Stop je partner niet in een verpleeghuis

In een verpleeghuis is men vaak niet 'beter af'.Beeld anp

'Moet je dat nou wel doen?' Dat vraag ik me vaak af, in de verpleeghuizen waar ik werk als muziekdocent, als een nieuwe bewoner wordt binnengebracht door een nog best fitte levensgezel. Iedere dag komt die trouw op bezoek, en dan gaat-ie weer weg, tot groot verdriet van de dementerende wederhelft. Kiezen voor je eigen levensgeluk is ieders recht, maar vaak wordt zo'n keuze opgetuigd met het argument dat de demente echtgenoot in een verpleeghuis beter af is: 'Daar kunnen ze beter voor haar zorgen, het is tenslotte hun beroep.' De waarheid is anders. Er is slechts een kleine categorie dementen die het goed heeft in een verpleeghuis: de mensen die altijd tevreden en dankbaar zijn. Die begenadigden krijgen van de verzorgsters liefde en aandacht terug.

Maar voor dementerenden die zich enigszins onrustig of lastig gedragen, is het verpleeghuis geen veilige plek. Het geduld dat de familie thuis niet kan opbrengen, zullen verzorgenden zeker niet hebben. Ik ken maar één verpleeghuis waar bewoners netjes en geduldig worden bejegend, dankzij strenge én gezaghebbende leidinggevenden. De doorsneeverzorgende reageert echter kribbig als iemand voor de vierde keer in een uur vraagt 'Waar is mijn vrouw?' of 'Waar is mijn moeder?' Die kribbigheid wakkert de onrust vaak nog flink aan.

Dit gesnauw onttrekt zich aan het oog van inspecteurs en kwaliteitsonderzoekers. In hun rapporten wordt bejegening wel altijd genoemd als essentieel voor de kwaliteit van de zorg, maar het begrip laat zich moeilijk kwantificeren. Daarom gaan rapporten en zwartboeken altijd over urine, valpartijen en verkeerde medicijnen.

De juiste professionele reactie op onrustig gedrag is geruststellen. 'Het komt allemaal goed, u bent hier veilig', uit te spreken met een lieve stem en dan nog een aai over de schouder erbij. Dat helpt een kwartier, daarna moet je de geruststelling herhalen.

Thuis loopt een demente man of vrouw vaak de ganse dag als een hondje achter de gezonde echtgenoot aan. Na een lang huwelijk waarin je de dagen deels samen maar grotendeels lekker op je eigen houtje doorbracht, is zo'n oude kleuter aan je broek geen pretje. Maar heb alsjeblieft niet de illusie dat verzorgenden wél tegen dat gedrag kunnen.

Er wordt soms te snel geroepen dat het niet meer gaat, ook door huisartsen. In het keukentafelgesprek met de gemeenteambtenaar zouden hulp- troepen moeten worden geregeld: een paar dagen dagopvang, thuishulp, vrijwilligers die komen oppassen zodat de niet-demente echtgenoot een paar uurtjes kan ontsnappen.

Komt je echtgenoot tóch op een afdeling psychogeriatrie terecht, dan valt daar een boel goeds bij te dragen. Bemoei je, als je langskomt, niet alleen met je eigen familielid, maar ook met de anderen. Lees de krant voor in de huiskamer, zing kerstliedjes, wandel met een paar mensen. En probeer de verzorgenden te ondersteunen. Laat merken dat het zwaar is voor hen als een bewoner een kwartier na de wasbeurt alweer in de poep zit. Uit je dankbaarheid, elke dag opnieuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden