Column Aleid Truijens

Stiekem lezen onder de dekens: die tijd is helaas voorbij

Het heeft iets sneus natuurlijk, het lezen promoten. Volwassenen propageren uit alle macht iets wat bedoeld is om vrijwillig, voor je plezier te doen. Omdat het zo goed voor je is – als groente. Geen aanbeveling. Het liefst zouden de leesbevorderaars willen dat lezen weer een subversieve daad was: stiekem onder de dekens met een zaklantaarn een verboden boek lezen, over rebellerende leeftijdgenoten, die al aan seks doen. Dat leverde hongerige lezers op. Die tijden zijn voorbij.

Maar het moet wél. De Nederlandse leescultuur brokkelt in hoog tempo af. De Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur roepen in hun rapport Lees! terecht op tot een ‘leesoffensief’. Veel Nederlandse kinderen en jongeren vinden lezen niet leuk, kunnen het niet goed en doen het weinig. Die drie hangen samen: nadat je in groep 3 hebt leren lezen, moet je die vaardigheid onderhouden. Door veel te lezen ga je het beter doen en wie het goed kan, vindt het steeds leuker. ‘Leesplezier’ is belangrijk.

Het is ook goed dat deze twee Raden samenwerken. Want er is een vracht aan deskundigheid en initiatief in de culturele hoek – bibliotheken, het Kinderboekenmuseum, voorleeswedstrijden, een Jonge Jury, een Jongeren Literatuurprijs, schrijvers en dichters die je kunt inhuren – maar veel van dat moois bereikt de scholen niet. Er is ook op bezuinigd de laatste jaren, er moest meer geld naar techniek.

Plezier kun je niet afdwingen. Hoe krijgen we kinderen aan het lezen? Er zijn grofweg twee ‘scholen’. De ene zegt: dondert niet wat ze lezen, áls ze maar lezen, ook al is het junk. Als ze het maar leuk vinden en het aansluit bij hun belevingswereld.

De andere school zegt: laat leerlingen kennismaken met wat ze van huis uit níét meekrijgen. Literatuur is ook culturele vorming. Je mag best eisen dat ze een beetje moeite doen, bij andere vakken leggen ze de lat ook niet expres zo laag dat iedereen kan meedoen, maar het vak niks meer voorstelt.

Voor beide is er levend bewijs, in de vorm van leerlingen. Iedere leraar Nederlands kent vierdeklassers voor wie het godsonmogelijk is om een boek uit te lezen; ze kunnen de concentratie niet opbrengen, ze begrijpen niet wat ze lezen. Maar elke docent kent ook de leerling die in de vijfde, na het lezen van Renate Dorrestein, Manon Uphoff, Dimitri Verhulst of Özcan Akyol, verbaasd zegt het boek – een boek! – geweldig te vinden. Beide reacties wijzen erop dat er in de jaren na groep 3 veel is misgegaan. Het lezen is in de tussentijd verwaarloosd. Lezen begint niet bij het lezen voor de examenlijst. Dan ben je te laat.

Van die lijst, ‘de beruchte verplichte leeslijst’, waarop jarenlang dezelfde oudbakken titels zouden staan, maakt Lees! een karikatuur. Misschien bestaan ze nog, lijsten met verplichte titels, maar ik ken ze niet. Leraren Nederlands doen hun best om leerlingen boeken te adviseren die bij hen passen. Aanbod genoeg: kijk maar op lezenvoordelijst.nl, waarop Theo Witte honderden titels bijeenbracht, geselecteerd op moeilijkheidsgraad en voorkeuren.

Beide ‘scholen’ hebben gelijk. Wie het wel best vindt dat leerlingen, ook in de bovenbouw havo/vwo, alleen maar strip- , avonturen- en sportboeken lezen, straalt minachting uit. Voor de leerling, die wordt onderschat, en voor de literatuur, die kennelijk het verdedigen niet waard is. Aan de andere kant: als jongeren een boek niet kúnnen uitlezen, wordt het ook niks met die culturele vorming. Het is een oude onderwijsopdracht: aansluiten bij de belevingswereld van kinderen, maar hen niet opsluiten in hun zelfverkozen kooi. Hondsmoeilijk, maar niet onmogelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden