Technologie maakt eed voor ontwerpers urgent

Design Nieuwe technieken scheppen dilemma's die noodzaken tot een ethische code voor ontwerpers.

Liberator: een pistool dat met een 3D-printer kan worden gemaakt.

De ontwerper staat in zijn beroepspraktijk voor keuzes die ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor de samenleving.

De verspilling van energie en grondstoffen. De inzet van kinderarbeid in het productieproces. De integriteit, vrijheid en privacy van het individu. Of om het concreet te maken: Is het plastic waarvan dit keukenapparaat wordt gemaakt schadelijk? Is deze theaterposter niet opruiend? Maakt deze app misbruik van gevoelige persoonsgegevens mogelijk? Voortdurend moet de ontwerper een morele afweging maken. Vreemd dus dat er geen gedragscode is voor ontwerpers.

Artsen leggen al meer dan tweeduizend jaar aan het begin van hun loopbaan de eed van Hippocraties af, waarmee ze beloven zich naar eer en geweten te zullen inzetten voor de belangen van hun patiënten en de medische wetenschap. Ook politici leggen een eed van trouw aan volk en vaderland af. En dan zijn er nog advocaten, militairen en diverse ambtenaren die een gelofte afleggen. Zelfs bankiers hebben in Nederland - als eerste land ter wereld - een eigen eed. Net als bij deze disciplines met een maatschappelijke impact zou er ook een eed moeten zijn voor ontwerpers.

Toekomstmuziek

De noodzaak van zo'n ethische code wordt steeds urgenter. Nieuwe productietechnieken bieden nieuwe kansen maar ook nieuwe dilemma's. Zo ontwierp de Amerikaanse activist Cody Wilson een pistool dat kan worden vervaardigd met elke huis-tuin-en-keuken 3D-printer; de digitale printinstructies zijn met één muisklik te downloaden. Dankzij genetische manipulatie en biotechnologie zijn producten gebaseerd op levende organismen geen toekomstmuziek meer - de eerste lamp van levende, lichtgevende cellen bestaat al. Van een ontwerper mag worden verwacht dat hij bij het bedenken van deze producten vaart op een moreel kompas.

Tegelijkertijd takelt het beeld van design in de publieke opinie juist af. Een rondgang langs de vele designbeurzen - er is er tegenwoordig elke maand wel eentje in Milaan, Eindhoven of gewoon in Zaandam (Design District, 3-5 juni) - herinnert aan de uitspraak uit 1971 van socioloog Viktor Papanek dat design een lokmiddel is om 'spullen te kopen die mensen niet nodig hebben, met geld dat ze niet hebben, om indruk te maken op anderen die dat niet interesseert'. De ontwerper is een wereldvreemde kunstenaar die zijn artistieke autonomie laat prevaleren boven het algemeen belang, zo lijkt het.

Herstel van vertrouwen

Een gebouw met een gevel van 24 karaats goud dat architectenbureau OMA van Rem Koolhaas deze maand realiseerde voor modehuis Prada - het is de zoveelste smet op het geëngageerde blazoen van de ontwerper. Nog even en hij staat in het rijtje met durfkapitalisten en zeepreclamemakers. Het uitspreken van een beroepscode kan bijdragen aan het herstel van vertrouwen in design als een discipline met een maatschappelijk nut.

Natuurlijk kan niet van elke ontwerper worden verwacht dat hij zich buigt over de hongersnood in Soedan, de vluchtelingenstroom op de Middellandse Zee of kinderarbeid in Brazilië. Te vaak verzanden pogingen daartoe in onhaalbare prototype of zinloze luchtfietserij. Bescheidenheid is ook voor ontwerpers een deugd. Daarbij heeft de wereld, in elk geval de westerse, nu eenmaal ook behoefte aan alledaagse gebruiksvoorwerpen. Dat hoeven niet altijd wereldverbeterende producten te zijn. Zoals de Britse dichter John Keats al in 1818 zei: 'A thing of beauty is a joy forever' - en dat alleen kan al genoeg zijn.

Design vormt onze wereld, letterlijk en figuurlijk - van de gebouwen waarin vluchtelingen wonen en de mode die we dragen tot onze smartphones en de software voor het delen van auto's. Bij die invloedrijke rol hoort een morele code. We mogen van design verwachten dat het de wereld beter maakt, al is het maar een héél klein beetje. Aan die verantwoordelijkheid mag de ontwerper zich niet onttrekken. Het afleggen van een eed hoort daarbij.

Op 22 mei presenteert Jeroen Junte een Eed voor Ontwerpers op de tweedaagse conferentie What Design Can Do in de Stadsschouwburg in Amsterdam.

Jeroen Junte Beeld stock
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.