Column Ariejan Korteweg

Tegen Rutte is geen kruid gewassen: hij heeft zowel het Binnenhof, als Brussel aan zijn voeten

Bijna acht jaar na zijn aantreden, en op de dag dat de Tweede Kamer met zomerreces gaat, mag het misschien nog wel eens gezegd worden: Mark Rutte is echt een voortreffelijke premier.

Zo’n goede premier kom je zelden tegen,  vriend en vijand zijn het daar over eens. Heerlijk om stevig met hem te debatteren en dan na afloop toch weer even te lachen, arm op de elleboog, hand op de schouder – pittig, en nu samen verder. Zo doen we dat in de Nederlandse politiek: sla de voordeur pas dicht als je weet dat de achterdeur op een kier staat.

Hij leeft als een politieke monnik; ook dat conform de Nederlandse traditie. Trump zou z’n ogen niet geloven als Rutte hem thuis ontving. Niet alleen dweilt hij z’n eigen koffieplasje op, hij veinst ook grote verbazing als ze dat elders op de wereld vreemd blijken te vinden.

Geleidelijk heeft het Binnenhof zich er bij neergelegd: tegen Rutte is geen kruid gewassen. Als verlamd staan we om hem heen. Te lachen om observaties in de trant van: ‘Globalisering is een fopspeen waar iedereen op zuigt en je weet niet wat voor smaak er uit komt.’ Dankbaar voor elk moment dat hij zich in de plenaire zaal vertoont. Zoals Pechtold het onlangs verwoordde: ‘Heel fijn met u te kunnen discussiëren over Europa. Een debat op niveau, zouden we vaker moeten doen.’

Na dat debatje stond treitervlogger Ismail Ilgun de premier op te wachten, in de hoop ook een complimentje te krijgen, omdat hij zo’n oppassende jongen was geworden. Mooi niet, Rutte moest niks van zijn verrichtingen hebben. ‘Ik zal er misschien met een half oog eens zijdelings naar kijken.’

Met Ismail Ilgun: geen complimenten Beeld ANP

Voor iedereen de juiste woorden, overal de juiste toon. Dat zag je bij de presentatie van het boek van de journalisten Max van Weezel en Wilma Borgman over het kabinet Rutte II, een paar weken geleden in Nieuwspoort. Rutte kreeg de lachers op zijn hand door te vertellen over hoe hij Asscher leerde actief te luisteren: veel ja knikken als Pechtold aan het woord is. Door over die malle Henk Kamp te beginnen, die zich tijdens de ministerraad met alles en iedereen bemoeide, maar uit zijn slof schoot toen Koenders een keer hetzelfde deed. Ook legde hij de principes van de polderpolitiek nog eens uit: ‘Of het nou mooi of lelijk is, vind ik niet zo interessant. De vraag is of het werkt. Het land moet bestuurd worden.’

Na acht jaar Rutte is het Binnenhof veranderd in de directiekamer van een handelshuis in grijstinten. Oppositie is een fictie, ideologische verschillen bestaan hoogstens nog uit gradaties van halsstarrigheid. Dan is het mogelijk in het bestek van een zomer te draaien van Europees scepticus naar huifkarrenpionier. ‘I like to compare it to the wagon trains in those John Wayne Westerns that I watched as a boy’, zei Rutte over de EU. De man die aan het Binnenhof de dienst uitmaakt, heeft ook Brussel aan zijn voeten gekregen. Juncker salueert voor hem, Merkel spreekt van een ‘tiefe Freundschaft’.

John Wayne: haal de huifkarren. Beeld AP

Mocht hij al gebreken hebben, dan zijn die van het onzelfzuchtige soort: de neiging gebreken van zijn getrouwen met de mantel der liefde te bedekken en hen tot ver voorbij hun houdbaarheid in bescherming te nemen.

Ik ken zijn vluchtheuveltjes, zei een oppositieleider laatst, na weer een debat over de dividendbelasting. Eerst: ik kan daar niks over zeggen vanwege artikel 67. Dan: u mag daar niks over zeggen vanwege het landsbelang. Vervolgens: hier moet ik u toch wijzen op de internationale context, die mij wellicht wat scherper voor ogen staat. Helpt dat nog niet, dan begint hij – zoals Jesse Klaver overkwam – over een eikeltjespyjama of een dikke BMW.

In de Kamer: vluchtheuvels Beeld ANP

Die vluchtheuvels blijken niet te demonteren. Ze zijn opgetrokken uit dossierkennis, welsprekendheid en monomanie. De precisie van Asscher, de ironie van Buma, de gespeelde nonchalance van Dijkhoff, de woede van Wilders, de ambities van Klaver, het Latijn van Baudet – alles ketst er op af zonder sporen achter te laten.

Over 71 dagen is hij Kok voorbij, over 186 dagen Balkenende. Dan volgt Drees en over 4 jaar en 28 dagen zit hij langer dan Lubbers. Om hem heen komt alles tot stilstand. Noteer maar vast: zomer 2022, premier Rutte beraadt zich op zijn toekomst; Binnenhof totaal van slag.

Tot die tijd zijn we gedoemd te leven in Ruttonië. Links lacht met rechts, oppositie met coalitie en iedereen lacht met de premier. Als het dan eindelijk stil wordt, staat hij op en roept: koffietijd! Zo vliegt de tijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.