Strafrecht faalt in aanpak hate crimes

De slachtoffers van de mishandeling: Jasper Sewratan en Ronnie Vernes. Foto ANP

Binnen de LHBT-gemeenschap is met grote verontwaardiging gereageerd op het vonnis van de rechter in Arnhem tegen de daders van de mishandeling van twee homoseksuele mannen vorig jaar. En inderdaad, voor een ernstige mishandeling zijn werkstraffen tot 160 uur buitengewoon licht. Zeker als de verwondingen in ogenschouw worden genomen. Maar de belangrijkste steen des aanstoots was het feit dat niet bewezen werd geacht dat het hier een hate crime betrof.

Ondanks het feit dat de daders de slachtoffers hebben uitgescholden voor ‘flikkers’ en ‘homo’s’ kon niet worden vastgesteld dat de mishandeling heeft plaatsgevonden vanwege de homoseksualiteit van de slachtoffers. Misschien kon de rechter ook wel niet anders nadat het Openbaar Ministerie geen poging had gedaan dit te bewijzen.

De uitkomst van de rechtszaak is, behalve voor de daders en hun advocaat, uiterst onbevredigend. Een advocaat die de schuldvraag leek om te draaien, een laf Openbaar Ministerie en een te milde rechter mogen daarop worden aangesproken, maar de werkelijke oorzaak ligt bij de politiek.

Vorig jaar liepen politici hand in hand om solidariteit met de slachtoffers te tonen, maar nu de rechtsstaat de slachtoffers in de kou zet, horen we ze niet. En dat is geen incident. Al jaren wordt vanuit de LHBT-gemeenschap gewezen op toenemende onveiligheid, toenemend verbaal en fysiek geweld en afnemende tolerantie. Maar de politiek heeft het niet opgepakt, uit angst dat ze op lastige problemen zouden stuiten.

Hetzelfde verhaal geldt zeer nadrukkelijk voor de Joodse gemeenschap, met name in Amsterdam. Het toenemend openlijke antisemitisme, de (verbale) agressie is ook jarenlang genegeerd.

Nee, het is niet simpel. Maar de zaak in Arnhem toont aan dat het strafrecht nu niet goed is ingericht om hate crimes aan te pakken. Daarin zou een goede eerste stap gezet kunnen worden door op dat punt de bewijslast om te draaien.

Als je iemand uitscheldt voor ‘vuile homo’ en je gebruikt daarna geweld tegen hem, dan mag worden aangenomen dat de homoseksualiteit van het slachtoffer het motief is. Precies zoals in Arnhem vorig jaar het geval leek. Het is dan aan de dader om dat te weerleggen. Toon dan maar aan dat je het anders hebt bedoeld. Toon maar aan dat je iemand hebt uitgescholden voor ‘vuile flikker’ maar dat je hem om een heel andere reden geslagen hebt.

Als je mensen uitscheldt met antisemitische, racistische of homofobe teksten en daarna geweld gebruikt, dan is er sprake van een hate crime. Tenzij je aantoont dat dit niet het geval is.

Op deze wijze neem je slachtoffers serieus en maak je als maatschappij duidelijk dat we in deze tijden leven in een diverse maatschappij, waarin geen plaats is voor racistisch, antisemitisch of homofoob geweld, niet verbaal en niet fysiek.

Jan Nieuwenhuis is voorzitter van Stichting Gay Living.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.