OpinieOpenbaar vervoer

Studenten uit spits weren kent verborgen prijskaartje

Als studenten niet meer in de spits naar college kunnen, zal dat kostbare negatieve gevolgen hebben, betogen Tom van der Meer en Jeroen de Ridder.

Passagiers nemen de Uithoflijn, zoals het project bij de aanleg werd genoemd. De langverwachte sneltram 22 rijdt tussen Utrecht Centraal en het Science Park (De Uithof).Beeld ANP

Het openbaar vervoer ontlasten door studenten uit de spits te houden: het idee speelt al jaren, maar kwam deze week in een stroomversnelling. De vier planbureaus rekenden voor welk effect dat zal hebben op de drukte in het ov, de Denktank Coronacrisis pleitte voor een mix van regulier, digitaal en avondonderwijs, en op NPO Radio 1 stelde SER-voorzitter Mariëtte Hamer dat veel colleges prima online kunnen. De Tweede Kamer onthaalt de ideeën als een aantrekkelijke manier om het ov ook ná de coronacrisis te ontlasten.

Belemmeringen in de infrastructuur worden zo randvoorwaarden voor gedachtevorming over hoger onderwijs. De wijsheid van dit startpunt valt al te betwisten, maar laten we eens proberen mee te denken om zo de echte kosten van dit voorstel inzichtelijk te maken. Kosten die, als we niet oppassen, neer zullen komen bij studenten, staf en onderwijsinstellingen.

Een simpele verschuiving van fysiek naar online-onderwijs haalt de kwaliteit naar beneden. Overdracht van kennis en vaardigheden is via onlinecolleges significant slechter dan via fysieke colleges. Er is minder ruimte voor interactie met de docent en met andere studenten. De drempel om een docent aan te schieten met een vraag of idee gaat omhoog. De afstandelijkheid maakt het voor studenten moeilijker om zich als persoon te ontwikkelen.

Bovendien is afleiding altijd maar één muisklik weg. Het is niet voor niks dat laptops en mobiele telefoons uit moeten blijven in veel collegezalen.

Heb je dan niks aan opgenomen hoorcolleges? Jawel, daar waren we in het hoger onderwijs al ruim voor de crisis mee aan het experimenteren. Opnames zijn vooral nuttig als ze naast fysieke hoorcolleges beschikbaar zijn en niet in plaats daarvan. De ervaring leert dat veel studenten anders opgenomen hoorcolleges net als Netflix behandelen: kort voor het tentamen bingewatchen, met als gevolg achterblijvende onderwijsprestaties.

Natuurlijk hoeft online-onderwijs niet noodzakelijkerwijs van slechtere kwaliteit te zijn. Maar dan moet je investeren in kleinere onlinegroepen die levendige discussie faciliteren, die studenten de ruimte geven zich te ontplooien en die maatwerk bieden aan studenten die dat nodig hebben. Dat betekent meer docenten, meer technische ondersteuning en meer training om aantrekkelijke kennisclips en werkvormen te ontwikkelen. De zoomificatie van de afgelopen maanden heeft duidelijk gemaakt dat goed online lesgeven, presenteren, en tentamineren een kunst apart is.

Pijpenla

Voor studenten dreigt toenemende ongelijkheid. Niet iedereen kan immers even comfortabel thuis studeren. Waar de een beschikt over een ruime, rustige kamer, zit de ander in een pijpenla met hooguit een gemeenschappelijke keukentafel om aan te werken. Dit probleem zou je kunnen oplossen door voldoende betaalbare woonruimte voor studenten te realiseren in de studentensteden en door een adequate studiebeurs te verstrekken aan uitwonende studenten. De afgelopen decennia bewoog de overheid echter juist de andere kant op.

Avondcolleges trekken de werk-privébalans van zowel docenten als studenten verder uit het lood. Voor docenten, die blijkens onderzoeken nu al massaal overwerkt zijn, dreigt een nog verdere toename van de werkdruk. Voor studenten maakt de versnippering van onderwijsmomenten het nog lastiger om een studie te combineren met een bijbaan of andere nevenactiviteiten.

Beroepseer

Dat de omschakeling naar online-onderwijs tijdens de lockdown noodzakelijk was, zullen weinigen betwisten. Het onderwijs werd zo goed en zo kwaad als kon met veel beroepseer en extra inspanningen vormgegeven door docenten én studenten. Maar nu lijken de noodmaatregelen misbruikt te gaan worden als opmaat naar een nieuw normaal. Laten de planbureaus en de SER dan ook eerlijk de kosten hiervan in kaart brengen, zodat ze niet stilzwijgend afgewenteld worden op onderwijsinstellingen, docenten en studenten.

Zonder verdere aanpassingen leidt online-onderwijs tot gevoelig kwaliteitsverlies, oplopende werkdruk en een verstoorde werk-privébalans bij docenten en studenten, met studievertraging, teruglopende studierendementen en burn-outs als gevolg. Behoud van kwaliteit vereist forse investeringen in staf, ondersteuning en training. Betaalbare woonruimte in studentensteden en beurzen voor uitwonende studenten kosten veel geld. Onderwijsruimten met dure apparatuur 30 tot 50 procent van de tijd onbenut laten is ook niet gratis, zeker niet omdat veel onderwijsinstellingen nu al worstelen met capaciteitsproblemen.

We zien de uitkomsten van de doorrekening graag tegemoet, maar wagen ons alvast aan een voorspelling: studenten tijdens de spits uit het openbaar vervoer weren is penny wise, pound foolish. Het zal de lucifer sparen maar de sigaar verkwisten.

Tom van der Meer is hoogleraar politicologie aan de UvA en Jeroen de Ridder is hoofddocent filosofie aan de Vrije Universiteit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden