CommentaarSander van Walsum

Streng gelovigen spreken een taal die steeds minder Nederlanders begrijpen

Seculiere meerderheid meende dat de orthodoxe minderheid wel zou afsterven.

Kerkgangers bij de Mieraskerk in krimpen aan den IJssel. Beeld Arie Kievit
Kerkgangers bij de Mieraskerk in krimpen aan den IJssel.Beeld Arie Kievit

De Stille (of Goede) Week: zo wordt de week vóór Pasen in de kerk genoemd. Maar stil was de editie van 2021 allerminst. Noch voor de politiek, laat staan voor de christelijke kerken (waarvoor Pasen de belangrijkste gebeurtenis is op de liturgische kalender). Enkele kerken met een orthodox-protestantse signatuur namen de coronarichtlijnen niet, of zeer losjes, in acht. De weerspannigheid onder de meest toegewijde kerkgangers is inmiddels een vast onderdeel van het nieuwsrepertoire rondom corona. Dus stonden journalisten ze afgelopen (Palm-) zondag in Urk en Krimpen aan den IJssel op te wachten. Met enkele schermutselingen als gevolg.

Die schermutselingen waren weer de aanleiding voor een aanslag met zwaar vuurwerk bij de Oud-Gereformeerde Mieraskerk in Krimpen. En verhitte debatten over de (on-) wenselijkheid van de begrenzing van de godsdienstvrijheid. Dat debat werd ook nog eens gevoed door een reportage in NRC Handelsblad over een reformatorische school die enkele homoseksuele leerlingen heeft gedwongen tegenover hun ouders ‘uit de kast te komen’. Prompt stond artikel 23 weer ter discussie, het Grondwetsartikel dat bepaalt dat de overheid ook scholen met een levensbeschouwelijke grondslag moet bekostigen.

Het samenleven van orthodox-christelijke en seculiere (of meer vrijzinnige) Nederlanders is altijd met frictie gepaard gegaan. In de zeventiende eeuw werd de Republiek verscheurd door een geloofsstrijd tussen ‘rekkelijken en preciezen’. In de negentiende eeuw maakten orthodoxe protestanten zich met veel misbaar los van de Nederlands Hervormde Kerk – die naar hun opvatting onvoldoende strikt in de leer was. Vijftig jaar geleden trokken journalisten uit alle delen van de wereld naar Staphorst, waar polio slachtoffers had gemaakt onder kinderen die hun ouders niet hadden willen laten vaccineren. In de naoorlogse Nederlandse literatuur vormen afrekeningen met een orthodox-protestants verleden bijna een apart genre.

De felheid waarmee gelovige en niet- (of minder-) gelovigen elkaar bestrijden, lijkt echter te zijn toegenomen. En dat hangt niet alleen samen met corona, dat de héle samenleving belast. Na elk voorval rondom geloofskwesties – zoals twee jaar geleden de Nashvilleverklaring, en nu de kerkgang in coronatijd – lijkt de (uitdijende) seculiere meerderheid enigszins geërgerd tot het besef te komen dat er ook nog orthodoxe protestanten in hun midden zijn.

Tot voor kort verkeerden de niet- en antikerkelijke Nederlanders nog in de gemakzuchtige veronderstelling dat de orthodoxie na verloop van (korte) tijd vanzelf wel zou afsterven, maar die verwachting is niet bewaarheid. Weliswaar wordt slechts 6 procent van de bevolking als orthodox-protestants ingeschaald, maar dit percentage slinkt niet noemenswaardig. En binnen de (vooralsnog krimpende) kerk groeien en verjongen de orthodoxe kerkgenootschappen – getuige de megakerken die in de Bijbelgordel verrijzen.

Deze orthodoxe protestanten wijzen (elementen van) de seculiere samenleving af, en ze spreken een geloofstaal die volkomen vreemd is aan steeds meer Nederlanders die zonder enig contact met de kerk of met de Bijbel zijn opgegroeid. In protestants-christelijke kranten als het Reformatorisch Dagblad en het Nederlands Dagblad beklagen zij zich erover dat de buitenwacht – waarvan journalisten de voorhoede vormen – alleen nota van hen neemt om in negatieve vooroordelen te worden bevestigd.

Een modus vivendi vergt inzet van beide kampen. Daarbij zou de orthodox-protestantse minderheid moeten beseffen dat een leefwijze die voor hen vanzelfsprekend is, niet meer wordt begrepen in een samenleving die in rap tempo ontkerkelijkt is. De seculiere meerderheid zou misschien wat minder selectief moeten zijn in haar belangstelling voor orthodoxe protestanten. In de wetenschap dat ze er zijn, dat ze met velen zijn, en dat ze niet zullen verdwijnen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden