Tekort aan leraren was al lang geleden te voorzien

Het lerarentekort in het voortgezet onderwijs leidt tot taferelen die associaties oproepen met het bedrijfsleven. Docenten in vakken waarbij schaarste heerst (wiskunde, natuurkunde, economie), laten zich door wervende scholen verleiden met <a href=\"http://www.volkskrant.nl/binnenland/article532172.ece/Scholen_kopen_leraren_bij_elkaar_weg\">met extra periodieken en zelfs leaseauto’s.


Dit is een ongewenste ontwikkeling. Natuurlijk staat het iedere leraar vrij zijn positie te verbeteren, maar het onderwijs dient in maar zeer beperkte mate een markt te zijn. De overheid heeft tot taak van stad tot platteland onderwijsvoorzieningen van voldoende niveau te bieden.

Ongebreidelde concurrentie tussen scholen tast het niveau van de voorzieningen in kwetsbare gebieden aan. Met name scholen in de achterstandswijken van de grote steden of in regionale gebieden kunnen de dupe worden, en daarmee de leerlingen die deze scholen bezoeken. Als leraren daar wegtrekken omdat zij elders in ‘een auto van de zaak’ kunnen rijden, is dat de bijl aan de wortels van het onderwijsbestel. Het omgekeerde zou moeten gebeuren: leraren die werken op scholen waar veel problemen samenkomen, zouden beter betaald moeten worden.

Het pijnlijke van het lerarentekort is, dat het al jaren geleden werd voorzien. De leeftijdsgroep die nu het onderwijs verlaat, is zwaar oververtegenwoordigd. Het gaat dus om een structureel probleem, waarvoor allerlei maatregelen hadden kunnen worden genomen.

Arbeidstijdverkorting leek zo’n optie. Maar die brengt met name in het basisonderwijs grote roosterproblemen met zich mee. Het arbeidsvoorwaardenbeleid had gericht moeten worden op het aantrekkelijk maken van een langere werkweek. Hetzelfde geldt voor het op latere leeftijd blijven doorwerken. Het onderwijs leent zich in principe uitstekend voor experimenten met werken na de pensioengerechtigde leeftijd.

Het belangrijkste is natuurlijk dat een carrière in het onderwijs aantrekkelijk moet zijn voor nieuwe generaties docenten. De lerarenopleidingen voldoen wat dit betreft onvoldoende. De kwaliteit van de opleidingen is onder de maat. Van degenen die de opleidingen afronden, kiest ongeveer de helft direct of na enkele jaren voor een baan buiten het onderwijs.

Naast het opkrikken van de opleidingen is het van belang dat leraren een loopbaanperspectief wordt geboden. Er moeten mogelijkheden worden geschapen voor jongeren – ook al hebben ze nog niet de juiste papieren – om als assistent te ‘ruiken’ aan het vak van leerkracht. Via deeltijdopleidingen moeten beginnende, maar ook ervaren leraren de mogelijkheid hebben zich verder te bekwamen. Differentiatie in de functie – van assistent, via junior- tot seniordocent en lerarenopleider – met bijbehorende loonschalen, kan een eerste stap zijn voor een carrièreperspectief, zoals dat ook in het wetenschappelijk onderwijs gangbaar is.

Minister Plasterk heeft aangekondigd de lerarensalarissen te verhogen. Dat is een zinnige maatregel. Maar het zal nog even duren voordat die gelden beschikbaar komen. Tot die tijd is het beter als scholen andere, creatievere oplossingen zoeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.