OPINIEVerpleeghuiszorg

Stem het bezoek in verpleeghuizen af op de persoon

Een algemeen bezoekverbod in verpleeghuizen kan niet meer, ook al pakt dat voor sommigen goed uit, betoogt Henk Nies.

Een bewoonster van verpleeghuis Het Haltna Huis van zorginstelling Zorgspectrum krijgt bezoek van haar dochter. Beeld ANP

Het gaat tegen je intuïtie in: verpleeghuisbewoners die níét zouden hebben geleden onder het bezoekverbod in dit voorjaar. Een artikel onder de kop ‘Onderzoek Amsterdam UMC: verpleeghuisbewoners kregen geen knauw door bezoekverbod’ (Ten eerste, 26 september) leek erop te wijzen dat dit het geval was. Op sociale media en onder ouderenzorgwetenschappers stond de juistheid van deze conclusie ter discussie.

Het aangehaalde onderzoek schetste een beeld van enkele honderden bewoners en was gebaseerd op gegevens die zorgverleners geregeld verzamelen om te volgen hoe het met ‘hun’ bewoners gaat. Dat doen ze al jaren. De onderzoekers vergeleken een groep bewoners uit 2019 met een uit 2020. In de coronatijd bleek onder meer de stemming van de bewoners gemiddeld niet slechter dan het jaar ervoor. Wel waren er verschillen: minder mensen voelden zich bang, er werden minder angstdempende medicijnen gebruikt, er waren minder conflicten en er was meer contact met familie, alleen niet fysiek. Bewoners kregen ook minder bezoek, hadden minder sociale activiteiten, minder zingen, minder wandelen, minder naar de kerk en meer mensen voelden zich eenzaam.

We moeten ons afvragen wat dit onderzoek zegt over hoe dat bezoekverbod werkelijk uitpakte voor bewoners. Allereerst: bewoners zijn in deze onderzoeken niet zelf bevraagd, evenmin hun familieleden. Dat is een beperking. Aan de andere kant, zorgverleners zijn getraind om goed te observeren. En onderzoek leert dat zij soms scherper zien wat verpleeghuisbewoners vinden dan familieleden. Ook dat is tegen onze intuïtie in.

In de tweede plaats betekent minder onrust of probleemgedrag niet per se dat het goed gaat met een verpleeghuisbewoner. Misschien is deze apathisch, in zichzelf gekeerd of depressief. Dat moet worden uitgezocht, bij ieder afzonderlijk. In de derde plaats gaan onderzoeken al snel over gemiddelden en percentages mensen bij wie iets speelt, of juist niet. Maar ieder mens is een afwijking van het gemiddelde. Tegenover elke groep waarbij iets positiefs is waargenomen, staat een groep bij wie dat niet zo is. Voor een flink deel van de bewoners was het bezoekverbod een drama. Maar, hoe contra-intuïtief ook, voor een deel was het neutraal of positief.

Hoe kan dit? Precies weten we dat niet. Er zijn aannemelijke verklaringen. Voor mensen met dementie zijn veel prikkels, lawaai, gepraat, verschillende gezichten, vaak niet te bevatten. Ook het veranderen van ruimte, van de woonkamer naar het restaurant, begrijpen zij niet altijd. Het zijn voor hen telkens nieuwe, onbekende omgevingen. Ze zijn de herinnering eraan kwijt en dat maakt onrustig. En een deel van de bewoners wordt ook ongerust van bezoek uit angst voor besmetting door ‘al die mensen over de vloer’. 

Verder speelt bij bezoek mee dat niet alle verpleeghuisbewoners goede verhoudingen hebben met hun kinderen of partner. Soms was die verhouding vroeger al niet al te best, soms lukt het bij dementie niet een goede manier van omgaan te vinden. Zo komen de kinderen of de partner wel op bezoek, maar weten niet wat te doen en ondernemen van alles om dat eindeloze bezoek door te komen. Voor de bewoner is dat ook ingewikkeld; dat vergroot verwarring.

De les? Allereerst: een algemeen bezoekverbod kan niet meer. Te veel bewoners en hun naasten lijden er onder. Medewerkers stuit dergelijke maatregelen tegen de borst. Voor de bewoners voor wie geen of minder bezoek wél goed uitpakt, moet worden uitgezocht hoe anders of minder bezoeken bijdraagt aan meer welbevinden. Ook het personeel kan leren. Minder lawaai maken, krakende deuren, rammelende karren, de tv niet standaard aan, is voor veel bewoners beter. In een aantal verpleeghuizen wordt al uitgeprobeerd wat goed werkt voor welke bewoners.

De verpleeghuiszorg en het bezoek moet dus goed afgestemd zijn op de bewoners. Ook wat tegen de intuïtie ingaat, kan waar zijn: voor sommige mensen wel en andere mensen niet. 

Henk Nies is directeur Strategie & Ontwikkeling van kenniscentrum voor langdurige zorg Vilans en bijzonder hoogleraar Organisatie en beleid van zorg aan de VU.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden