Opinie China en Europa

Sta China niet toe Europa te splijten

Het beleid van de EU inzake de politiek-economische dreiging van China vereist veel meer eenheid.

De haven van Piraeus die grotendeels in handen is van de Chinese Cosco Groep. Beeld EPA

In de veiligheidsdiscussie in Europa domineert de potentiële Russische dreiging. De annexatie van de Krim, het conflict in Oost-Oekraïne en het neerschieten van MH17 hebben geleid tot westerse sancties, verhoging van ­defensiebudgetten en versterking van de Navo in Oost-Europa.

Maar op langere termijn vormt China een grotere bedreiging voor ­Europa, en dat is niet zozeer een militaire als wel een politiek-economische dreiging. China wil meer invloed in Europa en heeft daar miljarden euro’s voor over. Sinds 2014 investeert China vier keer meer in Europa dan Europa in China. Peking gebruikt die investeringen ook om regeringen onder druk te zetten. Toen Ierland in 2016 Chinese mensenrechtenschendingen bekritiseerde, kwam Iers rundvlees nauwelijks China in. Hetzelfde ondervond Litouwen met zuivel.

De Chinese op Europa gerichte ­inspanningen begonnen in 2012 met de ‘16+1’. Dit platform ontstond in Warschau, tijdens een ‘eenmalige’ ontmoeting van zestien Centraal- en Oost-Europese (CEE-)regeringsleiders met de Chinese president. Inmiddels kent dit platform reguliere topontmoetingen en een secretariaat. Zo ­komen de staatshoofden van de ‘16+1’ landen jaarlijks samen. De Centraal- en Oost-Europese landen praten op die toppen vooral over Chinese economische investeringen. De Europese leden van dit platform zijn Albanië, Bosnië, Bulgarije, Estland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Macedonië, Montenegro, Polen, Roemenië, Servië, Slovenië, Slowakije en Tsjechië. Elf daarvan zijn lid van de EU.

China wil met de deelnemers één op één (bilateraal) samenwerken. Dit zonder bijvoorbeeld de Europese aanbestedingsregels of de belangen van de EU als geheel in overweging te nemen. Dat verleidt een deel van de EU-landen zich steeds meer aan Chinese en steeds minder aan EU-normen te conformeren. Zo worden deze landen binnen de Chinese invloedssfeer getrokken en gaan ze zich steeds meer als vazal­staten van China gedragen. Het staat de zestien Europese landen uiteraard vrij hun eigen beleid te bepalen, maar het Europese belang komt toch in het geding als Europese leiders elkaar ­verdringen om de belangen van de Chinese president te dienen.

De Chinese investeringen moeten ook gezien worden als onderdeel van Belt and Road, oftewel ‘de Nieuwe Zijderoute’, een ambitieus Chinees plan om Europa, Azië en Afrika nader tot ­elkaar te brengen door de aanleg van nieuwe wegen, vliegvelden en spoorverbindingen. In 2017 werd gemeld dat China voor 900 miljard dollar aan investeringen gepland heeft voor infrastructuurwerken in 65 landen.

Het Chinese beleid kent drie doelstellingen: de westerse eenheid verstoren, Europa economisch voor ­eigen gewin manipuleren en het ­Chinese politieke en economische systeem wereldwijd aanbevelen als alternatief voor de liberale democratie.

De realisering hiervan komt geleidelijk dichterbij. Zo investeert China in bepaalde Europese strategische sectoren. De contracten vereisen vaak het overbrengen van technologie naar China. Die investeringen sluiten aan bij de doelstellingen van een Chinees beleidsplan als ‘Made in China 2025’. Dit is erop gericht met staatssteun Chinese hightechbedrijven te ontwikkelen die de concurrentie met buitenlandse bedrijven aankunnen. Buitenlandse technologie moet in China zelf eerst worden vervangen door Chinese technologie en vervolgens gaan de bedrijven met die technologie de internationale markt op.

Een probleem is dat Europese ­bedrijven hetzelfde in China niet ­mogen. In veel sectoren zijn buitenlandse investeringen en overnames verboden. De Chinese overnames zijn niet los te zien van het Belt and Road-programma. Zo heeft China al ongeveer 10 procent van de volledige Europese havencapaciteit in handen.

Nu is ook al duidelijk dat de ­Chinese plannen onenigheid veroorzaken in de toch al zwakke eenheid van de EU. Ook de waarden die de EU wil uitdragen staan op het spel. In China is immers weinig sprake van mensenrechten, vrijheid van ­meningsuiting en een rechtsstaat.

Landen buiten de ‘16+1’ als Italië, Portugal en Griekenland wendden zich ook tot China. Zij hebben geld nodig en werden door de EU gedwongen staatsbedrijven te privatiseren. Niemand kan hen nu beletten die aan Chinese bedrijven te verkopen. De ­bevolking in deze Zuid-Europese landen is vooral de bezuinigingen op openbare voorzieningen moe. Chinees geld biedt politici een uitkomst.

Er zijn ook internationaal-politieke consequenties. Griekenland blokkeerde een verklaring bij de VN waar-in de EU haar bezorgdheid wilde uitspreken over de Chinese mensenrechtensituatie. En Belt and Road-landen bij de EU en VN stemmen vaak volgens Chinese instructie als het gaat om mensenrechten of CO2 -heffingen voor vliegtuigen of elektrische auto’s.

Sommige Europese leiders stellen zich wantrouwend op tegenover de Chinese initiatieven. De Franse president Macron riep op tot een verenigd Europees front tegen Chinese overnames. En in november sloot de EU een belangrijk akkoord over screening van buitenlandse investeringen in strategische sectoren. Hoewel niet onbelangrijk, vereist het EU-beleid veel meer eenheid gezien de geopolitieke realiteit van het Chinese beleid.

Kees Homan is veiligheids­deskundige.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden