Column Bert Wagendorp

Stoere taal is pure onmacht, regulering van cocaïne is de oplossing

Ik ben een geweldige sukkel, ik heb nog nooit cocaïne gesnoven. Dat komt niet door de gebrekkige verkrijgbaarheid, coke is overal. Ik ken veel mensen die wel-eens een lijntje gebruiken, en die praten daar net zo over als ik over mijn speciaalbiertjes: no big deal. Coke is de normaalste zaak van de wereld, alleen in Amsterdam verdwijnen dagelijks dertigduizend lijntjes in neusgaten.

In de Volkskrant stond maandag een even fascinerend als ontluisterend verhaal van Jan Tromp en de Tilburgse onderzoeker Pieter Tops, over de desastreuze invloed die de import van coke heeft op de stad Antwerpen. In de Antwerpse haven is het veel gemakkelijker smokkelen dan in die van Rotterdam, en dus komt een groot deel van de coke die door de meestal Nederlandse handelaars uit Zuid-Amerika wordt geïmporteerd daar binnen.

Cokehandel is lucratief. Volgens het stuk levert de import van 1.200 kilo cocaïne, die in Colombia voor minder dan een miljoen euro wordt aangeschaft, op de Europese straten uiteindelijk 180 miljoen op. Dat zijn fijne winstmarges. Volgens het laatste rapport van de UNODC (het VN-bureau voor Drugs en Misdaad) uit juni 2018 bedroeg de productie van coke in 2016 – het laatste jaar waarvan de cijfers bekend zijn – wereldwijd 1.410 ton, 1.4 miljoen kilo.

De miljarden die daarin omgaan maken veel mensen op relatief gemakkelijke wijze rijk, en dan blijft er nog genoeg over om het geweld te financieren dat met de smokkel gepaard gaat, bestuurders om te kopen en te investeren in wapen- en mensenhandel.

Er bestaat een navrant verschil tussen de manier waarop er tegen de cokesmokkel wordt aangekeken (zware criminaliteit) en de benadering van het gebruik (gezellig). Daar ligt de kern van het probleem. De website Vice publiceerde vorig jaar een informatief stuk over de vraag wat het beste bankbiljet was om coke mee te snuiven. Oude Franse franc-biljetten kwamen er goed uit (lekker zacht). Met het Engelse vijfpondbiljet is het oppassen, want daar kun je je neus aan openhalen.

Het gaat slecht met de paling in de rivier de Po. De universiteit van Napels kwam na onderzoek tot de conclusie dat dat komt door de grote hoeveelheid coke die via het riool in de rivier terechtkomt. Daardoor daalt het libido van de paling en ziet hij af van seks. Minister Van Nieuwenhuizen gaf in juni opdracht het libido van de Nederlandse aal te onderzoeken. Een afkickprogramma voor verslaafde palingen kan niet lang meer uitblijven.

NRC publiceert momenteel een serie verhalen over coke, onder de noemer ‘De cocaïneroute’. Daaruit blijkt dat de situatie in Antwerpen klein bier is vergeleken met wat de smokkel aanricht in Zuid-Amerika: corruptie op alle niveaus en tienduizenden geweldsdoden per jaar.

‘Stop met snuiven!’ luidde de oplossing van minister Grapperhaus, in april op een internationale drugsconferentie. Veel machtelozer – en lachwekkender – krijg je ze niet snel. De Global Commission on Drugspolicy, die bestaat uit oud-politici, zakenlieden en intellectuelen, pleit al sinds 2011 voor een andere aanpak: decriminalisering en een nieuwe focus op gezondheid en veiligheid.

Maar laffe politici, ook in Nederland, blijven geloven in de War on Drugs – dat is wat ze althans belijden. Want ze weten natuurlijk wel beter. Doorgaan met de repressie zal het probleem alleen maar groter maken. De stoere taal is pure onmacht, geleuter voor de bühne, kletspraat.

Decriminalisering en regulering zijn de oplossing. Ooit zal het zover komen, maar dat kan nog wel even duren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.