Column Sylvia Witteman

Sylvia ging op zoek naar een goede mop, met grijze katoenen frommeltjes

‘Het leven is eigenlijk simpel, maar wij willen het per se ingewikkeld maken’, zei Confucius. Dat hij gelijk had illustreert het volgende. Het rook muf in huis, al weken. Vreemd genoeg vooral op donderdagen. Confucius had zoiets ongetwijfeld  naast zich neer gelegd; mannen storen zich nu eenmaal niet aan mufheid, maar ik wel, dus ik ging op zoek naar de oorzaak.

Donderdag komt altijd de schoonmaakster, bedacht ik. In mijn brein begonnen beelden, tabellen en associaties door elkaar heen te buitelen, net als bij Sherlock. In trance zweefde ik naar het rommelhok, waar de schoonmaakspullen staan. De mop! Het was de stokoude, halfvergane mop! Die stond daar elke week na gedane zaken langzaam op te drogen en die rotlucht te verspreiden!

Ik gooide hem in de vuilcontainer en fietste naar de Blokker voor een nieuwe. Daar had je het gesodemieter al: er hing maar één soort mop, met platte fliebertjes van modern, blauw textiel, terwijl de oude mop een soort grijze katoenen frommels had gedragen. Ik had instinctief meer vertrouwen in de katoenen frommels dan in de blauwe fliebertjes, maar ja, wie ben ik?

Nu kon ik natuurlijk de schoonmaakster even appen welk soort mop ze prefereerde. Simpel genoeg voor Confucius, maar helaas ook een tikje neerbuigend, besloot ik. Zo’n dikke rijke dame die zich te goed voelt om even na te denken over de aanschaf van een schoonmaakattribuut; nee, dit moest ik echt zelf oplossen.

De herinnering aan iets oneindig flauws doemde in mij op: Komt een vrouw bij de Blokker. ‘Ik ben op zoek naar een mop’, zegt ze tegen de verkoper. ‘Ik heb er wel een, maar het is niet zo’n goeie’, antwoordt de verkoper. ‘Geeft niet, doe toch maar’, zegt de vrouw. ‘Oké’, zegt de verkoper. ‘Komt een vrouw bij de Blokker...’

Tóch lachend belandde ik bij de kassa. ‘Is dit de enige mop die jullie hebben? Ik zoek er eigenlijk een met van die grijze katoenen frommeltjes’, zei ik tegen de caissière. ‘Sorry, dit is mijn eerste dag hier’, gaapte ze.

‘Neem toch gewoon die met die blauwe fliebertjes...’, hijgde Confucius in mijn oor. Niks daarvan. Nu dóórpakken. Ik fietste tien minuten door de regen naar een andere huishoudwinkel, en vond daar wel degelijk de begeerde mop met grijze katoenen frommeltjes. ‘Kijk, ik heb een nieuwe’, zei ik een paar dagen later tegen de schoonmaakster, en presenteerde trots mijn omfietsmop. ‘Dank je’, zei ze. En, terwijl Confucius me pesterig tegen mijn schouder stompte: ‘Maar als je er nóg eens een koopt, dan liever zo eentje met platte blauwe fliebertjes.’

Meer over