Opinie Wegkijken

Stop met wegkijken bij zware delicten

Familie, nabestaanden en vrienden van slachtoffers van geweld lopen door Doetinchem met lang lint, waarop de namen van geweldslachtoffers staan vermeld. Beeld Joost van den Broek

In het interview in de Volkskrant van zaterdag spreekt de vader van Anne Faber zijn angst uit dat er na het hoger beroep tegen dader Michael P. niets zal veranderen. Ik meen dat er de afgelopen veertig jaar op dit gebied niets is veranderd.

Er wordt een jonge vrouw of man op gruwelijke wijze om het leven gebracht en er ontstaat een storm van verontwaardiging en publiciteit. Als de dader wordt opgespoord, wat lang niet altijd het geval is, vindt er een rechtszaak plaats, de dader krijgt zijn straf en men gaat over tot de orde van de dag. Ondanks dat er in het hulpverlenings- en strafrechtssysteem talloze fouten zijn aangetoond. Meestal hullen de verantwoordelijke directeuren van kliniek en gevangenis zich in stilzwijgen, hetgeen ook bij Anne Faber het geval is.

Ondanks mijn eigen ervaringen in het krakkemikkige hulpverlenings- en strafrechtcircuit bespeur ik toch wat licht in de duisternis. Dat er een nieuwe Forensische wet komt waarbij plegers van levensdelicten en zware gewelds- en zedendelinquenten niet meer kunnen beslissen of hun dossier al dan niet meegaat naar de kliniek, is een pluspunt. Alleen moeten de medewerkers van de kliniek de dossiers dan wel lezen.

Groter vertrouwen heb ik in de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers (FNG) die jaarlijks tal van acties organiseren om moord en doodslag onder de aandacht van het grote publiek te houden. Zaterdag 6 april was er door de federatie een themamiddag georganiseerd over tbs waarbij nabestaanden spraken met hulpverleners van een tbs-kliniek. De maatschappelijk werker en een psycholoog spraken openlijk over hun werk. Terwijl de zaal spreekt over ‘criminelen’ wordt in een kliniek de term ‘patiënten’ gehanteerd. In verlengingszittingen tbs wordt niet zelden met bewondering over de daders gesproken: ‘Hij doet zo goed zijn best!’

Jij zit als nabestaande in de rechtszaal en je mag niets zeggen, je wordt genegeerd door de advocaat en behandelaars van de dader. Jouw dochter is vermoord en voor jouw ogen voltrekt zich een vernederend en bizar schouwspel: beschaafde, geleerde mensen, professionals die de moordenaar van jouw dierbare met alle zorg omringen en bijna idolaat bespreken: ‘Hij doet zo zijn best de patiënt, de patiënt werkt echt aan zichzelf, wat een kanjer!’

Diverse keren bezocht ik als psycholoog samen met groepen nabestaanden tbs-klinieken. De medewerkers deden hun best, de directie, de behandelaars, maar als je bedenkt dat je op bezoek bent met twaalf ouders van twaalf vermoorde kinderen dan schaamde ik me soms kapot. Abstract taalgebruik, eindeloos geloof in de verbetering bij de daders, wegkijken van de slachtoffers, de abjecte daden niet in al hun gruwelijkheid durven benoemen.

Daaraan denk ik als de vader van Anne Faber zegt: ‘Niemand weet wat er echt gebeurd is, niemand ziet de feiten onder ogen.’ Is dat een blijk van beschaving? Of kijken we met zijn allen liever weg? Waarschijnlijk haal ik nog meer afkeuring van mijn beroepsgenoten op de hals als ik zeg: ‘We kijken liever weg.’

Jan Bouman is gepensioneerd psycholoog Justitie en Veiligheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.