OPINIEBrieven

Straling? Aan 5G kleven veel andere risico’s

De ingezonden lezersbrieven van zaterdag 9 mei.

Een Huawei-ingenieur staat onder een 5G antenne.Beeld Reuters

Brief van de dag: 5G

Over drie weken doet de rechter uitspraak in de zaak die de stichting Stop5GNL heeft aangespannen. Ik kan me voorstellen dat de rechter de stichting in het ongelijk stelt en de invoering van 5G mag doorgaan. Of dat terecht is, weet ik niet. Ik heb geen verstand van straling. Maar 5G brengt wel veel andere risico’s voor de mens en de aarde met zich mee.

Met 5G kan een miljoen apparaten per vierkante kilometer op ­internet worden aangesloten, lees ik op Wikipedia. Als het internet of things over enige tijd echt explodeert, zal er veel nieuwe functionaliteit komen waarvan we nu nog geen weet hebben en waarop we helemaal niet zitten te wachten. Maar die functionaliteit zal ons door Big Tech en slimme marketeers worden opgedrongen en we zullen ons afvragen hoe we ooit zonder konden.

Met 5G gaan we onze samenleving en de economie in een (nog) hogere versnelling zetten. Al die technologie zal ons opjagen, de stress zal toenemen en het aantal mensen dat het niet meer kan bijbenen zal groeien. We zijn in hard tempo bezig onszelf te ontmenselijken. En al die miljoenen internet-of-things-apparaatjes moeten gemaakt gaan worden. We zullen overspoeld worden door niet te bevatten hoeveelheden goedkope elektronica uit China. Voor al die troep zijn kostbare grondstoffen nodig, grondstoffen die nu al zeldzaam zijn en onder onmenselijke en vervuilende omstandigheden worden gewonnen. Ik geloof er niets van dat straks alles 100 procent gerecycled wordt. En alles vreet stroom. Ik dacht dat we groener en duur­zamer wilden worden, maar de ­invoering van 5G gaat daar zeker niet aan bijdragen.

De coronapandemie en de lockdown hebben ons met de neus op de feiten gedrukt: we moeten het anders doen, menselijker, duur­zamer en groener. Nu kunnen we laten zien dat het ons menens is. Haal een streep door 5G.

Gerrit VoortmanWarnsveld

Tassenmuseum

Met smart las ik dat het Tassenmuseum, een supercharmant, creatief particulier museum, gedwongen de deuren moet sluiten. Einde oefening voor maar liefst 32 medewerkers en 55 vrijwilligers. Een bittere pil. Bovendien moet er onderdak worden gezocht voor 4.500 tassen.

Het gekke is, ik dacht ineens aan het bezoekersvriendelijke Louwman ­Museum in Den Haag. Een waanzinnig museum met een even waanzinnige ­collectie oude auto’s. Auto’s en tassen hebben iets gemeen: het zijn ­objecten waarmee iets vervoerd wordt, iets ­geshowd wordt; zijn beide statements van de eigenaar. Of eigenaresse.

Ik zie die combinatie wel zitten. Bovendien trekt Louwman een enorme hoeveelheid extra bezoeksters. Heel seksistisch, ik weet het, maar het valt nou eenmaal niet te ontkennen dat de meerderheid der mannen auto’s spannend vindt, en de meerderheid der vrouwen tassen (en schoenen). Collectie gered, Louwman scoort meervoudig, maar is dat erg?

Ellis van de BiltUtrecht

Ego-seniorisme

Ooit sprak Joop den Uyl de woorden: ‘Dat ik geen oude zak ben geworden, heb ik aan mijn kinderen te danken.’ Wijze woorden van een man die ‘de ­wereld’ zoals die zich ontwikkelde iedere dag via zijn kinderen over de vloer kreeg. Misschien moeten meer senioren die politiek actief willen zijn zich daaraan spiegelen. Zorg dat je – grijs en wijs – midden in de samenleving blijft staan.

Oud zijn is geen verdienste, noch een belang in een van de rijkste en gelukkigste landen van de wereld. Of wil je later de geschiedenisboeken in als de zeurende en zeikende babyboomgeneratie die in een seniorenpartij alleen met zichzelf bezig was? De generatie die het materieel en qua voorzieningen het best had van iedereen, maar die hardnekkig en krampachtig bleef ­vasthouden aan haar eigen belangen en verworven rechten.

Een generatie die niet bereid was zich aan te passen aan een hoger belang: een samenleving voor iedereen. Verbind je aan een gewone partij, in plaats van dat ego-seniorisme. Het houdt je, net als Den Uyl, jong van geest.

Marien van Schijndel, voorzitter PvdA Deventer (67 jaar)

Nieuwe stap

Mondkapjes dragen en anderhalve meter afstand worden het nieuwe normaal (Column Bert Wagendorp, 5 mei). De Duitse socioloog Elias beschreef in zijn theorie over het civilisatieproces hoe normen en waarden met de tijd veranderen. Door schaamte en preutsheid verstopt de mens steeds meer lichaamsfuncties voor de ander. Als we straks in volle treinen, cafés en sportkantines ons gesnotter en gerochel weghouden van de ander, hebben we weer een mooie nieuwe stap gezet in dat proces.

Sander van den BurgWageningen

Mondkapjes

Ik hoop van harte dat het dragen van mondkapjes niet verplicht wordt. Mijn ervaring is dat mensen met een mondkapje op het niet meer nodig vinden om afstand te houden. Heel vervelend. Waar ik in Duitsland – ik woon in het grensgebied – eerst met een prettig, veilig ­gevoel kon winkelen omdat iedereen afstand hield, heb ik ervaren dat dit sinds het verplicht dragen van mondkapjes aanzienlijk is verminderd. Het reinigingsmiddel bij de ingang voor de karretjes is verdwenen. En mensen met mondkapjes op nemen beduidend minder afstand in acht.

Doordat je bovendien hun gezicht nauwelijks ziet, kun je moeilijker inschatten met wie je van doen hebt. En het lijkt erop dat sommige mensen van de toegenomen anonimiteit gebruikmaken om vervelender en agressiever te zijn. Zo gaf ik gisteren in een winkel aan dat ik anderhalve meter afstand wilde houden. Een andere klant vond dat ik maar ‘moeilijk’ deed: zij had toch een mondkapje op? Ik heb liever dat anderhalve meter afstand in acht wordt genomen, zodat ik vrij kan ademen en de gezichten van mensen kan zien.

Ina JacobsNijmegen

Luisteren

Veel weldenkende mensen, onder wie ik, beschouwen veelvuldig vergaderen als een fenomeen dat met name door mensen in bullshit jobs (onzinbanen) gecultiveerd wordt. Kenmerk van die banen is het kunstmatige en overbodige aspect ervan. Dat vereist dat je jezelf anders voordoet dan je bent en vraagt veel Instagramachtige aanpassingen aan je natuurlijke gedrag.

Jammer dat de Volkskrant meegaat in die trend met tips hoe je je anders c.q. ‘beter’ presenteert dan je werkelijk bent. De teneur van dit artikel is een oproep over twee volle pagina’s tot opzitten en pootjes geven.

Zou het niet verstandiger zijn om, als je dan toch moet vergaderen, te luisteren naar wat deelnemers te zeggen hebben? Ook al kijk je in hun neusgaten? Wat is er mis met Rien Poortvliet en Suske en Wiske in de boekenkast? Waarom transformeren tot een ‘smetteloze schoonheid’? Juist persoonlijke ­details kleuren het echte leven.

Persoonlijk kijk ik – als het toch moet – liever naar een ‘warrig weekdier’ met een inspirerend verhaal dan naar weer zo’n superieur uitgelicht pratend hoofd met een standaard peptalk-riedeltje.

Jan EzendamDalfsen

Tering

Er is een infectieziekte die zich vooral op de luchtwegen richt en waaraan ­dagelijks duizenden (en jaarlijks grofweg anderhalf miljoen) mensen overlijden. En nee, het is géén corona, en we noemen het ook geen crisis of humanitaire ramp, want het is niet bij ons, in Nederland. Daar is deze ziekte al lang geleden nagenoeg verdwenen.

Ik heb het over tuberculose, de in­fectieziekte die wereldwijd de meeste doden eist. Zij komt vooral voor in arme landen, en misschien is dat wel de belangrijkste reden waarom wij er niets aan doen, hoewel tbc goed behandelbaar is met antibiotica. Misschien komt het wel doordat er al heel lang mensen aan doodgaan dat deze ziekte bij ons niet hetzelfde gevoel van urgentie oproept als onze coronacrisis, waarover wij dagelijks op de hoogte worden gehouden met statistieken, grafieken en allerlei ingrijpende maatregelen. De dood door tuberculose is niet zozeer een crisis als wel een gewoonte, een doodgewoon onderdeel van een even beschamende als slaapverwekkende ver-van-ons-bedshow waarin honger en armoe de boventoon voeren.

Voor ons rijke westerlingen wordt de waarde van een mensenleven vooral bepaald door de omvang van je economische voetafdruk. Hoe meer je produceert en consumeert, des te hoger de prijs van je leven. En omgekeerd: wie zich in onze ogen onvoldoende nuttig maakt, kan wat ons betreft de tering krijgen.

Zou het niet goed zijn als wij ook eens een paar maanden dagelijks met statistieken en grafieken op de hoogte zouden worden gehouden van het aantal sterfgevallen door tuberculose, als wij er dagelijks mee geconfronteerd zouden worden hoe weinig wij doen aan de bestrijding van deze vermijdbare doodsoorzaak? Dat lijkt mij niet ­alleen een goede oefening in medemenselijkheid, maar ook een goede remedie tegen onze chronische ­hypocrisie wanneer wij spreken over solidariteit.

Robert VernooyAmsterdam

Oplossingen

De vraag welke groepen er applaus of buigingen verdienen blijkt een bron te zijn van veel frustratie en onenigheid. ­Iedereen heeft het op zijn eigen manier lastig en niemand hoort te beslissen wie er het ‘ergst’ aan toe is. Vragen om erkenning voor de eigen of een andere groep blijkt de sociale cohesie niet te ­bevorderen. Misschien is het een goed idee om daarmee te stoppen en de ­gewonnen energie te besteden aan het bedenken van oplossingen.

Anne Marte Gardenier, Eindhoven

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden