Staat moet ons niet aanvallen!

Wanneer je voor vrede, voor mensenrechten en voor rechtvaardigheid bent, dan ben je niet anti-Israël.

Ishai Menuchin

Als het niet al helemaal duidelijk was, dan sluiten we hierbij alle twijfel uit: Israëlische maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor mensenrechten, vrede en solidariteit bevinden zich steeds meer in een hachelijke situatie in de publieke ruimte in Israël. Organisaties worden publiekelijk beschimpt en de Israëlische Knesset bereidt verschillende wetten voor om deze organisaties het werken te belemmeren. Ook onze partners in Nederland die aan de kwestie Israël-Palestina werken hebben te maken met een steeds vijandiger omgeving, zoals recentelijk ICCO ondervond rondom haar steun aan de nieuwssite Electronic Intifada.

Eigen mandaat
Al deze organisaties hebben een eigen mandaat en werken op diverse terreinen, maar delen allemaal het idee dat democratie, vrede, sociale rechtvaardigheid en mensenrechten beschermd moeten worden, voor iedereen en altijd. Het werken met dergelijke waarden wordt steeds moeilijker in Israël. Het Israëlische maatschappelijke middenveld is niet monolithisch. Wat zij echter gemeenschappelijk heeft, is het duidelijke verlangen om op een democratische manier vrede en respect voor mensenrechten te bevorderen in een democratisch en rechtvaardig Israël.

Onze acties, visies en ideologieën worden echter als ‘anti-Israël’ opgevat. We vatten dergelijke interpretaties op als gemakzuchtige pogingen om een dialoog te vermijden en om met macht te regeren. Wij geloven niet in ‘één Israël’, met slechts één maatschappelijke en politieke identiteit. Wij weigeren dan ook om de maatschappij waar wij voor strijden tot dat niveau te laten degenereren.

Manieren
Als actieve leden in de Israëlische publieke ruimte, zoeken wij naar manieren om waarden te bevorderen die alleen geïnterpreteerd kunnen worden als universeel, democratische en gebaseerd op mensenrechten. Pogingen om onze acties anderszins neer te zetten zoals bijvoorbeeld gebeurt door NGO-monitor, zijn niet oprecht, bevooroordeeld en gebaseerd op een duidelijke politieke agenda die gericht is op de instandhouding van de status quo, het demoniseren en het om zeep helpen van organisaties die zich inzetten voor mensenrechten, vrede en solidariteit.

Dit is onaanvaardbaar in elke maatschappij die als democratisch beschouwd wordt. In Israël worden duidelijke en verontrustende pogingen ondernomen die verder reiken dan ons uit te dagen op ons eigen werkterrein. Deze gaan zover dat onze legitimiteit afhankelijk gemaakt wordt van het nakomen van restrictieve richtlijnen die het maatschappelijk middenveld worden opgelegd, zoals de BDS-wetgeving die het strafbaar maakt om op te roepen tot boycot van Israël.

Gevaren
We hoeven niet ver te kijken om ons de gevaren te herinneren van een maatschappij zonder actieve maatschappelijke organisaties waar de discussie over mensenrechten is verstomd en waar maatschappelijke organisaties worden gedwongen haar eigen bestaan te verdedigen en waar medewerkers worden gedwongen om hun eigen veiligheid en vrijheid te verdedigen.

Daarom is het jammer genoeg noodzakelijk om dit artikel te schrijven, om weer eens die argumenten te maken die in een echt democratische samenleving als vanzelfsprekend worden beschouwd. Er is meer aan de hand dan een strijdlustige wind die door Nederland en Israël waait. Het politieke debat in Nederland en Israël is vijandig, intolerant en zelfs gewelddadig aan het worden. In het verleden werden onze beweringen door de overheid van repliek voorzien, of werden wij door anderen uitgedaagd in de levendige publieke ruimte.

Absurdistisch
Nu merken we dat we op een minder democratische manier bejegend worden door de overheid en andere actoren en dat extremistische standpunten van sommige organisaties in het maatschappelijk middenveld overgenomen worden door overheidsorganen. Er worden bewuste pogingen ondernomen om financiering aan te pakken en wetgeving in te voeren die de ruimte voor onze maatschappelijke organisaties verder beperkt en criminaliseert. De situatie heeft zelfs zo’n absurdistisch niveau bereikt, dat de Israëlische Knesset een parlementaire onderzoekscommissie aan het installeren is die zich specifiek richt op het doorlichten van mensenrechtenorganisaties.

Ambtenaren en politici op de hoogste niveaus in de Israëlische regering gebruiken agressieve taal om bepaalde mensenrechtenorganisaties te criminaliseren. In Nederland wordt soortgelijke taal steeds vaker gebruikt richting maatschappelijke organisaties die zich met de kwestie Israël – Palestina bezighouden.

Wij kunnen er alleen maar op hopen dat Uri Rosenthal, de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, tijdens zijn bezoek aan Israël met zijn collega Avigdor Lieberman, de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, is ingegaan op de oproep tot terugkeer tot de redelijkheid in beide landen. En dat ze zich inzetten voor de bescherming van rechten en integriteit van maatschappelijke organisaties die gezamenlijk werken aan een betere toekomst voor iedereen. Maatschappelijke organisaties verwachten niet dat de staat het met ze eens is, maar verwachten ook niet dat de staat hen aanvalt. Tenminste, niet een democratische staat. Heren ministers, de keuze is aan u.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden