Column Sheila Sitalsing

Tegenwoordig heeft iederéén een China-strategie

Vroeger, een jaar of vijfentwintig geleden, toen China nog ‘in opkomst’ was, zoals dat heette, en voornamelijk diende als kolossale fabriek die spotgoedkoop meuk voor de hele wereld maakte, spraken ondernemers hier verlekkerd over ‘de zakelijke kansen’ daar. Gretig rekenden ze voor wat het zou opleveren ‘als nul komma één procent van die meer dan een miljard Chineesjes mijn spulletjes afneemt’. In de ogen glinsterde de hebzucht, sjonge, dát zou binnenlopen worden.

Tegenwoordig, als iemand zegt dat ‘we ons teweer moeten stellen tegen China’ – en het is zeer in de mode om dat te zeggen nu China het gat dat na de koude oorlog in de Derde Wereld is gevallen heeft opgevuld door massaal ontwikkelingslanden in zijn kamp te sleuren – sturen ondernemers meteen een persbericht waarin ze ‘nou en of!’ schrijven, want China is groot en zij zijn klein en dat is niet eerlijk. Chinezen mogen hier zomaar de markt betreden, terwijl onze fiere MKB-bedrijven daar worden belemmerd, liet Ondernemend Nederland, een belangenclub van kleinere bedrijven, onlangs weten.

Vroeger kon je bij de vele schoenenzaken in Florence Chinezen zien rondlopen met grote fototoestellen. Ze glipten de winkels binnen en fotografeerden snel de mooiste schoenen, kort daarna lag de goedkope Chinese namaak van je dure Florentijnse schoenen ergens in een marktkraam. De China-strategie van de schoenenzaken bestond uit driftig handenwapperen en woedend ‘ksjt’ roepen tegen elke Chinees met een fototoestel.

Tegenwoordig, nu China de bovenliggende partij is in de wedloop om de slimste technologie en de best uitgeruste bedrijfsspionnen, heeft iederéén een China-strategie, of wordt eraan gewerkt. Die van het Nederlandse kabinet laat nog steeds op zich wachten; naar verluidt werken er acht (!) ministeries aan, die elkaar voor ‘naïef’ of ‘te soft’ uitmaken, wat doet vrezen dat het onderhandelingen van Brexit-achtige complexiteit betreft.

De VVD bracht er vorige week eentje uit, met bekende VVD-overwegingen: ze doen niet aan eerlijke handel en gelijke markttoegang, ze doen op kolossale schaal aan staatssteun, straks zitten ze met al hun bedrijfsspionnen in onze cruciale data-infrastructuur, maar we verdienen er wel lekker aan dus ze boos maken door kabaal te maken over mensenrechtenschendingen zou ‘inmenging in binnenlandse politiek’ zijn waar we de handen niet aan moeten willen branden. (De partij is er overigens ook in geslaagd om er het woord immigranten in te krijgen, in het kleuterzinnetje: ‘Net als immigranten zich aan onze regels moeten houden, moeten ook buitenlandse bedrijven die in Nederland opereren zich aan onze regels houden.’)

En de Europese Unie werkt aan een China-strategie. Een schier onmogelijke taak nu landen als Griekenland en (aspirant-lid) Macedonië zich in de armen van China hebben geworpen, terwijl ook landen als Duitsland en Frankrijk (en Nederland) allerhande Chinese investeringen hebben toegelaten. Dinsdag, op de EU-Chinatop zal er vermoedelijk niet veel méér duidelijk worden.

Het is in deze kakofonie moeilijk om uit elkaar te houden waar ordinaire marktprotectie overgaat in terechte zorgen over veiligheid en geopolitiek, en waar China-alarmisme overgaat in terechte zorgen over het beschermen van fundamentele waarden als de rechtsstaat en bescherming van minderheden – want China oefent nu al politieke invloed uit op regeringen van armere landen die op Chinees geld drijven. Dat laatste is de grootste bedreiging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.