OpinieKoningshuis

Stop lofzang op ‘magie van de monarch’

Nieuwe inzichten over de monarchie zijn prima, maar mogen die feitelijk worden onderbouwd?

Koning Willem-Alexander brengt een verrassingsbezoek aan probleemwijk Bospolder-Tussendijken in Rotterdam.Beeld Marcel van den Bergh

Een kleine vijftien jaar geleden schreef een journalist in de Volkskrant een portret van de destijds bekende BBC-presentator Jeremy Paxman. Paxman had de naam een scherpe interviewer te zijn, een progressieve intellectueel. En republikein. Maar een verblijf op Buckingham Palace deed zijn opvattingen wankelen. Plotseling maakt hij gewag van ‘de populariteit van Elizabeth’ van de ‘stabiliteit van een land met een monarch’, van ‘de bindende factor van een koningshuis’. Er had zich een bekering voltrokken; de republikein was monarchist geworden.

Bekeringen als deze zijn geen Brits prerogatief. Talloos zijn de voorbeelden, ook in Nederland, van politici, publicisten en journalisten die op enig moment hun rationele analyse − een monarchie is archaïsch, ondemocratisch, niet passend in een modern staatsbestel − inruilen voor een opeens ontdekte liefde voor de magie van het koningshuis. Olaf Tempelman is blijkens zijn recente artikel in de Volkskrant zo’n bekeerling. En waar politici over het algemeen pragmatische argumenten noemen om hun verandering van standpunt te verantwoorden (verzet tegen de monarchie zou electoraal niet goed liggen) geeft Tempelman in zijn stuk vooral psychologische en historische factoren als grond voor zijn nieuwe inzicht.

Het verloop van zijn omslag toont sterke gelijkenis met die van de BBC-coryfee. Wat het verblijf ten paleize voor Paxman deed, deed het bezoek van Willem-Alexander aan een Rotterdamse wijk (waar de journalist verslag van ‘mocht’ doen) voor Tempelman. Hij beschrijft de rol van de koning hierbij in termen van verbinding en samenhang, de woorden die vaker vallen als een bezoek van een van de Oranjes moet worden gekarakteriseerd. En het knagende gevoel, bij Tempelman, dat het hier toch om een niet gekozen persoon gaat, wordt terzijde geschoven met een toverformule. ‘Ik kan me moeilijk voorstellen dat een gekozen (...) staatshoofd (...) een soortgelijke verbinding tussen mensen had kunnen bewerkstelligen.’ Er wordt ook nog gerefereerd aan het feit dat een niet gekozene geen tegenstemmers kent die die verbinding in de weg zouden kunnen zitten. En vervolgens wordt de magie in stelling gebracht waarop de monarch het patent zou hebben.

Belediging

Ik denk dat het een miskenning, bijna een belediging, is aan het adres van democratisch gekozen politici die evenzeer betrokkenheid en troost en verbinding weten uit te dragen. Zou Tempelman echt willen volhouden dat het optreden van Trudeau rond het drama met het in Iran neergehaalde vliegtuig van minder compassie getuigt omdat hij de magie van de ‘ongekozene’ mist? Nog twijfelachtiger zijn de argumenten die hij ontleent aan de geschiedenis van Oost-Europa na ’89. De ontwikkelingen die thans zoveel zorg wekken, de bedreiging van de rechtsstaat, van de vrije pers, van de onafhankelijke rechtspraak, wordt in een adem genoemd met afschaffing van een aantal monarchieën. Alsof er een verband is.

Betoogd wordt dat betekenis moet worden toegekend aan inbedding van het gekozen gezag in dat magische koningschap. Timmermans en Sargentini zullen waarschijnlijk met verbijstering kennisgenomen hebben van Tempelmans pleidooi om de over het algemeen toch tamelijk obscurantistische Oost-Europese monarchisten als bondgenoten te zien in de strijd voor herstel van rechtsstatelijkheid. En ten slotte wordt, als onderbouwing voor de betekenis van het monarchale, melding gemaakt van de steun, de veronderstelde populariteit van de koning. En voor de mensenmenigten die vorsten − wederom die magie − op de been weten te krijgen.

Macht van getal

Hier wordt de redenering echt ongemakkelijk. De macht van het getal is niet als zodanig een factor in een debat over de meest gewenste staatkundige inrichting en de omvang van de groep die zich publiek manifesteert is niet zonder meer een indicatie voor de juistheid van de zaak. Niet in een democratie tenminste.

Een geloofwaardig pleidooi voor de monarchie behoeft een feitelijke onderbouwing. Of op zijn minst een plausibele redenering. Het betoog van Tempelman betreft meer een gevoelskwestie. De magie, de mythe, cement van de samenleving, de ‘ontzettend fijne koning’, het ‘plekje in de harten’, het zijn allemaal uiterst subjectieve, ik zou zeggen, populistische duidingen.

De discussie over de gewenste inrichting van het staatkundig bestel verdient beter. In die discussie gaat het niet over het al dan niet gebrek aan Oranjewarmte (zoals in de Kamer ooit kritiek op de rol van de koning werd omschreven) maar over de wijze waarop maatschappelijk bewuste, geëmancipeerde burgers vorm kunnen geven en deel kunnen uitmaken van het proces van politieke besluitvorming. Dat betekent dat elke positie in het bestel gebaseerd moet zijn op een verkiezingsuitslag, op democratische legitimiteit. Er bestaat geen zinnig argument om voor de rol van staatshoofd een uitzondering te maken.

Jack Jan Wirken was van 2002 tot 2009 voorzitter van het (Nieuw) Republikeins Genootschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden