Column Joost Zaat

Stop toch met die omslachtige en peperdure zorgpaspoorten

‘Hoeveel pasjes lever je zo op een dag?’, vraag ik aan de koerier die gewapend met paspoortscanner mijn nieuwe UZI-pas komt leveren. ‘Acht of negen. Niet elke dag hoor. We doen ook andere dingen.’ Na zijn vertrek kijk ik op de website van zijn bedrijf; ze leveren ook wasmachines af.

Die UZI-passen zijn een elektronisch paspoort voor zorgverleners. Er zijn drie soorten: BIG-geregistreerde zorgverleners (bijvoorbeeld dokters en verpleegkundigen) hebben een zorgverlenerpas, anderen een medewerkerspas of administratieve pas. Net als je bsn is het Unieke Zorgverlener Identificatie-nummer (UZI) voor iedereen uniek. De passen worden uitgegeven door een agentschap van het ministerie van Volksgezondheid, het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG).

Oorspronkelijk waren de passen bedoeld om de bsn-nummers van patiënten te controleren, maar nu zijn ze er vooral om met andere zorgverleners te communiceren. Bij ons heeft iedereen zo’n pas, want dat leek ooit nodig om in te loggen in ons elektronisch patiëntendossier. Dat kan nog steeds op de ‘ouderwetse’ manier met een digipasje, net als bij de bank. De UZI-passen zijn wel nodig om gegevens met bijvoorbeeld apotheken uit te wisselen via het Landelijk Schakelpunt. Ook huisartsenposten stellen zo’n pas verplicht, maar op de mijne kan ik nog steeds met een wachtwoord inloggen en op andere posten zijn er zelfs ‘leenpassen’.

Passen zijn drie jaar geldig, blijkbaar was die termijn bij mijn pas weer verlopen. Ik moest dus e-mailadressen en telefoonnummers van medewerkers checken en op de website van het CIBG inkloppen. Ik was een puntje in een mailadres vergeten, maar dat kon die medewerker – zonder identificatie – telefonisch zomaar laten veranderen. 

Snel daarna kregen we een mail en sms’jes dat die passen persoonlijk moeten worden afgeleverd. Er is dan altijd wel iemand die naar huis moet fietsen, omdat die alleen een rijbewijs bij zich heeft en meer dan één voornaam heeft waardoor het rijbewijs opeens niet geldt als identificatiemiddel. Nu moet alleen nog iedereen de pincode in iets ‘onthoudbaars’ veranderen en dan is het weer ‘veilig’. Gedoe.

Niet alle zorgverleners hebben een UZI-pas. Er zijn 30 duizend zorgverlenerpassen, 45 duizend medewerker-op-naampassen en 2.200 administratieve passen in omloop. Van de 13.364 huisartsen doet iets meer dan de helft het zonder. Apotheken zijn grootgebruikers: daar zijn bijna 20 duizend passen in omloop. In ziekenhuizen hebben 3.492 zorgverleners een pas, terwijl daar alleen al zo’n 20 duizend specialisten werken. Elk jaar krijgen zo’n 26 duizend mensen een nieuwe pas, honderd per dag. Mijn koerier heeft dus zeker 10 collega’s. Verzekeraars vergoeden de 255 euro kostende pas aan huisartsen en apothekers die het Landelijk Schakelpunt gebruiken, dat kost ze circa 5 miljoen per jaar. Het hele UZI-stukje van de CIBG-begroting is jaarlijks 10 miljoen.

Niemand weet of de veiligheid van communicatie is verbeterd. ‘Het is het veiligste systeem’, verzekeren woordvoerders. ‘Hebben jullie dat ooit onderzocht?’ ‘Nee.’ Ooit is er een focusgroep geweest in opdracht van Volksgezondheid, daar zaten één huisarts, één apotheker, één ziekenhuisapotheker, één hoofd spoedeisende hulp en enkele bobo’s in. Snelle conclusie voor de Tweede Kamer: het is een prima, veilig en handig systeem. Mwah.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden