ColumnKatinka Polderman

Ter compensatie voor mijn sociale falen en onzekerheid over mijzelf zit ik in een commissietje

Ik zat in een commissietje, want ik zeg altijd ja, zeker als iets gratis moet en buitengewoon veel tijd kost. Het is een kwestie van compensatie, een poging mijn sociale falen – een gênant diepgewortelde desinteresse in de meeste mensen, mijn volledige onvermogen sociale contacten te onderhouden en het ontbreken van gevoel voor omgangscodes – en onzekerheid over mijzelf en alles in het algemeen tegenwicht te bieden door de inzet van de handige vergaarbak ‘aardig gevonden worden’.

Het commissietje zou de reünie regelen van de theaterschool waaraan ik studeerde, en ik was niet alleen gevraagd omdat ik altijd ja zeg, maar ook omdat ik in de zes jaar dat ik op de vierjarige opleiding zat alle drie de klassen die ik voltooide twee keer heb doorlopen. Dat kwam vooral doordat ik kampte met een chronisch tekort aan studiepunten voor vakken als dans en beweging. Door dit oponthoud heb ik bij veel mensen in de klas gezeten. Bij gebrek aan een professioneel archief in de eerste jaren van het bestaan van de school zou mijn geheugen moeten functioneren als archief.

We belden, want gezellig met een commissietje koffiedrinken is er niet meer bij in het nieuwe normaal, en bespraken de ontbrekende namen op de lijst die we hadden opgesteld. Hoe heette dat mooie meisje, ze zong eens een liedje uit Jesus Christ Superstar voor de paarden in de wei naast de school, ze liep zo mooi langzaam en zingend op die hengst af, die vals bleek te zijn en steeds harder begon te briesen en toen heeft Aat – ‘Aat, je weet wel, die kwam altijd op de brommer uit Schaijk, Aat, met die blauwe jas!’ – dat paard afgeleid en zo dat meisje gered. En wie was dat toch, die vijf rottende schapenharten had opgehangen in het lokaal, ze had ze speciaal voor de presentatie bij een slager gekocht, en zij liep tussen die druipende stukken vlees een monoloog te doen, iets over een orgelman, het was heel symbolisch.

En hoe heette toch dat meisje in die sportkleding? Die irritante, die altijd zo’n grote bek had, en zo veel ambitie? Die altijd vooraan stond en met een zelfvertrouwen waarbij dat van Ivo Niehe verschrompelt het lokaal binnenschreed, luid etalerend wat ze allemaal zo goed vond aan zichzelf. Ze was uniek en ze zou het gaan maken. ‘Het was iets met een G’, probeerde ik nog, ‘...of een M?’

Niemand kon zich haar naam herinneren, of een anekdote, of een scène. Hoewel ik me vooral mijn irritatie herinnerde, vond ik het droevig voor haar. Want misschien was ze wel net zo onzeker over zichzelf en alles in het algemeen als ik. Wilde ze wel net zo graag aardig gevonden worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden