Opinie

Teken het handelsverdrag tussen EU en Canada nu nog niet

Het parlement moet pas op de plaats maken met het ratificeren van het handelsverdrag tussen de EU en Canada (CETA).

Werknemers bij het hoofdkantoor van Achmea, de grootste verzekeraar van Nederland. Beeld anp
Werknemers bij het hoofdkantoor van Achmea, de grootste verzekeraar van Nederland.Beeld anp

Afgelopen week bepaalde het Hof van Justitie in een geschil tussen Achmea en Slowakije dat een arbitragebeding in het investeringsverdrag tussen Nederland en Slowakije in strijd is met het EU-recht. Als gevolg van deze uitspraak van de hoogste Europese rechter kan Achmea geen aanspraak meer maken op schadevergoeding als gevolg van het terugdraaien door het nieuwe regime van een politiek besluit om te investeren.

Een vrijwel identieke vraag ligt op dit moment voor bij het Hof van Justitie ten aanzien van het zogenaamde 'Investment Court System' (ICS) in CETA. Het doorzetten van ratificatie door het Nederlandse parlement voordat het Hof zich hierover heeft kunnen uitspreken is in strijd met het beginsel van loyale samenwerking zoals dat is verankerd in de EU-verdragen.

null Beeld Foto Gilissen
Beeld Foto Gilissen

Christina Eckes is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam.

In Advies 1/17 heeft België aan het Hof van Justitie de vraag voorgelegd of het Investment Court System in CETA in strijd met het EU-recht is. Alleen de Walen en Slovenië hebben tot nu toe expliciet aangegeven op de uitspraak van het Hof te wachten, voordat zij mogelijk tot ratificatie van het verdrag met Canada zullen overgaan. Andere landen, inclusief Nederland, hebben tot nu toe gesteld geen negatief antwoord van het Hof te verwachten en daarom geen reden te zien de ratificatie van het verdrag op te schorten. Gezien de recente uitspraak van het Hof in de Achmea-zaak moet deze beslissing worden heroverwogen.

Het belang van het advies is groot. Mocht het verdrag geratificeerd worden voordat het Hof zich hierover heeft kunnen uitspreken dan kan de situatie ontstaan dat de EU en Nederland verplichtingen jegens andere landen aangaat die tegen de Europese verdragen ingaan. De afgelopen jaren hebben tal van academici en maatschappelijke organisaties om die reden opgeroepen om de vraag over de mogelijke strijdigheid van ICS in CETA aan het Hof voor te leggen. Ook de Duitse vakvereniging voor rechters bijvoorbeeld heeft hiertoe opgeroepen, omdat zij grote juridische problemen voorzien met het ICS in CETA.

Het voorleggen van een dergelijke adviesvraag aan het Hof door België schort het recht van de EU-lidstaten om door te gaan met ratificeren niet automatisch op. Dat betekent echter niet dat het in alle gevallen rechtmatig is om met ratificatie door te gaan. Wanneer een lidstaat op een goed moment mag verwachten dat het aangaan van afspraken met andere landen buiten de EU in strijd is met het EU-recht, dan handelt zij in strijd met het beginsel van loyale samenwerking, een van de fundamenten van Europees buitenlands beleid. Precies zo'n situatie doet zich nu voor.

Waarom moet juist nu, na Achmea, Nederland pas op de plaats maken? Er bestaan zeker verschillen tussen het investeringsverdrag waar het Hof zich in Achmea over uitsprak en de bepalingen uit CETA. Echter, argumenten dat de uitspraak in Achmea geen relevantie zou hebben voor CETA overtuigen niet. In de Achmea-zaak keerde het Hof zich tegen arbitragetribunalen omdat zij zich aan de Europese rechtsorde onttrekken. Dergelijke tribunalen perken de bevoegdheden van de nationale en Europese rechter in en opereren bovendien ook volledig buiten de nationale en Europese rechtsorde. Dit is een bedreiging voor het Europese rechtssysteem, en daardoor onrechtmatig, aldus het Hof in Achmea.

Dit is nu precies waarover de vraag gaat die nu bij het Hof ligt in het CETA-Advies. En ook in CETA beperkt het ICS de bevoegdheden van de nationale en Europese rechter en ook hier opereren zij volledig buiten de nationale en Europese rechtsorde. De problemen voor ICS in CETA zijn alleen mogelijk nog veel groter, omdat het hier om een tribunaal gaat dat niet slechts twee lidstaten bindt, maar 28, én de Europese instellingen.

Het Advies over CETA van het Hof laat zeker nog een aantal maanden tot een jaar op zich wachten. In afwachting van de ratificatie wordt het grootste gedeelte van CETA echter voorlopig toegepast. Er is dus geen haast bij de ratificatie van het meest controversiële aspect van dit akkoord. Door nu te ratificeren zonder het advies af te wachten zou het parlement afbreuk doen aan de eenheid van de EU en het belangrijke principe van loyale samenwerking. Een positie die men beter kan vermijden.

Christina Eckes is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden