Stop de culturele stille oorlog

Je kunt de burgemeester van Rotterdam eigenlijk al niet meer vertrouwen.

De prachtige documentaire Rijssens stille oorlog die op het Film Festival in Utrecht in première ging laat het nog eens zien. De film heeft de strijd tussen een vanouds orthodox-christelijk bolwerk en de islam als thema. Fatma Öztürk, inwoner van Rijssen, zegt daarin dat er in Nederland een stille oorlog woedt. Wie tegen wie? De 'autochtone' Nederlander versus 'de moslim'.

Indringer
Wat haar vooral tegenstaat is de manier waarop er over de islam wordt gepraat. Alsof het een gevaar is, een indringer. Zij zegt zichzelf Nederlander te voelen. 'Hier heb ik mijn leven. Ik heb er niet voor gekozen om hier te wonen, maar hier heb ik mijn leven en ik houd van dit land.' Toch heeft zij het gevoel dat zij nooit als Nederlander geaccepteerd zal worden – omdat zij moslim is.

Ik denk dat mevrouw Öztürk daarin gelijk heeft. Er is een grote groep Nederlanders die een andere groep Nederlanders niet accepteert vanwege een intrinsiek onderdeel van hun identiteit. Het wordt misschien nooit uitgesproken. Altijd heet het dat, als je gewoon meedoet met de samenleving, je geloof er niet toe doet. Uit het hele integratiedebat blijkt echter hoe een deel van de Nederlanders erover denkt: wie een moslim is, kan eigenlijk geen goede Nederlander zijn. Het liefst moeten ze gewoon wegwezen.

Polen
Dit komt niet eens per se door de slechte naam die, bijvoorbeeld, Marokkaanse jongeren hebben. Er zijn de afgelopen decennia genoeg migrantengroepen geweest waarvan de integratie niet vlekkeloos verliep. Een mogelijke probleemgroep in de komende paar decennia is de Poolse. Nu al wordt er vaak over Polen gemopperd en komen Poolse migranten negatief in het nieuws.

Toch heeft niemand het over katholicisme van de Polen. Er is geen politicus die zegt dat Mariabeeldjes verboden moeten worden, of crucifixen. Want katholieken, die waren er al. Daar zijn we al gewend. Die horen er gewoon bij. Waarbij iedereen dan even vergeet dat katholieken er heel lang helemaal niet bijhoorden.

Ik ben zelf christelijk opgevoed. Ik ging naar een christelijke basisschool, iedere zondag naar de kerk en vanaf mijn elfde één keer per week naar catechisatie. Op mijn veertiende besloot ik geen christen meer te zijn. Misschien kwam dat door puberale rebellie, maar ik ben er sindsdien nooit op teruggekomen. Toch voel ik een zekere verbintenis met de christelijke religie. Als ik een kerkklok hoor luiden, of een orgel hoor spelen, raakt het diep van binnen iets. Het kan nostalgie zijn. Wellicht vind ik die dingen gewoon mooi.

Diep
Al kan ik mijzelf niet als maatstaf nemen voor iedereen, het toont in ieder geval goed aan hoe diep religie zit, eenmaal onderdeel van iemands identiteit. Iets dergelijks hoor je ook regelmatig van geseculariseerde moslims: hoewel ze op een gegeven moment niet langer moslim wilden zijn, spreken ze vaak met een zekere genegenheid over de ramadan – de saamhorigheid en, heel Hollands, de gezelligheid.

Hierom is de toon die Wilders aanslaat in het debat ook zo schadelijk. Want als je van moslim-zijn een zonde op zich maakt, wordt integratie van moslims in de samenleving onmogelijk. Zowel moslims als mensen die zich van huis uit identificeren met het islamitisch geloof zullen zich door zijn grievende woorden aangesproken voelen, temeer omdat hij het heeft over 'de islam' als geheel, niet over moslimextremisten.

Met de introductie van de term 'taqiyya' in het integratiedebat is het hek helemaal van de dam. Dankzij een foutieve interpretatie van een begrip dat vooral in de sjiietische islam opgeld deed in de strijd met soennieten en dat in de soennitische tradities in feite alleen geldt als een moslim in levensgevaar is, is het in de ogen van een deel van Nederland helemaal onmogelijk om moslims te accepteren.

Rotterdams kalifaat
Waren straatschoffies van Marokkaanse komaf voorheen al rotmoslims, nu kan je zelfs de burgemeester van Rotterdam niet meer vertrouwen. Misschien doet hij wel alsof hij het beste voorheeft met de stad en is hij een schijnbaar schoolvoorbeeld van extreem geslaagde integratie, maar wie weet zit hij daar gewoon om een Rotterdams kalifaat te stichten. Je weet het nooit, met die moslims, want van hun geloof mogen ze liegen!

Zo krijgt de integratie weer een knauw, dankzij de introductie van misbruikte termen in een steeds idioter debat. Want welk weldenkend mens gelooft nu werkelijk dat iedere moslim heimelijk bezig is met een samenzwering tegen de Nederlandse samenleving? Anderen spreken van taqiyya als ze het over extremisten hebben. Extremistische opvattingen en begrippen worden dan in één adem genoemd met gewone moslims. Dit is een kwalijk soort zwartmakerij die uiteindelijk een cultuuroorlog tot gevolg heeft.

Wie een beetje de geschiedenis kent, weet dat zo'n stille cultuuroorlog nergens toe kan leiden. Degene die een voorbeeld kent van een groep (immigranten) die z'n cultuur heeft losgelaten doordat men constant tegen ze riep dat deze achterlijk, gevaarlijk, leugenachtig en fascistisch is, mag het zeggen.

Lakmoesproef
Iedereen weet natuurlijk wel beter. Zo werkt het helemaal niet. Wie het abrupt afzweren van iemands identiteit tot lakmoesproef van integratie maakt, is niet bezig met het bevorderen van integratie. Je zorgt er daarmee alleen maar voor dat mensen vijandiger tegenover elkaar komen te staan.

Daarom moet het uitgangspunt van het integratiebeleid ook niet een (stille) strijd tegen de islamitische religie zijn. Het gaat erom dat mensen meedoen in de samenleving. Dat vergt inspanning van de zijde van immigrantengemeenschappen. En zij moeten daarbij op hun verantwoordelijkheid worden gewezen. Wie niet meedoet, hoeft ook niet op sympathie te rekenen.

Daartegenover moet een openheid staan zoals die Nederland lang gekenmerkt heeft. Immigranten moeten ook volop de kans krijgen mee te doen. Daarbij mag het niet uitmaken of iemand moslim is, christen of boeddhist.

Een culturele oorlog tegen de islam helpt hier niet bij. Er zijn tenslotte vele tienduizenden zoals mevrouw Öztürk. Mensen die hier hun leven hebben en meedoen in de samenleving. Zij willen niet het slachtoffer zijn van kleinzielig racisme. Het is de taak van iedereen die niet in Wildersland woont, maar in Nederland, zich hiertegen uit te spreken. Alleen dan zal duurzame integratie slagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden