Opinie

Stem van SBS6-kijkers is bepalender voor ons moreel kompas dan ons wetboek

We gaan er in te veel discussies - zie het debat over bonussen - vanuit dat ons juridisch kader geheel losstaat van ons moreel kader.

GoenLinks-Kamerlid Klaver (L) in gesprek met president-commissaris Rik van Slingelandt van ABN AMRO na afloop van het rondetafelgesprek.Beeld anp

De laatste weken heeft iedereen zijn mond vol over bankiers die zich niet moreel zouden gedragen. Ik ben niet voor of tegen bonussen; daar ga ik gelukkig niet over.

Wat ik wel interessant vind is dat iedereen in de discussie er klakkeloos vanuit gaat dat een juridisch kader geheel losstaat van een moreel kader. En het bizarre is, dat we dat nu vinden, omdat het ons nu zo uitkomt. De uitkomst van het juridisch kader (100.000 euro bonus) bevalt ons niet, en daarom bouwen we er met z'n allen een dimensie bovenop: het moreel kader. Dat zogenaamde morele kader verschaft ons dan de legitimiteit om tegen de uitkomst te zijn van wat juridisch mogelijk is. En zo is de cirkel weer rond, want het is evident dat het moreel kader boven het juridisch kader staat en wij dus gelijk hebben.

Er zit iets merkwaardigs in deze redenering. In een land waar wetten op een fatsoenlijke manier tot stand komen (laten we gemakshalve zeggen dat dat in Nederland zo is), zijn wetten eigenlijk niets anders dan de concretisering van wat wij collectief gezien moreel aanvaardbaar en onaanvaardbaar vinden. We vinden het niet fijn als iemand iemand anders vermoordt, en dat leggen wij dan in een wet vast. Zo simpel is het. In een land waar wetten fatsoenlijk tot stand komen, zou er eigenlijk helemaal niet zoveel licht moeten zijn tussen het juridisch en het moreel kader. Sterker nog: het juridisch kader is de concretisering van ons collectief moreel kader. En natuurlijk kan iedereen individueel een ander moreel kader hebben, maar in het nakomen van wetgeving doen we daar gelukkig niets mee. Stel je voor.

Boter op zijn hoofd

Het zou immers raar zijn als iemand zegt: 'Tja, ik heb Pietje vermoord, maar ik vond het wel kunnen.' En dat de Tweede Kamer dan gaat zeggen: 'Het is wel vreemd dat die man berecht is, want hij vond het zelf wel kunnen.'

Bij die bonus-discussie gebeurt precies hetzelfde. Vanuit dat perspectief kun je je afvragen of het deugt, dat de wetgevende (de minister) en de controlerende (Tweede Kamer) macht allebei in koor roepen dat iemand die gebruik maakt van het recht dat ze zelf tot stand hebben gebracht en de volste verantwoordelijkheid voor dragen, immoreel gedrag vertoont. Als de uitkomst je niet aanstaat moet je het lef hebben om de wetgeving aan te passen en niet roepen dat de mensen die binnen een wettelijk kader opereren - enkel en alleen om die reden - niet deugen. In oud Hollands: Wie heeft er nu hier boter op zijn hoofd?

Bovendien zit hier ook een omgekeerde vorm van klassen-justitie in. Wat je eigenlijk zegt tegen een bepaalde elite is: 'Dat wetboek is voor het gewone volk. Voor jullie gelden andere morele standaarden. Welke dat zijn? Dat hangt af van de maatschappelijke verontwaardiging. Dus school je maar op het voorspellen van maatschappelijke verontwaardiging.'

En zo is moraliteit gemarginaliseerd tot een thermometer van maatschappelijke verontwaardiging, in plaats dat zij het fundament is van degelijke wetgeving. Als het erop aankomt is de stem van SBS6-kijkers bepalender voor ons moreel kompas dan ons wetboek.

Ik hou mijn hart vast voor de volgende burger die gebruik wilt maken van zijn recht, en waar de gemiddelde SBS6-kijker moreel net anders over denkt. Ik hoop niet dat u dat u die burger zult zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden