Opinie Taal

Stereotypen in boeken: nou en?

Het is helemaal niet erg als een kind zich niet herkent in een boek, ook dan kan het zich thuisvoelen, betoogt Taaldokter Joost Swanborn.

Een moeder leest samen met haar kinderen. Beeld Hollandse Hoogte / Merlin Dalema

De heksenjacht van hen die ­zowel het probleem als de oplossing van alles zoeken in taal, heeft een nieuw doelwit: ‘stereotypen’ (clichés over geslacht, ras, seksuele voorkeur, et cetera). In schoolboeken ‘wemelt’ het ervan, een wereld waar een kwade genius machtige woorden als magische spreuken uitstrooit over willoze slachtoffers. De enige juiste­ ­reactie luidt: nou en?

Telkens als de elkaar met hun correcte alertheid feliciterende taalkwezels hun fantasieloze richtlijnen uitvaardigen, slaat de verdorring toe in het landschap der taal. ‘Kinderen krijgen via schoolboeken stereotiepe beelden voorgeschoteld van mannen, vrouwen en mensen met een niet-westerse achtergrond.’ Dat ‘niet-­representatieve’ beeld zou hun zelfbeeld aantasten. Zien de tere zieltjes alleen autoritaire mannen, hysterische vrouwen, uitkeringstrekkende allochtonen en kirrende homo’s?

Holle clichés

Nee: de taalzeloten, die gelijkheid verwarren met inwisselbaarheid, betreuren de afwezigheid in schoolboeken van timmerende Eva’s, baby’s verschonende Adams, Shaneequa’s op zeilkamp, Maurits-Jannen in de shishalounge en Ali’s in space­shuttles. Eerder schreven onderzoekers van taalboeken voor immigranten serieus: ‘Typisch vrouwelijke activiteiten, zoals het huishouden doen of voor de kinderen zorgen, kwamen vaker met vrouwelijke namen voor’ – o schande.

Boeken hóéven de werkelijkheid natuurlijk niet te weerspiegelen, maar kennelijk is iedereen nu zo bang zelf slachtoffer te worden van morele verontwaardiging, dat men vlucht in nog hollere clichés dan die welke men bestrijdt. Samen met de vage begrippen en ongefundeerde aannames leidt dit tot gratuite beweringen over stereotypen.

Het debat kenmerkt zich door halfbakken definities. Zo zouden kinderen met een niet-westerse achtergrond zich ‘niet-gerepresenteerd kunnen voelen’ als er weinig mensen met zo’n achtergrond in boeken voorkomen. Maar wat ís dat, je ‘niet-gerepresenteerd voelen’? En: hoe erg is het? Wat betekent het, dat een kind zich moet ‘herkennen’ in een boek? En vooral: waarom zou het zich níét kunnen ‘herkennen’ in een kind van een ander geslacht, met een ander uiterlijk? Zelf verslond ik de ‘meisjesboekjes’ over Shirley Flight, ‘de gevleugelde gastvrouw’. Wat betekent het dat kinderen zich moeten ‘thuisvoelen’ in teksten? Zij zouden ‘gemotiveerder zijn en beter leren’. Hoe meet je dat? En waarom zou dat ‘thuisvoelen’ niet samengaan met stereotypen? Het klinkt allemaal aannemelijk, maar het is kretologie.

Taalmaffia

Dit weerhoudt de taalmaffia er niet van te concluderen hoe ‘belangrijk’ het is stereotypen te vermijden. Dat heeft iets te maken met ‘kansengelijkheid’, maar niemand maakt duidelijk hoe het verband is tussen de vertegenwoordiging in literatuur en de kansen in de praktijk. Ja, ‘kwetsbare groepen’ zouden een ‘verkeerd beeld’ van de werkelijkheid of van hun kansen kunnen krijgen. De betutteling. Een béétje ouder, een béétje leerkracht nuanceert en biedt kaders bij de kinderliteratuur. Een béétje kind snapt dat een boek niet de werkelijkheid is. Dat je niet meteen zelf kunt vliegen als je over stewardessen leest.

En het causale verband ligt vooral andersom: stereotypen bepalen niet de praktijk, ze komen eruit voort. Mannen doen nu eenmaal vaker ‘iets technisch’ dan vrouwen en van minderheden zijn er eh... minder dan van die grauwe middelmaat. Zolang er meer Koens knutselen en Bea’s scones bakken dan andersom, knutselen in veel boeken Koens en bakken Bea’s.

Wij allen leerden lezen en denken met standaardbeelden, verhevigingen van de werkelijkheid, die de literatuur ons schonk. De boze stiefmoeder. De koene ridder. De goede fee. De verstrooide professor. De nurkse zonderling met het hart van goud. De hulpvaardige stewardess. En we leerden relativeren: de meeste ridders zijn niet koen, de meeste stiefmoeders niet boos, de meeste stewardessen geen superhelden. Dus stop met dat doorgeschoten egaliteitsdenken. Dan wordt taalpolitiek-correcte eenheidsworst ons deel: kinderboeken vol gehandicapte, genderfluïde kabouters die de hele dag in fleurige rokjes lopen te houthakken. Boeken horen geen pamfletten te zijn. Het zijn maar woorden.

Joost Swanborn is Neerlandicus en Taaldokter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden