een zwembad met gezouten water van 28 graden. Ook doe ik gymnastische oefeningen, probeer halters op te tillen en met mijn voeten gewichten weg te duwen. Nieuw is een ­apparaat dat er enigszins uitziet als een draaiend rad, waarin je als een hamster aan je conditie kunt werken.

Het klinkt voor sommigen misschien als een uitje, maar voor mij is een verblijf in zo’n kuuroord noodzaak, want sinds mijn herstel in 2002 van een hersenbloeding wil de linkerkant van mijn ­lichaam de zaken nog weleens ­laten versloffen en ontwikkelt dan de neiging mank te lopen. Als ik niet oppas, word ik als de hoofdpersoon uit Een tikje, het verhaal van Pirandello dat gaat over een man die net in staat is de afstand tussen twee lantaarnpalen af te leggen en die – in vastklampende omhelzing – op weg is naar zijn dokter, waar de gymnastiektoestellen voor hem klaar staan. In ­Pirandello’s tijd stond de fitness­industrie nog in haar kinderschoenen en tot de medische kennis was het evenmin doorgedrongen dat je geen drinkebroer of vrouwen­jager hoeft te zijn om toch te worden getroffen door een tikje in je hoofd.

Wie een keer door een hersenbloeding is getroffen, gaat anders tegen de wereld aankijken, ook al heeft hij (of zij) het geluk het leven zonder tekenen van invaliditeit te kunnen voortzetten. In het vliegtuig terug zaten voor me vier vrouwen naast elkaar met lang haar. Voor de landing begonnen ze alle vier hun haar op te steken in een knotje. Ze deden dat met handen boven hun hoofd die moeiteloos de weg wisten te vinden in een ingewikkeld patroon van insteken, doorhalen en opnemen.

Ze deden het ook allemaal anders. De ene eindigde in een toefje dat aan het eind naar buiten stak, de andere bleek ineens vlechtjes te bezitten, de derde maakte een soort rol in de vorm van een slakkenhuisje en de vierde beperkte zich tot een eenvoudige paardenstaart. Dat ­alles ging gepaard met een vanzelfsprekendheid waardoor het wel leek alsof het aangeboren was en niet aangeleerd. Ik heb er gefascineerd naar zitten kijken en moest denken aan mijn tijd na het tikje toen ik opnieuw moest leren een veter te strikken en hoe moeilijk dat was. Ineens kon ik iets niet, dat ik daarvoor duizenden malen moeiteloos had gedaan.

Terug in Nederland las ik dat Martine Bijl (71) was overleden en dat Dries van Agt op zijn 88ste is getroffen door een hersenbloeding. Vorig jaar schreef Martine Bijl onder de titel Rinkeldekink een boekje over haar ervaringen met de hersenbloeding. Omdat veel mij bekend zou voorkomen, heb ik het toen terzijde gelegd, maar gisteravond heb ik het direct na mijn aankomst in een ruk uitgelezen. Ik weet niet of het destijds in de ­recensies is opgemerkt maar ­Rinkeldekink is inktzwart van toon en inhoud, juist omdat de schrijfster zich overal voor verontschuldigt en tracht haar milde ironie in stand te houden. Maar dat lukt steeds niet echt. Als je goed leest, merk je snel dat God & Hoop volkomen afwezig zijn. Het eindigt in een weergaloze depressie en dat doet je al vermoeden wat onafwendbaar komen gaat.

‘In het bijzijn van de familie’, stond er.

In haar boekje schrijft Martine Bijl dat ze er niet van hield om voor talkshows op te draven en het leek me alleen al daarom tamelijk schaamteloos dat je weer talloze BN’ers zag zitten om haar te herdenken. Blijkbaar kan dat niet anders en ooit is zij zelf bij Willem O. Duys begonnen. Om haar te herdenken, dacht ik aan Carrickfergus, het Ierse lied dat door Van Morrison bekend is geworden. Daarin wordt verteld over een geliefde die ligt begraven onder een marmeren steen, black as ink. Vervolgens laat de zanger weten dat hij alleen nog dronken wil worden, en ziek, en dat nu ook zijn eigen dagen zijn geteld. En dan komen de slot­regels: ‘Come all ye young men and lay me down’. Van Morrison zingt het prachtig, maar als je echt wilt horen hoe dat klinkt als het door twee dronken ouwe mannen wordt gezongen, moet je naar YouTube gaan, waar Richard Harris en Peter O’Toole het vertolken, terwijl ze lam en laveloos naar de uitgang waggelen.

Overigens wens ik Dries van Agt een spoedig herstel toe en flink wat oefeningen aan de rekstok.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden