Sterke provincie onmisbaar

Pleidooien voor het opheffen van provincies getuigen van een gebrek aan analytisch vermogen. De provincies moeten juist versterkt worden

Co Verdaas

Onder druk van de recessie staat de bestuurlijke inrichting van Nederland weer op de politieke agenda. Zonder enige onderbouwing roepen politici als Halsema, Pechtold en Verdonk dat provincies maar beter afgeschaft kunnen worden. Ongenuanceerd stelling nemen voor of tegen een bepaalde bestuurslaag getuigt van ‘luiheid’ van denken.

Vertrekpunt
Logischer is het om de opgaven waarvoor we staan te nemen als vertrekpunt voor de discussie over de inrichting van ons openbaar bestuur. Wie dat doet, komt al snel tot de conclusie dat vrijwel elk maatschappelijk vraagstuk ook een regionale dimensie heeft. Mensen bewegen zich zelden enkel binnen een helder afgebakende lokale gemeenschap.

Of het nu gaat om de arbeidsmarkt, de woningmarkt, de waterveiligheid, mobiliteit en bereikbaarheid of de spreiding van maatschappelijke voorzieningen: afstemming op een bovenlokaal niveau is noodzakelijk wanneer de overheid efficiënt en effectief wil handelen.
Daarmee zeg ik niet dat de positie en het takenpakket van het middenbestuur, dat wil zeggen de provincies, niet in de discussie over de bestuurlijke inrichting hoeven te worden betrokken.

Dimensie
Integendeel. Juist vanwege de regionale dimensie van vrijwel elk maatschappelijk vraagstuk is het noodzakelijk heel precies te bekijken welke taak bij welke overheid thuishoort.
Uitgangspunt is daarbij dat wat op gemeentelijk niveau efficiënt en effectief kan worden uitgevoerd, ook door gemeenten zelf wordt gedaan. Maar dat betekent niet dat andere bestuurslagen geen enkele rol hebben. Regionale regie kan ook ondersteunend zijn voor de taken van de gemeenten.

Neem de bedrijventerreinen: geen enkele provincie zou op voorhand zelf bedrijventerreinen moeten willen ontwikkelen en uitgeven. Laat dat vooral een zaak blijven van de – samenwerkende – gemeenten. Toch blijkt in de praktijk dat een middenbestuur noodzakelijk is om te voorkomen dat elke gemeente zijn eigen bedrijventerrein ontwikkelt. Dat leidt namelijk tot verrommeling van het landschap en leegstand. Het gaat in deze discussie dus niet om de vraag of bedrijventerreinen van de gemeente of van de provincie zijn, maar om de vraag wat er op welk schaalniveau moet gebeuren om een maatschappelijk vraagstuk op te lossen. Discussies over het afschaffen of opheffen van bestuurslagen zijn daarbij weinig zinvol.

Relatie
Zo kun je ook naar de relatie tussen Rijk en provincies kijken. Neem het vraagstuk van de enorm toenemende hoeveelheid water die door de grote rivieren moet kunnen stromen: het is ondenkbaar dat een middenbestuur die taak van de nationale overheid zou kunnen overnemen. Maar dat wil niet zeggen dat het Rijk ook alle projecten zelf moet willen uitvoeren: binnen heldere kaders zijn gemeenten en provincies immers prima in staat zelf antwoord te geven op de vraag hoe de rijksdoelen gerealiseerd kunnen worden.

Bijkomend argument is dat het opheffen van de provincies slechts een schijntje van de gezochte 35 miljard aan bezuinigingen oplevert. Gezamenlijk geven de provincies zo’n 1,5 miljard aan overhead uit. De helft hiervan is bestemd voor het uitvoeren van de zogeheten wettelijke taken. En of je die taken nu bij provincies, gemeenten of het Rijk neerlegt, veel zal daar niet op te bezuinigen zijn, tenzij je taken helemaal schrapt. De andere helft gaat op aan een keur van zinvolle maatschappelijke investeringen. Mocht je dit geld weg willen halen, dan is de bezuiniging op de Rijksbegroting jaarlijks maximaal 750 miljoen euro. Een fors bedrag, maar peanuts als je weet dat het totaal 35 miljard euro moet zijn.

Frictiekosten
Wie ook nog de onvermijdelijke frictiekosten en het verlies van investeringen in ogenschouw neemt, snapt dat het afschaffen van provincies nauwelijks een bezuiniging is. Of gemeenten moeten fors groter worden (‘streekgemeenten’), maar daarvoor lijkt weinig draagvlak te zijn.
Waarom zijn provincies – vooral voor Haagse politici – dan toch zo’n populaire pispaal? Volgens mij komt dat vooral omdat Den Haag zelf klem zit. Dan ga je van je afslaan.
Voor de echt belangrijke thema’s als klimaat, energie, milieu en innovatie wordt Brussel steeds belangrijker. Daar worden de relevante wetten en richtlijnen gemaakt. Voor de vorm mogen we nog een eigen Haags sausje over zo’n richtlijn gieten, maar dat levert vaak vooral ellende in de uitvoering op.

Natuurlijk blijft de rijksoverheid een essentiële factor in de inrichting van ons openbaar bestuur. Maar wie vanuit de maatschappelijke opgaven naar de bestuurlijke inrichting van Nederland kijkt, komt tot de conclusie dat een afgeslankte rijksoverheid en een versterkt middenbestuur wellicht meer voor de hand liggen dan het opheffen of minimaliseren van het middenbestuur (de provincies).

Dat daarbij kritisch naar het takenpakket en de omvang van de organisatie wordt gekeken, is in tijden van krapte een morele plicht. Het simpelweg pleiten voor het opheffen van provincies getuigt echter vooral van een gebrek aan analytisch vermogen en realiteitszin.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden