Verslaggeverscolumn in Nieuwerkerk aan den IJssel

Spullen repareren prima, maar pak liever de fabrikanten aan

Met mijn zwaargewonde koffiemachine rij ik naar het Repair Café; op de radio klinkt het reclamespotje dat ons oproept kapotte spullen te repareren. Dit is een weggooimaatschappij, niets meer is van waarde want alles is goedkoop – dit geldt ook voor bijvoorbeeld de politiek, denk ik onderweg, maar nu eerst de reanimatie van mijn Krups XN 3005.

Heb ik geen semi-poëtische reclamecampagne voor nodig.

Het eerste Repair Café bestaat tien jaar en inmiddels zijn overal Repair Cafés: in Nederland 489. Deze in Nieuwerkerk aan den IJssel is begonnen door Peter Rommens. Als Peter me vraagt wat er scheelt aan m’n machine zeg ik: hij doet het niet.

‘Ja, dat zegt iedereen die hier binnenkomt.’

Nico (l), Gert en mijn koffiemachine. Beeld Toine Heijmans

Ik ben vroeg en dat is goed want later is het aansluiten in de rij. Het is in een mooi pand in het oude centrum, belangeloos ter beschikking gesteld door de eigenaar, zoals iedereen belangeloos werkt in het Repair Café. Er is koffie en Peter deelt boterstaaf rond. Hij is ingenieur maar ‘theoretisch technisch’; zo’n halogeenlamp met gecorrodeerde aansluitingen kan hij hebben, maar Rob, Gert en Nico zijn de echte helden.

Mijn machine kostte drie jaar geleden 89 euro. ‘Nou’, zegt Nico de Weerd terwijl hij mijn patiënt op tafel legt, ‘ik ga toch maar even mijn eigen gereedschapstasje uit de auto halen.’ De Krups wordt bijeengehouden door vier stoere Torx-schroeven, maar zodra Nico ze los heeft en keurig in een sardineblikje legt, blijkt dat decoratie. Het lichaam is van puur zwart, hard kunststof – Nico zal de borstkas ‘met klaar geweld’ moeten openbreken.

Repareren is niet ingewikkeld, leer ik: het openmaken van gewonde apparaten is de kunst. Het gaat om de ‘klikjes’ die het kunststof bijeenhouden – Rob schuift een schroevendraaier tussen de hardplastic schalen van een JBL-wekkerradio en luistert, voelt, ‘ja, daar is het klikje’.

De mannen die hier repareren, zijn bijna allemaal gepensioneerd; het is mooi werk en de klanten komen toch ook voor een praatje en de koffie. Je moet het, zegt Peter, ‘zien als iets sociaals’. Maar ze repareren goed en gratis. Hier hebben ze nog tijd en geduld – schaars in de wegwerpmaatschappij.

Peter Rommens. Beeld Toine Heijmans

Met zijn zakmes zoekt Nico toegang tot mijn machine, ‘je moet als reparateur niet bang zijn’. Tegenover hem ontrafelt Gert Lekkerkerk het geheim van een oesterachtige Miele-stofzuiger. Gert zat in de grote elektronica, hij is een meester met de multimeter en de soldeerbout, maar dit ding wil niet open.

Aan schroefjes doen fabrikanten niet, dat is duur. Langs de muur staat een oude buizenradio te schitteren, ze repareerden er inmiddels drie, ‘die zijn gemáákt om te repareren’, zegt Peter. Nieuwe apparaten – dat is het probleem. De fabrikant wil niet dat je repareert. Die wil dat je een nieuwe koopt.

Spullen van Apple, daar kunnen ze dus niks mee in het Repair Café. The Washington Post bracht een verbijsterend verhaal onder de kop Why EarPods can’t be fixed: die dure draadloze oordopjes sterven binnen twee jaar omdat Apple de oplaadbare batterijen in kunststof giet. Techcolumnist Geoffrey Fowler voerde met moeite een autopsie uit, conclusie: ‘We shouldn’t let Apple turn headphones into expensive, disposable products’.

Maar dat doen ze dus wel, want aandeelhouders en winst, en de mensen blijven toch wel kopen. Boetes en wetten, denk ik, werken hier beter dan reclamespotjes.

Naast me probeert Nico nog steeds het karkas van mijn koffiemachine te kraken, ‘ze hebben hem gewoon helemaal ingegoten’, en ik lees voor van de Krups-website dat ze ‘tien jaar repareerbaarheid’ beloven, ‘onze producten zijn ontworpen om gemakkelijk (…) te demonteren en opnieuw te monteren.’

Nu moeten we toch echt even heel erg hard lachen in het Repair Café, vooral na de zin: ‘de kosten van reparatie zijn goedkoper dan het vervangen van een product.’ Een nieuwe Krups kost 97 euro. Had Nico arbeidsloon gerekend, dan was ik het dubbele kwijt geweest.

De XN 3005, overleden. Beeld Toine Heijmans

Meer gewonden worden binnengebracht, daar is de eerste Senseo al: hij doet het niet. In de hitparade van kapotte spullen staat de Senseo op 1. De watertank heft een vlottertje met een magneetje, dat gaat natuurlijk roesten en dan loopt het vast. Bekend probleem. De vraag blijft: waarom maakt Philips die dingen zo?

En wist ik dat de garantie verloopt als je zelf iets probeert te repareren. ‘Dat doen ze ook expres.’

Nu stijgt een geweldig lawaai op uit m’n XN 3005, die ongevraagd begint te pompen, en paf daar brandt iets door.

Nico geeft het op, teleurgesteld. Gert: ‘Dat is wel jammer voor u.’ Nico: ‘Had je niet gewoon een Senseo kunnen nemen?’

Thuis ontdoe ik me van het stoffelijk overschot: een dramatische donatie aan de lineaire economie in de afvalcontainer van goede bedoelingen.

Gert soldeert de ingewanden van een stofzuiger. Beeld Toine Heijmans
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden