GastcolumnMirjam Janssen

Stop met de cultus van het ‘onbewuste’ vooroordeel

Een volgende toeslagenaffaire voorkom je niet door belastingambtenaren in hun onbewuste te laten wroeten, betoogt gastcolumnist Mirjam Janssen.

J.J.M. Uijlenbroek, directeur-generaal Belastingdienst 2017-2020, wordt gehoord door de parlementaire enquêtecommissie Kinderopvangtoeslag.  Beeld FREEK VAN DEN BERGH/ de Volkskrant
J.J.M. Uijlenbroek, directeur-generaal Belastingdienst 2017-2020, wordt gehoord door de parlementaire enquêtecommissie Kinderopvangtoeslag.Beeld FREEK VAN DEN BERGH/ de Volkskrant

Ambtenaren moeten op cursus. Dit keer om aan hun onbewuste vooroordelen te werken. Dat is een van de maatregelen die het kabinet heeft aangekondigd na de toeslagenaffaire. Medewerkers van de Belastingdienst duidden burgers met een niet-Nederlandse achternaam geringschattend aan als ‘zwartjes’ en een ‘nest Antillianen’. Duidelijke gevallen van discriminatie. Toch lost een bewustwordingscursus weinig op; het is vooral een modieuze manier om te doen alsof je een probleem aanpakt.

De cultus van het onbewuste vooroordeel begon rond 1970. Tot die tijd draaide emancipatie van minderheden vooral om de harde kanten van het bestaan. Groepen die wilden emanciperen, zoals katholieken, arbeiders en vrouwen, ijverden decennialang voor politieke rechten. Vaak in combinatie met een betere toegang tot de arbeidsmarkt en het onderwijs. Dat waren concrete en zelfs meetbare wensen.

Vrouwenbeweging

Maar geleidelijk kwam daar voor vrouwen nog iets bij. Op zoek naar de oorzaken voor hun achterstand stuitten zij op ‘onbewuste’ belemmeringen waardoor ze in rolpatronen bleven steken, maar ook op ‘onbewuste’ vooroordelen van mannen. Dat betekende dat de ambities van de vrouwenbeweging enorm uitdijden. Iedereen moest ook aan haar of zijn onbewuste gaan werken. Zelfs mannen die geen vlieg kwaad deden, zaten toch fout omdat ze misschien ergens in een uithoek van hun brein verkeerde gedachten koesterden.

Inmiddels is er een industrie van wetenschappers en goeroes ontstaan die menen dat je kunt achterhalen wat anderen onbewust denken en die weten wat ze zouden moeten denken. Emancipatie van welke groep ook is daardoor een oeverloos proces geworden. Je kunt voortdurend boos zijn omdat je het gevoel hebt dat anderen niet het juiste gevoel bij jou hebben. Politici kunnen hier moeilijk weerstand tegen bieden omdat het dan lijkt alsof ze grieven van minderheden niet serieus nemen.

Daarom moeten ambtenaren nu dus op een zinloze cursus. Voor degenen die er sympathiek tegenover staan is het niet nodig, want die zijn zich eigenlijk al bewust van hun onbewuste vooroordelen. Terwijl hun collega’s die er tegenstribbelend heengaan bewust hun onbewuste kunnen afschermen. Bovendien kunnen ze terecht claimen dat de overheid niets in hun hoofd heeft te zoeken – als dat al mogelijk is. Je mag nu eenmaal rare en nare gedachten hebben. 

Maar, zo werpen voorstanders van dit soort workshops altijd tegen, aan slechte daden gaan toch slechte gedachten vooraf? Soms wel, maar lang niet altijd. Veel mensen zullen tientallen keren per dag iets ongepasts denken, maar er toch niet naar handelen. De wet maakt daarom onderscheid tussen daad en gedachte - als je dat principe verlaat, is rechteloosheid een feit.

Op anderen neerkijken

Het discriminerende gedrag bij de Belastingdienst was ook het gevolg van een slechte leiding en van groepsdwang: elkaar lekker opjutten tegen de burgers. Het zal bij de stoerdoenerij hebben gehoord die iedere organisatie onder druk tegenover de buitenwereld ontwikkelt. Ambtenaren moeten immers voortdurend omgaan met cliënten die hen om een of andere reden niet liggen. Niet alleen vanwege een andere cultuur, maar ook omdat ze onder de tattoos zitten, naar muziek van Celine Dion luisteren of in een Toyota uit 1975 rijden – het menselijk talent om op anderen neer te kijken is onuitputtelijk. 

In Frankrijk is het inmiddels verboden te discrimineren op grond van ‘glottofobie’: de afkeer van mensen met een provinciaals accent. Maar het is natuurlijk ondoenlijk om tegen ieder vooroordeel apart beleid en aparte bewustwordingscursussen te ontwikkelen.

Daarom is de oplossing heel eenvoudig: ambtenaren moeten zich gewoon aan artikel 1 van de Grondwet houden. Iedereen is gelijk, dat is een volstrekt helder uitgangspunt. Het handige ervan is bovendien dat je de wet bij je volle bewustzijn kunt naleven.

Mirjam Janssen is historicus en journalist. Ze is in de maand februari gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

null Beeld Mirjam Janssen
Beeld Mirjam Janssen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden