Sylvia Witteman was naar de expositie High Society en raakte gefascineerd door een marchesa met een windhond

'Echt rotbeesten, windhonden'

Het was maandagochtend en nog stil bij de tentoonstelling High Society in het Rijks­museum. Er hangen portretten van rijke, beroemde mensen uit de afgelopen vier eeuwen, in hun mooiste kleren, opvallend vaak met een hond. Eén 16de-eeuwse hertog had zelfs een leeuw aan zijn voeten liggen, die hem blijkens het bijschrift ‘overal had vergezeld’ maar lachwekkend onbeholpen was geschilderd, als door iemand die het verschijnsel ‘leeuw’ alleen kende van horen zeggen.

Er hing ook een jonge, 19de-eeuwse arts die sprekend op Thierry Baudet leek, in een rode kamerjas. Hij was niet alleen ‘een onverbeterlijk rokkenjager’, stond erbij, maar ook ‘de grondlegger van de moderne Franse gynaecologie’; die had van zijn hobby zijn beroep gemaakt, net als Baudet, maar dan anders.

Eén schilderij fascineerde me bijzonder: de marchesa Luisa Casati, in de vroege 20ste eeuw geportretteerd door Giovanni Boldini. Een opvallend lange, magere vrouw in het zwart, geschilderd in een nerveuze, tikje ordinaire stijl die je als ‘zwiepend impressionisme’ zou kunnen omschrijven, kijkt je van onder een gigantische zwarte hoed spottend aan met grote, zwarte ogen in een lijkbleek gezicht. Aan een riem in haar ijzig witte hand houdt ze een zwarte windhond die ongeduldig staat te wachten totdat het schilderij eindelijk klaar is.

Het was me er eentje, die marchesa, zag ik op Google. Ze woonde in Parijs, Venetië en Londen, was bevriend met types als Picasso en Man Ray, leefde van gin en opium, bezat een tamme boa constrictor en een stel cheetahs met diamanten halsbanden, en ging geregeld de straat op in een bontjas met niks eronder. Ik keek lang naar haar portret.

Ik was alleen in de zaal, maar nu kwam er een nog een vrouw binnen. Ze was een jaar of 60, klein, in een door het leven getekend spijkerjasje, en droeg het grijzende piekhaar in een paardenstaart. Ze stelde zich naast me op voor het schilderij. ‘Jezus, een windhond’, zei ze hardop, met schorre stem. ‘Mijn ex had een windhond. Dat beest was al net zo’n stuk chagrijn als hijzelf. Echt een kapsoneshond. Hij had ook van dat lange haar, dat moest de hele tijd gekamd worden. En hij moest speciaal, duur voer hebben. En toen ging-ie dood en toen wou mijn ex een nieuwe windhond. En ik zeg: neem dan een gewóne, gezellige hond, maar nee, hij moest en hij zou weer een windhond. Snap je dat nou?’

‘Nee’, zei ik.

‘Echt rotbeesten, windhonden’, besloot ze en liep de zaal weer uit, zonder de marchesa, de ­hitsige dokter of de onbeholpen leeuw een blik waardig te keuren.

Nou ja, misschien had ze een jaarkaart. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.