Column Sylvia Witteman

Sylvia Witteman verstopte zich zo diep mogelijk in de coulissen tijdens haar afscheidsmusical in groep 8

Steeds vaker nemen basisscholen afscheid van groep 8 met een klassikaal gemaakte speelfilm in plaats van de geijkte musical, las ik in de krant. Dat heeft onmiskenbaar voordelen: als er kinderen huilen, braken of flauwvallen tijdens de opnames kan het gewoon nog eens over. Het resultaat blijft bovendien voor de eeuwigheid bewaard.

Ik dacht terug aan mijn eigen schoolmusical. Groep 8 heette toen ‘de zesde klas’, en de musical heette ‘Het vreemde songfestival’. Al is het ruim 40 jaar geleden dat ik ze voor het laatst heb gehoord, ik ken die liedjes nog steeds uit mijn hoofd; muziek is een wonderbaarlijk hulpstuk voor het geheugen. ‘Iedereen krijgt een rol’ had de meester ons verzekerd, maar dat was natuurlijk niet waar: er waren maar een stuk of 10 echte rollen, en de rest van de kinderen speelde gewoon ‘de bevolking van het stadje’, dat overigens ‘Kluitje aan het riet’ heette of iets dergelijks. Lolligheid was sowieso troef in dat olijke stadje. De slager heette Baklap, de bakker Kletskop, het enige vrouwelijke jurylid – uitsluitend tot die functie toegelaten omdat ze de ‘rustigste’ was van het stel kibbelende vrouwen –Mevrouw Tuttebol.

Ik kreeg geen rol. Dat was maar goed ook, want zelfs als ‘bevolking van het stadje’ op een podium staan bracht mij al gevaarlijk dicht bij braken, flauwvallen en huilen van angst. Wat benijdde ik de kinderen die het wél durfden! Zoals Sandra, in het dagelijks leven een wat kazig wichtje met kaaklang, vuilblond spaghetti-haar, en de permanente slappe lach uit een steevast wat openhangende, natte mond; op het podium veranderde ze hoogst overtuigend in het flamboyante zigeunermeisje Annoesjka. Ik hoor het haar nog zingen: ‘Ja, Annoesja uit de poesta/heeft nog echt zigeunerbloed/Ja, Annoesjka danst zo woest ja/dat je er van dansen moet/Hoelasj, een stap opzij en terug/Goelasj, wat gaat die dans toch vlug!’

Ook Freek, in het dagelijks leven zoon van de drogist, met een overbeet waar Freddy Mercury nog diverse puntjes aan had kunnen zuigen, bleek een onvermoed talent in zijn rol van Meneer Bierbruller, net als Ron, met een schorre stem en zonder moeder; hij had in het kindertehuis ruwe gewoontes opgepikt, maar op dat podium zette hij een loepzuivere doedelzakspeler neer. Helden waren het, stuk voor stuk.

Ik wíst niet eens dat ik ongelukkig was. Ik dacht dat het zo hoorde. Zo diep mogelijk in de coulissen, verteerd door verlegenheid, zong ik de refreinen mee. ‘Mensen, mensen, kom uit je harnas/want Annoejska, zij danst de Czardas!’

Zij wél, ja.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.