opinie nederlandse cultuur

Spreek Nederlands met me, ook op tv en toneel

De Nederlandse identiteit steunt eerst en vooral op de taal; maak er dan ook film, tv en theater mee, betoogt Boris van der Ham, voorzitter van de Vereniging Vrije Theaterproducenten.

Scène uit de musical Soldaat van Oranje.

Wat vinden Nederlanders het meest bepalend voor hun gemeenschappelijke identiteit? Dat was het onderwerp van het rapport dat het Sociaal Cultureel Planbureau onlangs uitbracht. Met stip op één kwam uit het onderzoek: de Nederlandse taal. Dat is niet zo gek, iedereen in Nederland (ongeacht afkomst, opleiding of inkomen) is via de taal met elkaar verbonden. We praten en zingen erin, we lezen het nieuws en onze historie in het Nederlands en we vertellen elkaar er verhalen mee. Bovendien heeft onze taal iets exclusiefs: het Nederlands wordt op weinig andere plekken ter wereld gesproken.

Nederlands drama

Dat laatste maakt onze taal ook kwetsbaar. Omdat ons taalgebied relatief klein is, kan het snel worden overvleugeld door bijvoorbeeld het Engels. Dat is te merken in het dagelijks culturele leven. Engelstalige tv-series en films zijn in grote hoeveelheden aanwezig. In de Engelstalige landen worden forse investeringen gedaan, omdat men kan rekenen op een enorme afzetmarkt. Kleinere talen als het Nederlands hebben het lastiger bij die overmacht: investeringen in hoogwaardige cultuurvormen voor een groot publiek, zoals Nederlands drama, komen vaak niet van de grond.

Dat is om twee redenen jammer. Allereerst omdat daarmee ons meest gewaardeerde gemeenschappelijk cultuurgoed niet voldoende wordt benut. En ook omdat de verhalen over onze eigen geschiedenis en samenleving niet, of met veel te weinig middelen, worden verteld. De huidige discussie over het aanpassen van de bestaande historische canon is best nuttig, maar vooral een abstracte exercitie. Het is veel belangrijker dat we er in Nederland werk van maken om die ­canon tot leven te wekken. Veel Nederlanders zullen zich pas iets bij de Gouden Eeuw hebben kunnen voorstellen door de film Michiel de Ruyter en de 19de-eeuwse gebouwen van de Koloniën van Weldadigheid gingen voor veel mensen leven door de spektakelvoorstelling Het Pauperparadijs. Zoals de musical Soldaat van Oranje voor huidige generaties de Tweede Wereldoorlog invoelbaar maakt. Maar dit soort films, series en theaterproducties over onze eigen geschiedenis zijn peperduur en grote uitzonderingen. Terwijl we ons bij Netflix vergapen aan Engelstalige series over Britse en Amerikaanse historische gebeurtenissen, blijven onze ­eigen verhalen vaak op de plank liggen − en dus onbekend.

Zeker, de regering trekt royaal de beurs voor ons erfgoed, maar richt zich daarbij alleen op museale vormen en op het behoud van gebouwen. Maar als we onze verre en recente geschiedenis echt willen doorleven, inclusief de duistere kanten, dan moet ook fors worden geïnvesteerd in andere cultuurvormen om onze geschiedenis te ontsluiten.

Ook als het gaat over het Nederland van nu, is de ruimte voor verbeelding beperkt. Volkskrant-columnist Erdal Balci schreef onlangs in HP/de Tijd ware woorden over het gebrek aan toegankelijk vertelde hedendaagse verhalen in films en televisieseries. De regering zegt in haar recent gepubliceerde cultuurplannen weliswaar meer aandacht te willen voor onder meer ‘diversiteit’ en ‘street art’, zoals rapmuziek, maar wat is precies de bedoeling? Gevreesd moet worden dat dit soort beleidsaccenten weer beperkt blijven tot kleinschalige, karig gefinancierde projectjes.

Daarom is een mentaliteitsverandering nodig. In Amerika ging enkele jaren geleden de rap-musical Hamilton in première. Hamilton is behalve een van de populairste ook een zeer hooggewaardeerde theatervoorstelling en won zelfs de prestigieuze Pulitzerprijs. Daar gingen dus wel jaren aan ontwikkeling aan vooraf. In Nederland lijkt zo’n proces ondenkbaar. Omdat er nauwelijks geld is om zo’n nieuwe vorm en tekst te laten ‘rijpen’, en omdat er nog steeds wordt gedachte in termen van hoge en lage kunst. Dat hokjesdenken moet worden doorbroken.

Aparte fondsjes

Het gevaar van het cultuurbeleid is de strenge afbakening. Voor alles is een apart fondsje en ook de gesubsidieerde kunst wordt apart gehouden van de niet-gesubsidieerde. Nodig is een integrale visie. Als we meer Nederlanders willen bereiken, dan dienen oude en nieuwe verhalen aantrekkelijk te worden verteld. Er is meer tijd nodig voor de ontwikkeling van scripts en het testen van teksten. Laat Nederland daarbij naar Denemarken kijken, dat fors heeft geïnvesteerd in dramaseries en films in de eigen taal. En volg het voorbeeld van België waar een tax shelter bestaat voor theaterproducties van eigen bodem. Daarmee wordt de Nederlandse taal als pijler onder onze gemeenschappelijke identiteit versterkt en krijgen onze verhalen meer kracht.

Boris van der Ham is voorzitter van de Vereniging Vrije Theaterproducenten.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden