Column Arthur van Amerongen

Stank, hoeren en geroosterde sardines: Arthur van Amerongen dreigt het allemaal kwijt te raken

Nederlanders spreken Olhão uit als Ohjajoh, Oliejajoo, Ohalo en Aloha terwijl het gewoon Oljauw is. Zes jaar geleden arriveerde ik hier met het boemeltje uit Faro. Platzak, met een gebroken hart, drie jankende honden in reiskooien en heimwee naar Zuid-Amerika.

Olhão rook naar sinaasappelbloesem, geroosterde sardines en rotte eieren. De zwavellucht is mij dierbaar geworden. Als ik die ruik, weet ik dat ik thuis ben. Boze tongen beweren dat het de meur van nitratensoep is, met ingrediënten uit het riool dat rechtstreeks uitmondt in de door Unesco beschermde Ria Formosa. Milde biologen menen dat de stank wordt veroorzaakt door eb en vloed, moeras en rottend zeewier in het waddengebied.

Er zit nog een typisch geurtje in mijn Olhanees geurenkabinet: de stankbel van de laatste visconservenfabriek. Ooit telde Olhão er zestig en werd het stadje tijdens de Tweede Wereldoorlog steenrijk van de blikjes sardines die naar Duitse, Franse en Engelse soldaten gingen. De Avenida da República ademt nog iets van de grandeur van die gouden tijd.

Toen ik voor het eerst aankwam in Olhão, waande ik mij in het Amsterdam van de jaren tachtig: overal leegstand, slooppanden, ruïnes en vuil. De helft van de middenstand was op de fles en het krioelde van de zwervers, alcoholisten, junkies en hoeren.

Beeld Gabriel Kousbroek

In kroegen is mij vaak verteld dat Olhão de hoerenhoofdstad van Portugal is. De mannen waren altijd op zee, het liefst zo ver weg mogelijk van het gemekker thuis. De onbestorven vissersvrouwtjes moesten hun boodschapjes nou eenmaal betalen en van het een kwam het ander.

Ik vroeg wel eens: maar wie waren hun klantjes dan, als alle mannen op zee waren?

Enfin, een goed verhaal moet je nooit doodchecken.

Ik schat dat er nu nog ruim twintig hoeren door Olhão scharrelen, de stoephoeren langs de N125 niet meegeteld. Overdag hangen de meiden rond bij de methadonpost en ’s nachts bij de bomba, de benzinepomp in de haven (tegenover die visconservenfabriek).

De beruchtste is de kleptomane heroïnehoer Kika Anali. Haar familienaam is overigens ietwat ongebruikelijk in Portugal.

Mijn stadje is nog steeds heerlijk ranzig, maar hoe lang nog?

De gentrificatie rukt op sinds internationale kranten Olhão bombardeerden tot het best bewaarde geheim van Portugal.

Het jeukwoord - of beter gezegd schurftwoord - hip werd niet geschuwd. De gladde slisser Jamie Oliver was lyrisch over culinair Olhão.

Kutyuppen, Franse pensionado’s en pseudobohemiens infecteren de oude kashba. Het zal mij niet verbazen als de beruchte lucht van Olhão binnenkort ingeblikt te koop ligt naast kuipjes vispaté, huisvlijt van kurk en Ronaldo-shirts. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.