OpinieSrebrenica

Srebrenica? Het zegt jongeren weinig. Laat dit drama niet wegzakken in ons nationale geheugen

De val van de moslimenclave Srebrenica speelt een bescheiden rol in de canon van onze geschiedenis. Maar als we Srebrenica vergeten, vergeten we de slachtoffers, betoogt Koos van der Bruggen. Geschiedenisdocenten hebben hier een duidelijk rol in, blijkt uit scriptieonderzoek van Marit Steman.

Overste Thom Karremans steekt een sigaret op terwijl Dutchbat Zagreb binnen trekt in juli 1995.Beeld ANP

In de afgelopen 25 jaar zijn tal van studies gewijd aan de val van Srebrenica en de daarop volgende massamoord op meer dan achtduizend moslimmannen en -jongens. Desondanks bleven veel vragen onbeantwoord. Vijf jaar geleden wierpen oud-minister van Defensie Joris Voorhoeve en het radioprogramma Argos nieuwe vragen op over het uitblijven van luchtsteun en over mogelijke voorkennis bij Navo-bondgenoten over een aanval van de Serven. Het was voor de regering aanleiding om het NIOD opnieuw een opdracht te geven om onderzoek te doen naar deze beide aspecten.

Een eerste conclusie was dat er geen bewijzen waren gevonden voor het bestaan van geheime internationale politieke besluitvorming over het (niet) verlenen van luchtsteun, voorafgaand en tijdens de aanval op Srebrenica. Wel is sprake geweest van terughoudendheid bij de inzet van het luchtwapen. Maar dat was niet anders dan bij eerdere aanvragen voor luchtsteun.

Een volgende conclusie was dat in nieuw beschikbaar gekomen bronnenmateriaal op het gebied van ‘voorkennis’ geen aanwijzingen zijn aangetroffen op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat betrokkenen, waaronder inlichtingendiensten, op de hoogte waren van een concreet plan om de enclave Srebrenica aan te vallen en in te nemen.

Deze conclusies waren teleurstellend voor betrokkenen, zoals Bosnische moslims, Dutchbat en ook Joris Voorhoeve. Maar het tweede NIOD-onderzoek heeft verder niet geleid tot veel discussie in politiek, krijgsmacht en media. Dat roept de vraag op wat vandaag de val van Srebrenica nog betekent voor slachtoffers en nabestaanden, voor Dutchbat en voor politiek en krijgsmacht.

Onuitwisbaar

De impact van Srebrenica is uiteraard het grootst voor slachtoffers en nabestaanden. De genocide drukt een onuitwisbaar stempel op hun leven. Het leven is min of meer opgepakt in de stad, maar een grote begraafplaats en een met Nederlandse steun tot stand gekomen herinneringscentrum doen blijvend denken aan juli 1995.

Dat is ook in het leven van alledag het geval: nog steeds wonen Bosnische Serven en moslims bij elkaar. Van een echte verzoening is geen sprake. Ook voor veel nabestaanden die Srebrenica zijn ontvlucht, ook naar Nederland, leeft ‘Srebrenica’ nog elke dag. Veel hier woonachtige Bosniërs zullen ook dit jaar op 11 juli opnieuw stilstaan bij hun doden. Ook is er discussie over financiële genoegdoening. Voor nabestaanden van 350 vluchtelingen die vanuit de compound van Dutchbat zijn weggevoerd, wordt dat geregeld.

Ook voormalige Dutchbatters leven tot de dag van vandaag met de gevolgen van wat onder hun ogen is gebeurd. Velen kampen met PTSS of andere klachten. In de afgelopen jaren hebben zij gepleit voor excuses van de Nederlandse overheid voor hun ‘onmogelijke missie’ (aldus oud-Defensieminister Hennis). Sommigen procederen voor financiële genoegdoening. Ook zijn er ex-Dutchbatters die contact hebben gezocht met slachtoffers en nabestaanden. Dat heeft geleid tot mooie verzoeningsprojecten.

Voorhoeve

Voor een aantal politici zoals de toenmalige minister Voorhoeve is het boek Srebrenica nooit gesloten. Maar voor deze politieke generatie lijkt Srebrenica vooral geschiedenis. De nazorg voor Dutchbat en nabestaanden en betrokkenheid bij de herdenking van het Srebrenicadrama, hier en in Bosnië, zijn de belangrijkste actuele bekommeringen. Blijvend gevolg van Srebrenica is verder een militair-politiek toetsingskader voor de uitzending van militaire missies.

Toch lijkt een aantal lessen van destijds op de achtergrond geraakt: recentelijk hebben enkele ernstige incidenten rond militaire missies plaats gevonden, zoals de fatale aanval in Hawija (Irak).

Hoewel de val van Srebrenica zeker niet alleen kan worden toegeschreven aan het mogelijk falen van Dutchbat, voelde de Nederlandse krijgsmacht zich geblameerd. Daarom werd gestreefd naar rehabilitatie. En hoe kan dat beter dan door met succes aan andere missies deel te nemen. Volgens militair historicus Christ Klep bewijzen de missies in Uruzgan, Irak en Mali dat de krijgsmacht de tragische episode van Srebrenica achter zich heeft gelaten. Symbolisch kwam dat tot uiting door na het succesvol afslaan van een Taliban-aanval op het dorpje Chora in Uruzgan de vlag te hijsen van de eenheid die in 1995 in Srebrenica was gestationeerd. Hoe begrijpelijk ook, recente incidenten als in Hawija leren dat ook nu nog lang niet alles goed gaat.

‘Srebrenica’ blijft

Srebrenica maakt deel uit van ons verleden, of we het nu leuk vinden of niet. Zoals het canonvenster Srebrenica concludeert: ‘Srebrenica blijft een open wond.’ Toch is voor veel jongeren Srebrenica een naam die nauwelijks herkenning oproept, onder meer omdat er in het onderwijs nauwelijks aandacht voor is. En voor ouderen is het wellicht verleidelijk om de negatieve hoofdrol van Nederland in dit drama maar liever te vergeten. Maar als we Srebrenica vergeten, dan vergeten we ook de slachtoffers en hun nabestaanden. En dan vergeten we de militairen van Dutchbat die fouten hebben gemaakt, maar die zich vooral hebben ingezet voor een ‘onmogelijke missie’. De opname van Srebrenica in de Canon van Nederland kan ertoe bijdragen dat dit drama niet wegzakt uit ons nationaal geheugen. 

Koos van der Bruggen was coördinator van het tweede NIOD-onderzoek naar Srebrenica (2016).

DOCENT GAAT VERDER DAN GESCHREVEN TEKSTEN

In mijn bachelorscriptie geschiedenis aan het University College Utrecht heb ik onderzoek gedaan naar de behandeling van ‘Srebrenica’ op het vwo. De Canon van Nederland en schoolboeken zijn beide aan bod gekomen, maar het meest leerde ik van interviews met docenten geschiedenis. De tekst over Srebrenica in schoolboeken is summier. Maar wat vergeten lijkt te worden, is de rol van docenten. Zij hebben de kans om in hun lessen onderwerpen te behandelen die niet in schoolboeken voorkomen, of extra aandacht te besteden aan onderwerpen die minimaal genoemd worden.

De docenten die ik voor mijn scriptie interviewde gaven allemaal aan dat zij zeker meer over Srebrenica vertelden dan in de schoolboeken stond, als ze die al gebruikten. Ze vertelden dat hun leerlingen vaak de paragraaf in het schoolboek als huiswerk lazen, waarna de docent in de les meer informatie en opdrachten kan geven.

Schoolboeken geven dus geen accuraat beeld van welke onderwerpen er behandeld worden in het geschiedenisonderwijs, noch van hoe deze onderwerpen dan worden behandeld. Geschiedenisdocenten hebben zo veel invloed op hoe onderwerpen aan bod komen in hun lessen dat zij moeten worden geïnterviewd als men iets wil kunnen zeggen over de behandeling van bepaalde onderwerpen in het geschiedenisonderwijs.

Daarnaast worden conclusies als ‘jongeren weten er te weinig van’ vrijwel nooit in een bredere context geplaatst. Weten jongeren – in deze context eerder twintigers dan middelbareschoolleerlingen – de andere dingen die hun zijn verteld in geschiedenislessen nog wel? Pas als we weten hoeveel informatie die is verstrekt in geschiedenislessen blijft hangen, kunnen we iets zeggen over het feit dat men weinig weet over Srebrenica. Kortom, veel conclusies worden voorbarig getrokken.

Echter, ook ik merk dat mijn Nederlandse studiegenootjes weinig weten over de val van Srebrenica. Er is dus zeker ruimte voor verbetering, maar het baat om op weg naar deze verbetering beter te luisteren naar geschiedenisdocenten.

Marit Steman studeert geschiedenis in Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden