ColumnHeleen Mees

Straks zijn we allemaal Italianen

In april wedde ik met Volkskrant-wetenschapsredacteur Maarten Keulemans dat er voor eind september een coronavaccin zou zijn. Die weddenschap heb ik, als we het Russische vaccin niet meetellen, verloren. Maar ik heb de weddenschap slechts nipt verloren, want de tweede week van november kondigden het Amerikaanse farmaciebedrijf Pfizer en het Duitse biotechnologiebedrijf BioNTech al aan dat ze een vaccin hadden ontwikkeld dat ruim 90 procent bescherming bood.

Een week later volgde het Amerikaanse farmaciebedrijf Moderna dat een vaccin met een dekkingsgraad van 94 procent had ontwikkeld en weer een week later meldde het Britse AstraZeneca dat het Oxfordvaccin 70 tot 90 procent bescherming biedt. Niet alleen zijn de vaccins er eerder dan Keulemans in april dacht, ook kan veel sneller dan microbioloog en NRC-columnist Rosanne Hertzberger voor mogelijk hield worden begonnen met de inenting, namelijk deze maand al.

Normaliter duurt het tien à vijftien jaar voordat een nieuw vaccin kan worden geregistreerd. Maar in de VS heeft president Trump miljarden dollars beschikbaar gesteld voor Operation Warp Speed – een publiek-private samenwerking die als doel heeft 300 miljoen vaccins te produceren voor de Amerikaanse markt. En de Europese Unie heeft iets soortgelijks gedaan, maar zonder zo’n flitsende naam – de lidstaten hebben zich samen voor ruim 2 miljard euro verzekerd van 1.385 miljoen vaccindoses. Het geld is door de fabrikanten gebruikt om alvast voldoende productiecapaciteit te creëren.

Niet alleen is de snelheid waarmee de coronavaccins worden uitgerold opmerkelijk, de prominente rol van Europa is dat ook. Terwijl de EU de digitale revolutie helemaal heeft gemist en de Forbes 100 met de honderd grootste bedrijven wereldwijd slechts één Europees bedrijf telt dat jonger is dan 25 jaar, een Belgische bierproducent, zijn de Europeanen verantwoordelijk voor maar liefst twee van de drie vaccins die nu succesvol lijken.

Het is de Chinese methode. In 2015 kondigde de Chinese premier Li Keqiang ‘Made in China 2025’ aan – een strategie met expliciete doelstellingen die ertoe moet leiden dat China in 2025 onafhankelijk is van buitenlandse bedrijven voor de levering van hightech zoals chips, robots en kunstmatige intelligentie. Met financiële steun voor wetenschappelijk onderzoek en staatssteun voor bedrijven in de kernsectoren wordt de technologische ontwikkeling in China aangejaagd.

De snelle ontwikkeling van het coronavaccin laat zien dat Europa, als zij een visie heeft en daarvoor geld vrijmaakt, China nog steeds kan verslaan als het gaat om technologische vernieuwing. Er is nog geen Chinees vaccin dat succesvol fase drie heeft afgerond, hoewel het een ‘erezaak’ is voor de Communistische Partij ook snel met een vaccin te komen. Toegegeven, de Chinezen hebben vertraging opgelopen doordat er in China niet kan worden getest: er zijn bijna geen coronabesmettingen meer.

Crises zijn een katalysator voor de Europese integratie, zo wil het cliché. Veel EU-watchers zien in het coronaherstelfonds, opgericht om de economische schade van de coronacrisis te verlichten, opnieuw de bevestiging daarvan. Maar het coronaherstelfonds gaat nog steeds uit van de concurrentiekracht van de individuele lidstaten en niet van de concurrentiekracht van de 28 lidstaten samen. De lidstaten beconcurreren vooral elkaar.

Dat is verklaarbaar vanuit de ontstaansgeschiedenis van de EU, maar niet langer houdbaar nu een multipolaire internationale orde is ontstaan waarbij China zich in het kader van Made in China 2025 expliciet ten doel heeft gesteld de wereldmarkt te veroveren. Als de EU in de toekomst een rol van betekenis wil houden in de wereld, moet de EU een aantal kernsectoren selecteren waar zij mondiale spelers creëert door geld beschikbaar te stellen voor wetenschappelijk onderzoek en R&D.

Tijdens de Renaissance was Italië het voorbeeld op het gebied van de wetenschap, cultuur en economie. Maar toen de economische macht in de 17de eeuw naar het noorden van Europa verschoof, veranderde ook de beeldvorming over Italië, betogen historici Pepijn Corduwener en Arthur Weststeijn in Het Italiaanse experiment. In plaats van het land van de grote innovaties, werd Italië vanaf de 17e eeuw gezien als het land van de chaos en de natuur, een beeld dat de Italianen vervolgens internaliseerden en naar gingen handelen.

Als de EU er niet in slaagt een mondiale speler te worden in de innovatieve sectoren, zijn we straks allemaal Italianen.

Heleen Mees is econoom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden