EssayDe klimaatschade van sport

Sport en klimaat gaan nog steeds niet hand in hand

Beeld Joren Joshua

Sport kan de invloedrijkste factor in het klimaatdebat worden. Maar voorlopig laten de voetballers, tennissers en autocoureurs nog diepe ecologische voetsporen achter, betoogt Iñaki Oñorbe Genovesi.

Het zal de meeste voetballiefhebbers die onlangs keken naar de topper tussen Atlético Madrid en Barcelona vast zijn ontgaan. De speciale badge op de shirts van scheidsrechter Lahoz en zijn assistenten. Hierop stond het symbool van Climate Neutral Now, de campagne waarmee de Verenigde Naties aandacht vragen voor de strijd tegen klimaatverandering. Een blijk van steun aan de onderhandelaars die dezer dagen bij de klimaattop in Madrid proberen de toekomst van onze aarde te redden.

Een mooi gebaar. Al zullen sommigen zich gelijk afvragen wat nou het nut was van deze symbolische actie. Waarom zouden we sport en klimaatverandering aan elkaar willen koppelen? Een vraag die men zich bijvoorbeeld bij Forest Green Rovers, de duurzaamste voetbalclub ter wereld en de eerste die door de VN als CO2-neutraal is erkend, niet eens meer stellen. Bij deze voetbalclub uit de Engelse League Two leveren ze namelijk al jaren inspanningen om de eigen impact op het milieu te beperken. Zo maakt Forest Green gebruik van hernieuwbare energie, serveert veganistisch eten aan spelers en fans en speelt de ploeg op een organisch veld, waarvoor geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt en wordt gemaaid door een robotmaaier op zonne-energie.

Kantelpunt

Overdreven? Niet als je bedenkt dat historisch gezien de ontwikkeling van voetbal en de klimaatverandering meer met elkaar van doen hebben dan op het eerste gezicht zou lijken. Neem de industriële revolutie die ertoe leidde dat werknemers zich ook gingen verenigen, voetbal-, rugby- en andere clubs oprichtten en de georganiseerde sport een flinke impuls kreeg. Maar deze sprong voorwaarts in de menselijke ontwikkeling bleek ook het kantelpunt in de geschiedenis waarop de CO2-niveaus gingen toenemen, ijskappen begonnen te smelten en de zeespiegel te stijgen.

Ander voorbeeld: de trend van globalisering en de groei van de burgerluchtvaart. Dankzij deze ontwikkelingen konden het WK voetbal en de Olympische Spelen uitgroeien tot mondiale sportfestijnen en alle uithoeken van de wereld ook sportief bereikt. Tegelijkertijd steeg de gemiddelde temperatuur op aarde en de CO2-concentratie in onze atmosfeer.

Voetbal, en sport meer in het algemeen, hebben dus hun kwalijke bijdrage geleverd aan de huidige klimaatcrisis. Wat verklaart waarom de VN via Sports for Climate Action ook de sportwereld heeft opgeroepen zijn aandeel te leveren aan het klimaatakkoord van Parijs.

Thialf

Nu is de exacte impact van sport op ons klimaat moeilijk te meten. Zo lijkt de NK afstanden eind december in het Thialfstadion, waarbij koelmachines op vol vermogen loeien, minder belastend voor het klimaat dan de CO2-voetafdruk van de Europa Leaguefinale tussen Chelsea en Arsenal eerder dit jaar in het verre ­Bakoe. Maar hoe zit het met het WK handbal dat nu in Japan in volle gang is en de recent gehouden Davis Cupfinale tennis in Madrid? Alle evenementen hebben, hoe je het wendt of keert, door de uitstoot van broeikasgassen van reizende sporters en fans en allerlei energieverbruik een impact op het klimaat.

Nu zien sportorganisaties dat in toenemende mate natuurlijk ook wel in. Sterker nog, ze beloven hun steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Als sport gezond is voor lichaam en geest, kan sport ook voor de planeet gezond zijn. Bovendien, zo wordt beweerd, heeft sport de potentie om de invloedrijkste factor in de klimaatdiscussie te worden. Invloedrijker dan wereldleiders, het bedrijfsleven of Greta Thunberg.

Miljoenen beoefenen sport, miljarden worden er door geboeid. Of, om de woorden van Ban Ki-moon, voormalig secretaris-generaal van de VN, te citeren: ‘Sport is een wereldtaal geworden, een gemeenschappelijke noemer die alle muren, alle barrières doorbreekt.’

Voortouw

Verrassend is het dus niet dat ook VN-klimaatchef Patricia Espinosa, herhaaldelijk heeft benadrukt dat sport het voortouw zou moeten nemen in de klimaatdiscussie. Populaire topsporters zouden geweldige ambassadeurs kunnen zijn om onze levensstijl aan te passen.

Maar wie goed luistert, hoort bar weinig sporters die waarschuwen voor de catastrofale effecten van de klimaatverandering. Voetbalsterren als Messi en Cristiano Ronaldo bewegen de massa’s voor zieke kinderen en de bouw van scholen. Tennisster Serena Williams is al jaren Goodwill Ambassador van Unicef. Onlangs maakten de Oranje-voetballers een ferm statement tegen racisme.

Een voorvechter voor het klimaat en het milieu? Slechts heel soms. En uit onverwachte hoek. Zoals Formule 1-coureur Lewis Hamilton. ‘Het uitsterven van het menselijke ras wordt steeds waarschijnlijker. We gebruiken te veel van onze grondstoffen. De wereld is een verziekte plek. Onze wereldleiders zijn niet op de hoogte of ze geven gewoon niet om het leefmilieu’, schreef de Britse wereldkampioen onlangs op sociale media. Hamilton kreeg er lof voor, maar ook veel kritiek. Want de Formule 1 is bij uitstek een erg vervuilende sport.

Groene stroom

Kun je als Formule 1-coureur wel geloofwaardig zijn als klimaatactivist? Als het om het om oplossingen gaat, is de autosport in elk geval op zoek. Met groene stroom, efficiëntere logistiek en schonere brandstof wil de Formule 1 in 2030 volledig CO2-neutraal zijn. Dat is beter dan voetbalbond Uefa, die jaarlijks mooie duurzaamheidsrapporten publiceert, maar toernooien steeds omvangrijker laat worden. Hoe meer wedstrijden, hoe groter immers de inkomsten uit de verkoop van televisierechten.

Bijna dertig jaar geleden telde de Europa Cup I 58 wedstrijden. Het huidige seizoen van het miljoenenbal omvat 212 duels. Dat zijn honderden vliegtuigen die fans kriskras door Europa vervoeren. Dat Ajax vorige maand voor zijn Champions Leagueduel per trein naar Lille reisde? Voor coach Ten Hag en de Ajacieden was dit ‘een efficiëntere en minder vermoeiende reis’ . Geen woord over het klimaat.

Intussen heeft klimaatverandering al een enorme invloed op sport wereldwijd. De effecten bepalen steeds meer waar, wanneer en hoe sport kan worden beoefend. Neem de steeds gangbaarder drinkpauzes tijdens voetbalwedstrijden of de ingevoerde ‘hittestress Index’ voor het welzijn van tennissers op de Australian Open.

Middernacht

Op de WK atletiek in Doha werd onder meer de marathon voor vrouwen om middernacht gestart om hardlopers uit de extreme hitte te houden. Volgend jaar wordt op de Spelen van Tokio de marathon verplaatst naar het koelere Sapporo. En ook skiërs, snowboarders en natuurschaatsers worden de dupe van smeltend ijs en verdwijnende sneeuw.

Kan het tij nog worden gekeerd? Dat zullen de onderhandelaars op de klimaattop in Madrid moeten uitvechten. Maar ook sportorganisaties en het IOC zullen serieuzer werk moeten maken van groen en klimaatneutraal. Dus evenementen organiseren dicht bij het openbaar vervoer, plastic afval verminderen, hernieuwbare energie gebruiken. Maar vooral: veel minder sportwedstrijden op de agenda zetten.

Alleen zo kan de impact van sport op het klimaat worden verzacht. Het alternatief: dat sporters en sportliefhebbers met lede ogen moeten toezien hoe ze steeds meer worden overgeleverd aan de genade van de elementen.

 Iñaki Oñorbe Genovesi is redacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden