ColumnTeun van de Keuken

Supermarkten, stop kinderen rotzooi te verkopen

Het Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL), de brancheorganisatie van supermarkten, is een ongelooflijk labbekakkerige organisatie. Dat blijkt weer eens nu onderzoek van Unicef heeft uitgewezen dat driekwart van de ruim tweeduizend kinderproducten (snoep en ijs zelfs niet meegerekend) niet gezond genoeg zijn.

Ze bevatten te veel suikers, zout en calorieën en te weinig vezels. Van de kinderdrankjes voldoen maar elf van de 148 aan de criteria en van alle veertig onderzochte kindertoetjes niet één.

Helemaal schokkend is dat ook 69 procent van het babyvoedsel niet aan de richtlijnen voor gezonde voeding voldoet. Terwijl goede voeding in de eerste levensfase essentieel is voor een goede gezondheid in de rest van het leven.

Daarom wil Unicef dat supermarkten voortaan alleen nog maar gezonde producten in het babyschap zetten. Dat klinkt logisch, maar de kans daarop lijkt klein. Hier steekt de labbekakkerigheid van het  CBL de kop op: ‘Het is de verantwoordelijkheid van de ouders. Er zijn genoeg gezonde producten in de winkel.’

Hoera, de supermarkten verkopen ook gezonde dingen! Een veelgehoorde verdediging als iemand op een misstand wordt aangesproken: ‘Er gaat ook heel veel goed bij ons bedrijf!’ Dat is als een man die zich schuldig maakt aan huiselijk geweld, die zegt dat hij zijn vrouw ook heel vaak niet slaat. Intussen gaan de supermarkten vrolijk door de ongezonde rommel bij de klanten te pushen door ze op een goede plek in de winkel te leggen en met vrolijke stripfiguurtjes en andere kindermarketing aan te prijzen.

Bij kritiek op producten in de supermarkten, of het er nu gaat om hoe ongezond ze zijn, of om de wijze waarop ze zijn geproduceerd, is het antwoord van het CBL steevast dat zij er niet voor verantwoordelijk zijn. De consument koopt die spullen en had beter moeten weten.

Als we die  redenering extreem doortrekken, dan kunnen we  ook zeggen dat wapenhandelaars geen blaam treft. Het is de klant die ervoor kiest een pistool te kopen. Wat die er vervolgens mee doet, moet hij zelf weten. Misschien  schiet hij er mensen mee overhoop, misschien niet.  Dat is de verantwoordelijkheid van de consument.

Handelaars en supermarkten hebben geen eigen morele verantwoordelijkheid. Ze zijn slechts een intermediair tussen aanbieder A en klant B. Ze krijgen hun percentje en stellen verder geen vragen. De vragen zijn allemaal voor de consument. Dat de supermarkt wel extra zijn best doet om zijn ongezonde rommel aan kinderen verkocht te krijgen, is kennelijk niet belangrijk. Ouders kunnen toch ook gezonde waar kopen?

Vorige week schreef ik al dat bij veel ernstige ziektes leefstijl een belangrijke rol speelt. Als we niet roken, gezond eten en voldoende bewegen, is onze kans op die ziektes een stuk minder.

Maar als je eenmaal de verkeerde gewoontes hebt aangeleerd - zoals op jonge leeftijd te veel suiker, zout en vet te eten - dan is het verdomde moeilijk om er weer vanaf te komen. Daarom is het van essentieel belang dat we van jongs af aan gezond eten. Uiteraard spelen ouders daarin een rol, maar ook het aanbod in de supermarkt moet daarop worden afgestemd. Als die supermarkten dat zelf niet willen, dan moeten ze er maar toe worden gedwongen.

Gelukkig is betutteling sinds de coronatijd geen vies woord meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden