VAN GIDSLAND TOT HEKKENSLUITERHOE PROGRESSIEF IS NEDERLAND NOG?

Sylvia Borren over het klimaat: ‘Tinbergen huilt in zijn graf’

Vijftig jaar geleden was Nederland een progressief lichtbaken in de wereld. In een korte serie staat de vraag centraal: is dit nog steeds zo? In aflevering 2 Sylvia Borren over het klimaat.

Auckland, 1985. Het vlaggenschip van Greenpeace, de Rainbow Warrior, is tot zinken gebracht.Beeld EPA

Sylvia Borren, oud-­directeur van Oxfam-Novib en Greenpeace, verblijft in Nieuw-Zeeland, waar ze familie en vrienden heeft. Het is er hartje zomer. In Christchurch zag ze op nieuwjaarsdag buiten een oranje gloed boven zich en rook ze de Australische bosbranden. ‘Van het land dat op klimaattoppen dwarsligt’, zegt ze licht cynisch. ‘Je houdt het toch niet voor mogelijk.’

Borren belandde als dochter van een Philips-directeur in haar jeugd in Nieuw-Zeeland. Daar studeerde ze, waarna ze ‘zoals dat een kiwi betaamt’, is gaan reizen. In 1976 keerde ze terug naar Nederland, waar ze zich in decennia manifesteerde als een klassieke, internationale diehard-­activiste, eerst in de vrouwen- en ­homobeweging, later als professional bij Oxfam-Novib (tot 2008) en, na haar 60ste, nog zes jaar als directeur van Greenpeace.

Een halve eeuw geleden liep u als jonge vrouw voorop, de verbeelding aan de macht. We zijn die progressieve geest kwijt.

‘Ik heb net De Gedrevene gelezen, de biografie over Joop den Uyl. Die ­jaren zeventig en tachtig zijn zo belangrijk geweest. We waren leidend in de homo-, vredes-, mensenrechten- en milieubeweging en bij een onderwerp als een redelijke inkomensverdeling, wat erg speelde in de PvdA. Inderdaad, we zijn die rol kwijtgeraakt.’

Hoe was het klimaatbewustzijn in die tijd ontwikkeld?

‘In 1972 had je de Club van Rome, die als eerste alarm sloeg over het klimaat. En klimaat was één van de vier grote onderwerpen van Den Uyl. Er werd niet veel bereikt, maar er was wel dat besef dat er iets moest gebeuren. Shell was al snel bezig met wereldwijde campagnes om twijfel te zaaien, terwijl ze over alle feiten beschikten. Ze hadden een krachtige lobby om te voorkomen dat de overheid maatregelen nam.

Zelf stuit ik continu weer op de econoom en natuurkundige Jan Tinbergen. Lang gold als norm voor ontwikkelingswerk 0,7 procent van het bruto nationaal product. Maar hij bepleitte in die vroege jaren negentig 2 procent, om de armoede in de wereld en de klimaatverandering in samenhang tegen te gaan. Veel denklijnen komen van hem.’

In de jaren ’70 en ’80 bloeit Greenpeace op. Hun activisme kreeg applaus.

‘Ja. Het ging over nucleaire testen, de walvisvaart en de zeehondenjacht. In 1985 werd in de haven van Auckland de Rainbow Warrior gebombardeerd door de Franse geheime dienst, om te voorkomen dat ze weer zouden protesteren bij Moraroa. Er sneuvelde een Nederlands-Portugese fotograaf. Die actie maakte ons echt groot. Alleen al in Nederland hadden we ruim 800 duizend tientjesleden.’

Deed Nederland ertoe in de discussie over aarde en klimaat?

‘Ja, dan denk ik met name aan drie internationale ­momenten: de klimaattop in Rio de Janeiro in 1992, de tweede in 2012, en daar tussenin die in Kyoto, in 1997. Daar was Jan Pronk hoofdrolspeler in het tot stand brengen van ‘de deal’. Nederland stond bekend om het polderen, het vinden van pragmatische, politieke oplossingen en kon zodoende bij veel vraagstukken net een zetje extra geven.

Overigens, terwijl Pronk bezig was om Amerika en China achter de Kyoto-doelstellingen te krijgen, was het maatschappelijk middenveld in Nederland helemaal niet tevreden met wat hij bereikte, omdat die maatregelen als onvoldoende werden gezien.’

Het klassieke activisme uit de vorige decennia lijkt te zijn weggeëbd. Ook de rol van Greenpeace is veranderd.

‘Ik denk veel na over strategie: hoe krijg je jouw onderwerp op de agenda? En daarna? In de jaren dat ik Greenpeace-directeur was, tot 2016, zijn we juist omdat de agenderingsfase was gelukt, in mainstream-onderhandelingen over energie- en klimaatbeleid ­terechtgekomen. Ook voor de burger is het nu een ander verhaal. Je kunt niet meer alleen toeschouwer en tientjeslid zijn. Iedere overheid, bedrijf en huishouden maakt deel uit van de oplossing.’

Maakt die nieuwe strategie dat we volgend zijn geworden?

‘In de jaren zeventig was de sfeer – en ­zeker in de PvdA: de politiek moet aan het roer staan. Langzaam is daar het economische neoliberalisme ingeslopen, waarbij veel meer aan de markt werd overgelaten, vanuit het idee dat die onze problemen wel kon oplossen. Denk aan de paarse kabinetten, het afschudden van ideologische veren door Wim Kok, aan de Derde Weg van Tony Blair. Mensen die stonden voor maatschappijverandering werden naar de zijlijn ge­dirigeerd.

Tinbergen was in 1992 in Rio richtinggevend voor het Nederlandse denken. Twintig jaar later had niemand het er nog over en werd die 2 procent afgedaan als achterlijk radicalisme. Dus ook de dominantie van het verkeerde economisch denken raakt aan dit thema.’

Nederland is niet meer initiërend in de internationale klimaatdiscussie. We zijn vooral druk met emissierechten om aan de voorwaarden van Parijs te voldoen.

‘Wij zijn, omdát we er samen uit willen komen, op een laag ambitieniveau beland. Dat polderen is leuk, we zagen het ook weer aan de klimaattafels van Ed Nijpels, maar het leidt tot zachte afspraken, waar geen sancties bij horen. Bij die onderhandelingen is de milieubeweging niet voor niets weggelopen. Vervolgens wordt nota bene door belangrijke delen van het bedrijfsleven achteruit onderhandeld, om maar niet aan die toch al magere afspraken te hoeven voldoen.’

Boeren en activisten willen niet meer polderen. De partijen staan lijnrecht tegenover elkaar in het stikstofdebat. Is dat dan nu een voordeel?

‘We hobbelen veel achteruit en bij milieu en klimaat is dat zichtbaar geworden. Zelfs na het Urgenda-vonnis neemt dit kabinet zijn verantwoordelijkheid niet. Daarom is een nieuwe democratische radicalisering nodig in dit land. Het is fantastisch en tegelijk pijnlijk om te zien dat het nu door jongeren wordt opgepakt. Die vertrouwen mijn generatie niet meer. En terecht, we hebben het niet voor elkaar gekregen. Wij hebben de klimaatproblemen op de agenda gezet, maar we hebben als burgers toegestaan dat onze politiek het grote bedrijfsleven veel te veel macht heeft gegeven. We hebben dus uiteindelijk niet genoeg gedaan. Daarvoor moeten we ons schamen.

En dit gaat over meer dan klimaat. Opiniepeilingen tonen dat een meerderheid van de Nederlandse burgers het eens is over een beter klimaatbeleid, vrouwen-, homo-, kind- en migrantenrechten, fatsoenlijke lonen, en een eerlijke inkomenverdeling en een humaan asielbeleid. Maar de thematische versnippering binnen het maatschappelijke middenveld en het gebrek aan ­politieke samenwerking van progressieve partijen geeft een rechts-liberale minderheid de kans om door te stomen. Tinbergen huilt in zijn graf.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden