ColumnSylvia Witteman

Sylvia Witteman over de eerste keer dat ze maandverband gebruikte: ‘Alsof ik plaats had genomen op een gestorven otter’

null Beeld

Maandag 28 mei was officieel de ‘werelddag van de vrouwelijke hygiëne’, een wat tuttig eufemisme voor menstruatie. Er zijn heel wat vrouwen in moeilijke landen die het zonder maandverband of tampons moeten doen, omdat die spullen te duur voor ze zijn, of zelfs niet te koop, of beschamend om aan te schaffen. Ja, dan mogen wij onze handjes fijnknijpen, elke maand weer, dat wij in het frisse Nederland gewoon, roepend vanaf de wc, onze tienerzoons naar de drogist kunnen sturen voor een doos tampons (probeer het eens, dames, kun je lachen!).

Ik dacht terug aan mijn eigen First Blood. Het was 1979, ik zat in de godsdienstles op het Katholieke Mendelcollege te Haarlem, waar de joviale pater M. ( in zwart priesterhemd, compleet met witte vlooienband) ons tussen Leviticus en Deuteronomium door levenswijsheden meegaf als ‘Kinderen, maak jullie geen zorgen. Seksualiteit is heus helemaal niet zo erg’, toen ik nattigheid voelde. Mijn gang naar Canossa was er een naar de conciërge, die me zonder plichtplegingen een maandverband overhandigde ter grootte van de Statenbijbel.

De daaropvolgende uren voelde ik me alsof ik plaats had genomen op een gestorven otter. Gelukkig ontdekte ik al gauw de gemakken van de Onmerkbare Bescherming, waarmee ik, blijkens de reclamespots, kon gaan dansen, paardrijden, zwemmen en schateren, liefst in hagelwitte kleren. Dit alles liet ik overigens na. Ik was allang blij dat ik gewóón door het leven kon, zonder die dode otter.

Zo genoot ik decennialang van moderne westerse hygiëne, zonder er verder veel over na te denken. Tot ik onlangs werd gebeld door het dochtertje van goede vrienden, 13 jaar. Zij wilde, tijdens het maandelijks ongemak, gaan zwemmen, en had voor het eerst van haar leven geprobeerd een tampon te gebruiken. Het lukte niet. Haar ouders namen de telefoon niet op. Kon ik even vertellen hoe het moest?

‘Natuurlijk!’, riep ik gevleid. Maar hoe nu verder? Leg dat maar eens uit per telefoon, het is net zoiets als veters strikken: je weet zélf niet eens hoe je het doet. Ik voelde me als zo’n leider van een verkeerstoren, die, badend in het zweet, een vliegtuig aan de grond moet praten waarin de voltallige bemanning bewusteloos is geraakt, op één toevallig meereizend 10-jarig neefje van de piloot na.

‘Nou...’, zei ik, en begon aan een uiteenzetting die ik u zal besparen. ‘Succes!’, riep ik tot slot en wachtte gespannen af. Even later belde ze blij terug. Gelukt. Ze kon gaan zwemmen, dansen, paardrijden en schateren.

Zij wél.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden