Column Sheila Sitalsing

Spreken als mens is een minister niet vergund, ook niet die malle Grapperhaus

Generaties presentatoren hebben van Steve Jobs geleerd dat het zaak is het lekkerste voor het laatst te bewaren: men spreekt een half uur vol, maakt afrondende geluiden, zegt ‘one more thing’, tovert een nieuwe muziekdrager/telefoon/vliegende auto/pratende kip tevoorschijn en incasseert het daverende applaus.

Dus wanneer een minister zich een kwartier lang door een ondervraging over kwestie A aan een talkshowtafel heeft geploegd en de presentator na wat afsluitende geluiden bestudeerd nonchalant ‘O, nog één andere kwestie’ zegt, dan weet de kijker: nu komt het erop aan, nu zit de eenzame voorlichter van de minister zich in de coulissen met kloppend hart en zwetende handpalmen af te vragen wat er komen gaat.

Ferdinand Grapperhaus, de verse CDA-minister van Justitie en Veiligheid, een sympathiek ogende oud-advocaat die vroeger mooie stukken in de krant schreef alsook een bevlogen boek over de kloof tussen kansrijken en kansarmen, is nog zo groen in de politiek, dat hij nog niet volledig gemediatraind is. Dat laatste betekent dat hij nog niet gedrild is in het uitsluitend geven van nietszeggende antwoorden, dat hij er nog niet tot in elke vezel van doordrongen is dat alles wat hij in het openbaar zegt potentieel grote implicaties heeft.

Dus toen hij dinsdagavond bij Jeroen Pauw aan tafel zat en toen die hem, na een kwartier van wazige speculaties over Russische dan wel Noord-Koreaanse cybercriminelen, nog één dingetje vroeg, namelijk of de Nederlandse peuters uit het kalifaat die nu in Koerdische kampen verkommeren terug naar Nederland moeten komen, zei Grapperhaus: ‘Ik vind het verschrikkelijk verkeerd dat die kinderen zich in dit soort gebieden bevinden. En ik ben al geruime tijd met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding bezig te onderzoeken hoe dat precies ligt en hoe men op een veilige wijze zou kunnen verwezenlijken dat die kinderen zouden kunnen terugkeren.’

Want, vroeg Pauw voor de zekerheid, dat wilt u wel? ‘Nou, als ik zeg: ik vind het afgrijselijk dat die kinderen daar zitten, dan zeg ik: kinderen moeten daar weg, die moeten niet in zo’n kamp zitten.’

Hier sprak de jurist die in een vorig leven vol betrokkenheid de wereld beschouwde in zijn columns in Het Financieele Dagblad en schreef dat jihadisten, de eventuele vaders en moeders van deze peuters, naar Nederland moeten terugkeren, om verantwoording af te leggen en berecht te worden, ‘maar óók om ze daarna genade te kunnen geven’.

Maar spreken als mens is een minister niet vergund en al helemaal niet wanneer hij een coalitielijn heeft onderschreven die een probleem net zo lang negeert tot het vanzelf weggaat. Dus was de premier zelve woensdag de ganse dag in touw om uit te leggen dat het géén regeringsbeleid is om moeite te doen om verdoolde Nederlandse kleuters terug te halen, ook niet als die kinderen verstoken van onderwijs vastzitten in Noord-Syrië, ook niet als de Koerdische kampbewaarders verzoeken of Nederland alsjeblieft zijn mensen wil komen ophalen.

De Tweede Kamer eist een brief en een debat. Er konden zorgelijke geluiden worden opgetekend over die malle Grapperhaus.

Ik dacht aan Houssein, de man die al zolang probeert zijn in het kalifaat geboren kleindochtertjes naar Nederland probeert te krijgen en de valse hoop die Grapperhaus met zijn gestuntel heeft verspreid. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.