ColumnRobert van de Griend

Spreek ons aan op fouten en hiaten, zoals u ons ook mag aanspreken op de samenstelling van onze redactie

De voorbije weken leidde ik op deze plek in zo’n 935 woorden de themanummers in die we als krant maakten over de impact van het coronavirus. Die stukjes, het zal u wellicht zijn opgevallen, bevatten grofweg dezelfde elementen: een paar beweringen over de tijd waarin we leven, een aantal bruggetjes tussen de afzonderlijke artikelen, hier en daar wat persoonlijke noten en ironische terzijdes en tot slot nog een sneer naar een opportunistische politicus. Een kind kan de was doen.

Deze week maken we weer een themanummer. Niet over corona dit keer, maar over het wereldwijde protest tegen racisme, een onderwerp van zo’n groot maatschappelijk belang dat het wat ons betreft extra aandacht in de krant verdient. En nu bewegen mijn vingers na elke zin die ik typ als vanzelf naar de backspace-toets op mijn laptop.

Omdat een deel van u wellicht zal verwachten dat ik als witte bevoorrechte man en tevens chef van dit katern verantwoording afleg voor dit themanummer, en ik daar begrip voor heb, maar niet zo goed weet hoe. 

Omdat ik besef dat woorden wel degelijk pijn kunnen doen. Omdat ik er tegelijkertijd voor wil waken dat ik me in mijn woordkeus volledig laat leiden door een paar luidruchtige hardliners in het racismedebat, die, of ze nu wit, zwart, rechts of links zijn, hun opponenten liever overschreeuwen dan een poging doen ze te verstaan.

Dus ja.

Ik kan schrijven dat ik tegen racisme ben, maar wie is dat eigenlijk niet?

Ik kan schrijven dat ik zelf geen racist ben, maar ik weet dat ik in mijn leven meer dan eens achterdochtig en ongevoelig ben geweest naar mensen met een andere huidskleur – en waarschijnlijk nog vaker dan ik me realiseer, want dat is nu juist de kern van institutioneel racisme.

Ik kan schrijven hoe, waar en wanneer ik me precies racistisch heb gedragen, maar de scheidslijn tussen kwetsbaar en koket is dun in dit geval.

Ik kan schrijven dat ik de laatste jaren meer doordrongen ben geraakt van het racismeprobleem, maar zou niet durven zeggen waarom ik daarover zo lang heb gedaan.

Ik kan schrijven dat we massaal in actie moeten komen, maar er zijn anderen die dat veel beter en overtuigender kunnen dan ik, en er al jaren voor strijden om te worden gehoord.

Ik kan schrijven dat hier eigenlijk een gekleurde collega had moeten staan, maar ik moet tot mijn schaamte bekennen dat ik die nauwelijks heb.

En zelfs deze opsomming zou ik waarschijnlijk beter kunnen deleten, want wie is er geholpen met mijn getob?

Misschien moet ik niet te veel verantwoording willen afleggen en me beperken tot het volgende: met het themanummer dat voor u ligt, hebben mijn collega’s en ik geprobeerd zo goed mogelijk ons werk te doen. En ons werk is dit, wat mij betreft: feiten achterhalen, onverbloemd benoemen en van alle kanten belichten, ongemakkelijke vragen durven stellen en waar nodig empathie tonen, recht doen aan de complexiteit van de werkelijkheid, mensen aan het woord laten die weten waarover ze praten en erkennen dat er binnen één groep verschillende opvattingen kunnen zijn, buiten bubbels en voorbij de dijken kijken, oog hebben voor de kracht van beeldvorming, ruimte bieden aan twijfel en voortschrijdend inzicht, en oplossingen aandragen.

Simpelweg ons werk doen is de belangrijkste bijdrage die we als journalisten aan de samenleving kunnen leveren, ook of zelfs júíst als het over racisme gaat. Vanzelfsprekend, zult u wellicht zeggen, maar dat is het helaas niet. Voor pijnlijke voorbeelden hoeft u heus niet alleen De T. open te slaan, mocht u dat denken, ook in deze krant en dit katern gaat het soms mis. Of we er deze week beter in zijn geslaagd, laat ik aan u.

In verschillende artikelen zijn we op zoek gegaan naar het antwoord op de vraag waarom juist nú wereldwijd de protesten zo hoog oplaaien en welke rol maatschappelijke verhoudingen , sociale media en beeldvorming daarin spelen. We analyseerden de harde cijfers over het gebrek aan diversiteit bij de politie, en vroegen experts naar geslaagde methoden om racisme en onderrepresentatie in de praktijk aan te pakken, binnen politiekorpsen, maar ook op andere plekken op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, het voetbal, de media en de politiek

Rapper Akwasi en advocaat Natacha Harlequin gingen met elkaar in gesprek over hoe het racismedebat het best kan worden gevoerd: met uitgestoken hand of gestrekt been. Volkskrant-redacteur Ianthe Sahadat onderzocht in een persoonlijk essay waarom de protesten zo hard bij haar binnenkomen. Ook stelden we een lijst samen met boeken, podcasts en documentaires voor lezers die zich verder in de materie willen verdiepen.

Sommigen van u zullen door dit themanummer wellicht bevestigd zien worden wat ze al wisten en vonden. Anderen zullen mogelijk aan het denken worden gezet en zich aangespoord voelen hun eigen racisme te bevragen of zich aan te sluiten bij een volgende demonstratie.

Vaststaat dat deze selectie van artikelen onvolledig en onvolmaakt is. Er valt nog heel veel meer over dit thema te zeggen, door heel veel anderen. U zult ongetwijfeld hiaten ontdekken en mogelijk ook fouten. Spreek ons daar vooral op aan, zoals u ons ook mag aanspreken op de samenstelling van onze redactie.

Ik kan u niet beloven dat we het dan de volgende dag al helemaal anders zullen doen. We beschikken nu eenmaal niet allemaal over de jaloersmakende wendbaarheid van Mark Rutte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden