Commentaar Biodiversiteit

Ten onrechte is de schade aan ecosystemen een ver-van-mijn-bedshow voor de gemiddelde consument

Mondiale verantwoordelijkheid nodig om consumptiepatronen te verduurzamen en zo natuur te redden.

Eduardo S. Brondizio, medevoorzitter van het VN-biodiversiteitspanel Ipbes. Volgens het verslag van het Ipbes dreigen een miljoen planten- en diersoorten uit te sterven als gevolg van de vernieling van de natuur door de mens. Beeld REUTERS

Één miljoen planten- en diersoorten dreigen uit te sterven als gevolg van de vernieling van de natuur door de mens. Hoewel de verwoesting van de biodiversiteit even schadelijk voor de mensheid is als de opwarming van de aarde, lijkt hier een gevoel van urgentie te ontbreken. Voor de gemiddelde consument is de schade aan ecosystemen een ver-van-mijn-bedshow. Ten onrechte, want de schade is een direct gevolg van ons consumptiepatroon, waarvoor een breed verantwoordelijkheidsbesef zou moeten worden gedragen.

Ipbes, het VN-biodiversiteitspanel, gaf maandag bij de presentatie van dit alarmerende rapport concrete aanbevelingen om de destructie te stoppen. Dankzij het klimaatakkoord van Parijs in 2015 heeft de wereld zich gecommitteerd aan het terugdringen van de CO2-uitstoot; een ‘natuurakkoord’ moet volgend jaar in Beijing tot een gelijksoortige brede internationale daadkracht leiden.

Om de biodiversiteit te redden, moet de mensheid overgaan op duurzamere productie- en consumptiepatronen. Door de groei van de wereldbevolking verdwijnt steeds meer bos en grasland voor grootschalige landbouw en worden oceanen leeggevist. Rivieren, moerassen en bodems worden uitgeput en/of vervuild met chemicaliën en natuurlijke beschermwallen worden vernield.

Waar in Europa met merkbaar resultaat tal van milieumaatregelen zijn genomen, zijn arme landen in Azië en Afrika nog lang niet zover. Die landen ervaren echter wel de schade van de westerse consumptiebehoefte. Vervuilende industrie en grootschalige landbouw zijn grotendeels verplaatst naar het zuidelijk halfrond: ‘hun’ bossen worden gekapt voor ‘onze’ palmolie, veevoer en ­biobrandstof en ‘hun’ meren worden leeggepompt voor de bewatering van onze rozen en sperzieboontjes in de supermarkt.

Minder ontwikkelde landen zijn vaak niet in de positie nee te zeggen tegen de roofbouw in hun land, omdat er een schreeuwende behoefte is aan inkomsten en werkgelegenheid. Westerse bedrijven moeten daarom tot grotere verantwoordelijkheid worden gedwongen. Hiervoor is mondiaal beleid nodig en dat kan niet zonder erkenning van de ongelijkheid tussen rijke en arme landen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden