Stop de privatisering van het bouwtoezicht

Het einde van de marktideologie wordt in de politiek met de mond beleden, maar het privatiseren in de woningbouw gaat intussen gewoon door, betoogt Jos Teunissen.

Bouw van een wooncomplex in Oud-Loosdrecht met het uiterlijk van ouderwetse pakhuizen in allerlei kleuren.  Beeld Hollandse Hoogte / Goos van der Veen
Bouw van een wooncomplex in Oud-Loosdrecht met het uiterlijk van ouderwetse pakhuizen in allerlei kleuren.Beeld Hollandse Hoogte / Goos van der Veen

Al geruime tijd vóór het uitbreken van de coronacrisis is door velen het einde verkondigd van het tijdperk van de neoliberale marktideologie, die ten grondslag lag aan de privatisering van veel overheidstaken en de invoering van marktwerking (vaak nepmarktwerking, zoals in de kinderopvang).

In september voorspelde minister Hugo de Jonge in zijn Abel Herzberglezing dat het jaar 2020 de geschiedenisboeken zou ingaan als het einde van het neoliberalisme: ‘Het heilige geloof in de markt is uitgedoofd.’ Andere politieke voorlieden hebben zich het afgelopen jaar in vergelijkbare bewoordingen uitgesproken. Ook in de huidige verkiezingsstrijd is dit het centrale thema. Privatisering en marktwerking zouden zelfs deel moeten worden teruggedraaid. Is dit méér dan alleen maar politieke retoriek?

Splitsing bouwtoezicht

Want hoe vallen die woorden te rijmen met de invoering in 2022, als onderdeel van de nieuwe Omgevingswet, van de in april 2016 door minister van Wonen, Stef Blok (VVD), bij het parlement ingediende Wet kwaliteitswaarborging voor het bouwen? Daarbij worden de bouwtechnische beoordeling van bouwplannen en het toezicht tijdens de bouw geprivatiseerd naar ‘kwaliteitsborgers’ en daarmee onder ‘marktwerking’ gebracht.

In eerste instantie geldt dit voor eenvoudigere bouwprojecten, zoals eengezinswoningen, op een later moment ook voor complexere en ‘risicovollere’ bouwprojecten. Het gaat hier om privatisering van een publieke taak bij uitstek: het bouwtoezicht is een wezenlijk onderdeel van de publieke zorg voor de openbare veiligheid, gezondheid en leefbaarheid.

De gemeente blijft wel verantwoordelijk voor de toetsing van bouwplannen aan bestemmingsplan en welstandseisen. Om te mogen bouwen, heeft een bouwgegadigde straks dus zowel een gemeentelijke vergunning als de akkoordverklaring van een private kwaliteitsborger nodig. Dat kan een architect, aannemer of andere bouwdeskundige zijn, die als kwaliteitsborger is geregistreerd.

Hoewel een kwaliteitsborger ook tijdens de bouw toezicht moet uitoefenen, blijft – als de bouwtechnische regels niet worden nageleefd – het zo nodig afdwingen van die regels een gemeentelijke taak. Een goede communicatie en informatie-uitwisseling tussen kwaliteitsborger en college is dus nodig. Ook daarvoor zijn regels gesteld.

Toetsing kwaliteit

De kwaliteitsborger moet de toetsing uitvoeren volgens een ‘kwaliteitsborgingsinstrument’, dat voor het desbetreffende type bouwplannen is ontwikkeld door een ‘instrumentaanbieder’ (dit zijn wettelijke termen) – bijvoorbeeld een branchevereniging of certificerende instelling zoals KOMO– en dat door een nieuw zelfstandig bestuursorgaan, de ‘Toelatingsorganisatie’, is toegelaten en opgenomen in een nieuw landelijk register. Bij de in dat register opgenomen ‘kwaliteits-borgingsinstrumenten’ moet ook worden vermeld wélke kwaliteitsborgers van dat instrument gebruik mogen maken.

Een bouwgegadigde voor een bepaald type bouwwerk mag dus alléén een kwaliteitsborger inschakelen die volgens dat register een instrument mag gebruiken dat is toegelaten voor de beoordeling van dat type van bouwwerken. Of een kwaliteitsborger deskundig genoeg is om te kunnen worden geregistreerd, moet worden getoetst door de instrumentaanbieder. En de Toelatingsorganisatie moet er op haar beurt op blijven toezien dat instrumentaanbieders aan de eisen blijven voldoen. In het kader van dat toezicht kunnen waarschuwingen, schorsingen en intrekkingen worden uitgevaardigd, die ook in het register moeten worden vermeld. Ook daar zijn uiteraard uitvoerige regels voor nodig. Tegen al die beslissingen is bezwaar en beroep (bij de bestuursrechter) mogelijk.

Stijgende bouwkosten

Omdat de bouwende burger niet alleen gemeentelijke bouwleges (voor de vergunning) maar ook een vergoeding aan de private kwaliteitsborger zal moeten betalen, zullen de totale bouwkosten hoogstwaarschijnlijk sterk stijgen. De Vereniging Eigen Huis, die regelmatig klaagt over te hoge en ondoorzichtige kosten van gemeentelijke bouwleges, heb ik hier nog niet over gehoord. De bouwkosten zullen nog verder stijgen omdat ook de aansprakelijkheden en waarschuwingsplichten van aannemers worden verzwaard en ze daarom duurdere aansprakelijkheidsverzekeringen zullen (moeten) afsluiten, die zullen worden doorberekend aan de bouwconsument

Zodra nieuwbouw in gebruik is genomen, wordt het ‘bestaande bouw’. De controle of bestaande bouw voldoet – en blijft voldoen - aan de bouwtechnische eisen, blijft een gemeentelijke taak. Er komt dus een splitsing tussen het toezicht op bestaande bouw en het – geprivatiseerde – toezicht op nieuwbouw, waarbij echter de handhavingstaak bij de gemeente blijft.

Niet minder regels, maar meer

Om privatisering van het bouwtoezicht mogelijk te maken, is veel nieuwe regelgeving nodig en moet er een hele bureaucratie worden opgetuigd met kwaliteitsborgers, kwaliteitsinstrumentaanbieders, een toelatingsorganisatie in de vorm van een nieuw zelfstandig bestuursorgaan, een nieuw register, aanvraag- en beroepsprocedures, een stelsel van toezicht met waarschuwingen en intrekkingen, enz. Hoezo deregulering en vermindering van regeldruk? Hoezo vereenvoudiging en integratie ?

Ook in de private bouwsector zelf ontstaat extra bureaucratie, vooral voor kleinere aannemers en bouwbedrijven. Er moeten nieuwe contracten worden gesloten, statuten worden aangepast en voorzieningen worden getroffen met het oog op de grotere aansprakelijkheidsrisico’s.

En hoe kan worden voorkomen dat ‘de slager’ – de kwaliteitsborger – ‘zijn eigen vlees keurt’ ? Er is weliswaar bepaald dat de kwaliteitsborger deskundig en ‘onafhankelijk’ moet zijn, maar zo groot is de wereld van architecten, aannemers en bouwkundige adviesbureaus – die in de praktijk ook als kwaliteitsborger zullen gaan fungeren – nu ook weer niet dat beïnvloedingsrisico’s kunnen worden uitgesloten.

Burger profiteert niet, handel wel

Wat schiet de bouwende burger eigenlijk op met de privatisering? Waar hij nu nog kan volstaan met één bouwaanvraag bij de gemeente, moet hij straks twee sporen volgen en zullen de kosten sterk stijgen. En wat is zijn positie als de kwaliteitsborger failliet raakt maar zijn huis nog niet klaar is? Waar kan hij dan terecht? De verantwoordelijkheid is dan bij de gemeente weggehaald. Weliswaar is een regeling getroffen voor aansprakelijkheid van de kwaliteitsborger, maar in geval van faillissement heeft de bouwconsument daar in de praktijk weinig of niets aan.

Kortom: privatisering van het bouwtoezicht, zacht gezegd, geen goed idee. De eigenlijke reden voor privatisering is, vrees ik, heel platvloers: er wordt nieuwe ‘handel’ gecreëerd met een geheel nieuwe bedrijfstak van private kwaliteitsborgers, die zijn verzekerd van werk (en dus inkomsten) omdat de nieuwe regelgeving burgers ertoe dwingt zo’n kwaliteitsborger in te schakelen om te mogen bouwen.

Lering getrokken?

Je zou mogen verwachten dat lering is getrokken uit eerdere privatiseringsoperaties: moeilijk kan worden voorkomen dat private partijen waaraan de behartiging van een publieke taak – hier de bewaking van veiligheid en gezondheid bij de bouw - wordt toevertrouwd, zich vooral richten op inkomstenmaximalisatie en kostenminimalisatie ten koste van een goede taakbehartiging, wat dan weer pleegt te leiden tot aanscherping van regelgeving en overheidstoezicht op de wijze van taakbehartiging door private partijen. De privatisering van de kinderopvang is slechts één van de afschrikwekkende voorbeelden.

Stop dus de privatisering van het bouwtoezicht, de vermarkting van een essentiële publieke taak: de zorg voor de openbare veiligheid en gezondheid. Het al dan niet doorgaan van deze privatiseringsoperatie lijkt me een lakmoesproef: is het werkelijk waar dat – zoals Gabriël van den Brink vorig jaar in zijn boek betoogde - we ruw zijn ontwaakt uit een neoliberale droom?

J.M.H.F. (Jos) Teunissen, emeritus hoogleraar staats- en bestuursrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden