Stoppen met roken is zonder meer een van de allermoeilijkste dingen die ik ooit in mijn leven heb moeten doen

Mijn laatste tijd

In een nieuwe column schrijft Chris Oostdam (62), rechter in Assen, wekelijks op woensdag, over haar leven sinds ze terminaal longkankerpatiënt is.

‘Ik voelde me overspoeld worden door een redeloze, radeloze agressiviteit.’ Foto Nouch

Ik las het interview met Bénédicte Ficq, de advocaat die het opneemt tegen de tabaksindustrie. Inmiddels heeft het Openbaar Ministerie besloten geen vervolging in te stellen. Als jurist snap ik dat. Het gaat immers om legale producten. En zelfs als er gesjoemeld zou worden met de regelgeving die van toepassing is, dan nog maakt dat de producten op zichzelf nog niet illegaal. Volkswagen verkoopt ook nog steeds dieselauto’s. Maar als een van de vele slachtoffers van deze industrie vind ik het toch jammer.

Ik kom uit een echt rokersnest. Mijn vader heeft gerookt tot hij op zijn 73ste stierf. Ook mijn moeder heeft tot haar dood gerookt. Alle drie mijn broers roken of hebben gerookt. Mijn oudste zus rookt nog steeds. Zij kan geweldig fulmineren tegen de bemoeizuchtige antirooklobby die haar haar sigaretje misgunt. Ik heb meerdere vriendinnen die al roken sinds ik ze ken en die niet van plan zijn te stoppen. Hoe lullig ze het ook vinden dat ik ziek ben.

Ook ik ben niet ontsnapt aan de tabaksmaffia. Net als Bénédicte ben ik met roken begonnen rond mijn 14de. Toen ik stopte, in 2001, was ik 45 en had ik in mijn leven 30 jaar wel gerookt en 15 niet. Twee keer zoveel dus. Ik was echt verslaafd. Ik rookte zelfs nog met een keelontsteking, als het vies was en zeer deed. Misschien maar een of twee haaltjes, maar achterwege laten kon ik het niet.

Stoppen met roken is zonder meer een van de aller-, allermoeilijkste dingen die ik ooit in mijn leven heb gedaan. Heb moeten doen. Ronald en ik stopten tegelijkertijd. De eerste dagen waren een hel. We zaten elkaar elke avond met kwaaie koppen aan te kijken en hadden ruzie om niks. Ik voelde me overspoeld worden door een redeloze, radeloze agressiviteit. De derde dag had ik een vergadering in Hoogvliet. Ik werkte toen in het centrum van Rotterdam. Ik ben er op de fiets heen gegaan, vijf kwartier heen en vijf kwartier terug, trappend als een bezetene om mijn demonen eronder te houden. Na drie weken had ik het ergste gehad, maar het heeft zeker een jaar geduurd voordat ik echt het gevoel had van het roken af te zijn. Maar juist omdat ik stoppen zo moeilijk vond, wist ik eigenlijk ook meteen dat ik nooit meer zou roken. Dan zou ik immers weer moeten stoppen en dat wilde ik echt nooit meer meemaken.

Mijn grootste drijfveer om te stoppen was een lelijke rokershoest die steeds erger werd. Ik weet nog dat ik als kind dacht, als ik mijn moeder in de keuken hoorde rochelen: stop dan toch gewoon met roken. Ik wist toen nog niet hoe moeilijk dat was. Klein lichtpuntje: vrijwel meteen als je stopt met roken, verdwijnt de rokershoest.

O ironie: zeventien jaar later is mijn hoest terug, lelijker dan ooit tevoren.

Go, Bénédicte, go get them !

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.