Sta stil bij de morele onschuld van militairen

Er is te weinig aandacht voor de morele verwondingen van Nederlandse militairen, betoogt Tine Molendijk.

Nederlandse commando's van het KCT (Korps Commando Troepen) tijdens een patrouille richting de stad Bakal, 2014. Beeld ANP

Vandaag herdenken we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en conflicten nadien, op 5 mei vieren we de vrijheid. Deze dagen hebben een sterke morele betekenis: oorlog staat voor het kwaad en vrijheid wordt gevierd als fundamentele waarde. De recente verhitte discussies over wie wel en niet worden herdacht onderstrepen eerder de morele significantie van deze dagen dan dat ze een verminderde belangstelling demonstreren. Waarom weten we dan zo weinig van de morele impact van huidige conflicten op de militairen die ernaar worden uitgezonden?

Als antropoloog doe ik momenteel onderzoek naar de morele kanten van uitzendgerelateerde problematiek. Hiervoor sprak ik tientallen (oud-)militairen die dergelijke problemen hebben ontwikkeld. Hun ­verhalen beginnen vaak niet met ­abstracte idealen, maar met een concrete hang naar sport en avontuur.

Ze vervolgen hun verhalen ook niet met afstandelijke vragen over de hoe succesvol de missie was, maar met concrete gebeurtenissen, zoals de kick van de eerste patrouille, high ­fiven met lokale kids, het verliezen van een buddy, de hulpvragende blik van dat jongetje, bij thuiskomst verdwalen in een supermarkt met te veel keuze, woede voelen over groot en klein onrecht – van menselijk lijden tot rechts ingehaald worden op de snelweg – of een knagend gevoel dat ze toen misschien anders hadden moeten handelen. Zonder het als zodanig te benoemen, spreken hun verhalen niet zelden over morele vragen.

Dat militaire interventie een morele impact kan hebben op de mensen die hieraan deelnemen, was lange tijd een vanzelfsprekendheid. Neem het christendom van het eerste millennium. Als krijgers terugkeerden van een oorlog moesten zij standaard verschillende rituelen van ‘boetedoening’ en purificatie ondergaan. In ­Mozambique gebeurt iets dergelijks nog altijd. Toen de burgeroorlog daar eindigde, in 1992, ondergingen teruggekeerde militairen vaak purificatierituelen, welke dienden om militairen te ontdoen van onder meer de geesten van mensen die zij of anderen hadden gedood. Nota bene: in deze rituelen speelde niet alleen de veteraan, maar ook de gemeenschap een cruciale rol.

In onze huidige samenleving lijkt een dergelijke geïnstitutionaliseerde benadering van oorlog verdwenen. Tegenwoordig wordt de impact van oorlog vooral begrepen als een psychische stoornis, als posttraumatische stressstoornis (ptss). Hoe waardevol dit begrip ook is, het richt zich vooral op ervaringen van levensdreiging, en als zodanig veel minder op morele worstelingen. Maar sinds ongeveer een decennium is een nieuw begrip ontstaan: moral injury, of: morele verwonding.

Morele verwonding gaat om het verliezen van onschuld in twee betekenissen: onschuld in de zin van niet-schuldig zijn, en onschuld in de zin van onbekend zijn met de kwade kant van de wereld. Hoewel ptss en morele verwonding elkaar deels overlappen, zijn er belangrijke verschillen. Ptss houdt in dat het eigen gevoel van veiligheid geweld aan is gedaan, morele verwonding gaat om de schending van de eigen morele overtuigingen. Bij ptss staan angst- en spanningsgerelateerde klachten centraal, bij morele verwonding zijn dit gevoelens van schuld, schaamte en/of verraad. Bij ptss is het van belang om weer een gevoel van veiligheid te herstellen, bij morele verwonding is het belangrijk om weer vertrouwen in jezelf en de wereld om je heen te krijgen.

Tegelijkertijd: morele verwonding gaat nog altijd alleen over de individuele militair, terwijl interventie per definitie een collectieve aangelegenheid is. Het is op politiek niveau dat wordt bepaald op welke missie een militair wordt gestuurd, en het is op breder maatschappelijk niveau dat wordt bediscussieerd of het handelen van die militair gerechtvaardigd was. Misschien moet dus niet alleen bij de individuele militair een antwoord op morele verwonding worden gezocht, maar ook in hoe wij allen omgaan met oorlog en de morele significantie van oorlog. 4 en 5 mei vormen een gelegenheid.

Tine Molendijk is cultureel antropoloog en promovenda aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij verricht interdisciplinair onderzoek naar de morele, politieke en maatschappelijke dimensies van ‘moral injury’ onder veteranen van Dutchbat (Srebrenica, Bosnië) en TFU (Uruzgan, Afghanistan).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.