Verslaggeverscolumn Huizen

Steek nooit je middelvinger op in het verkeer

Over een schuldige vinger en een bijna-doodervaring.

In Duitsland noemen ze het een ‘Stinkefinger’ en die kan je daar in het verkeer een boete opleveren van 4.000 euro.

Dit leer ik nadat ik in Nederland, op een doodgewone dinsdagmiddag, mijn middelvinger heb opgestoken op de A2. Waarna ik net niet omslachtig dood word gereden door de ontvanger van mijn pissige gebaartje. Sindsdien zie ik het nut wel van zo’n boete.

Ik ben die vrouw die stad en land afrijdt in een oude Prius. Wie me niet goed kent deelt me nog wel eens in bij de dames ‘keurig’ tot enigszins ‘bekakt’, al zal men mij nooit horen beweren dat deze inschatting ook klopt. Intussen blijk ik, behalve onfatsoenlijk, ook nog eens erg dom.

Ik rijd die dinsdag de paar kilometer boven de maximum snelheid die men zich meent te mogen veroorloven zonder te worden geflitst (vier). Haast hebben we allemaal, en sommigen nog wat meer: bij Den Bosch word ik rechts en op veel hogere snelheid ingehaald en gesneden: een man in een kleine witte BMW, die gemakkelijk linksom had kunnen gaan, want daar zijn nog rijstroken genoeg.

JEZUS - en oeps hallo, middelvinger.

Verboden in Duitsland.

Dan zet meneer gekrenkt de achtervolging in.

Hij zal me in de middagspits op hoge snelheid op een paar meter omcirkelen, zal om-en-om aan mijn bumper kleven en vlak voor me op de rem gaan staan. Hij zal vaak zo griezelig dicht naast me komen rijden dat ik halsoverkop in kleine gaatjes tussen vrachtwagens moet schieten, die dan bulderend claxonneren.

En dit zal veel te lang duren. Bijna twintig minuten lang.

Om precies te zijn duurt het tot het laatste benzinestation voor de afrit Everdingen, waar ik de weg af kan. Bij een eerder station durf ik dat niet, hij volgt me de afrit op. Al snel word ik toch liever bij een pomp in elkaar geslagen, dan dat ik me te pletter rijd onder een DAF-truck.

Ik vergrendel mijn deuren en stop met 112 in de aanslag op mijn telefoon, goed zichtbaar voor het raam. Mijn ‘wegstalker’, zoals de politie hem later geroutineerd zal noemen, remt nog eens piepend vlak achter me, neemt nog één wilde bocht, en stuift er dan vandoor.

Als later ik het kenteken doorgeef zegt de politie dat ik toevallig heb gedaan wat ze ‘altijd’ adviseren in dit soort gevallen: zo snel mogelijk van de weg af, deuren vergrendelen, 112 bellen.

Marc van Kraaikamp (li) en Bart Lammerts.

Bij mij blijft het woordje ‘altijd’ hangen.

’s Avonds deel ik mijn dus niet zo unieke Wildwest-scène wat beschaamd op twitter. Komt dit echt zo vaak voor bij gewone mensen? Na een míddelvinger?

O ja. Keurige lieden reageren nu met verhalen over auto’s die met ijzeren staven zijn bewerkt - eigen kinderen er soms nog in. Over klem gereden worden op de vluchtstrook, en dan voor je leven wegracen over de middenberm.

Ik bel de politie nogmaals. Zeg dat ik (‘met het oog op de nationale veiligheid’) nu toch een stukje voor de krant wil schrijven met de werktitel ‘Landgenoten: Steek Nooit Uw Middelvinger Op in het Verkeer!’

Vinden ze een aardig idee.

Zodoende mag ik voor een korte cursus Middelvinger Afzweren een ochtend mee in de onopvallende zwarte Volkswagen Passat van Marc van Kraaikamp en Bart Lammerts, van het Team Bijzondere Verkeerszaken van de politie Midden-Nederland. Zo’n auto vol camera’s en snufjes uit het tv-programma Wegmisbruikers. Aardige kerels. Bij de koffie laten ze me al vaderlijk weten dat ik ‘sowieso’ blij mag zijn dat mijn middelvinger door meneer niet meteen even is gebroken, want dat komt ook voor. ‘Wij weten hier allemaal hoe gevaarlijk een middelvinger is.’

Bekeuring.

En ja, heel veel mensen doen het. Laatst waarschuwden ze nog een schooljuf: hoe legt u straks aan uw klas uit dat uw middelvinger in het gips zit?

Als ze je al niet op de vluchtstrook in elkaar komen hengsten, zegt Bart.

Marc: ‘Ook de auto wordt steeds vaker ingezet als geweldsmiddel, zoals wij dat noemen. Zoals bij jou.’

Bart, streng: ‘En daar is jouw middelvinger net zo goed verantwoordelijk voor.’

Zij noemen mensen die een middelvinger opsteken, claxonneren of naar hun voorhoofd wijzen, hoe begrijpelijk ook, hoofdschuddend ‘de rijdende rechters’.

Goed punt. En behoorlijk Nederlands.

Dan gaat Marc bij wijze van levensles nog even 180 rijden. Om te laten zien hoe bij hoge snelheid iedere beweging om je heen gevaarlijk wordt.

Ook daarom: nooit op reageren.

Nooit meer. Laat het gaan. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.