Opinie

Spinoza vond de islam helemaal niet tolerant

Wat Jonathan Israel in Buitenhof vertelde over Spinoza is om drie redenen onjuist, schrijft Yoram Stein.

Beeld van Spinoza in Amsterdam, gemaakt door Nicolas Dings. Het citaat op de sokkel luidt: Het doel van de staat is de vrijheid. Beeld Martijn Beekman

Afgelopen zondag was de befaamde historicus Jonathan Israel in Buitenhof om te vertellen over Spinoza. Zo lang het ging over de zeventiende eeuw had ik geen bezwaar, maar toen hem gevraagd werd om iets te zeggen over het Nederland van nu fronsten mijn wenkbrauwen zich.

Volgens Israel is de islam niet het probleem, want de islam was lange tijd heel tolerant - veel toleranter dan het christendom. Het probleem zijn volgens zijn interpretatie van Spinoza 'religieuze gezagsdragers, niet een specifieke religie'. Welnu, dit is in drie opzichten onjuist.

Ten eerste: deze week sprak president Obama in zijn speech vanuit de Oval Office van het Witte Huis over het terrorisme van mensen zoals Farook en zijn vrouw Malik uit San Bernardino, Californië, die onder de invloed komen van een 'geperverteerde vorm van islam', dat wil zeggen, een vorm van islam die geweld en terreur vergoelijkt en zelfs heilig verklaart.

Het probleem met deze 'geperverteerde vorm van islam' is echter niet zozeer religieuze leiders, maar juist een gebrek aan religieuze leiders. Het gaat in deze gewelddadige religieuze stroming om fundamentalisme, een letterlijke lezing van de bronteksten en een terugkeer naar de bronnen van de religie - buiten het religieuze establishment om.

Reformatie

De radicale islam die nu zo van zich doet spreken, lijkt in dat opzicht veel meer op het protestantisme van de Reformatie, compleet met een beeldenstorm (zie wat de Taliban deden met de Boeddhabeelden of wat IS doet met de oeroude beelden uit Syrië) en met tal van 'kerk'-scheuringen (zoals bijvoorbeeld die van Islamitische Staat die zich afgescheiden heeft van Al Qaida).

Spinoza kampte in zijn tijd ook niet zozeer met het gevaar van religieuze autoriteiten die aangestuurd werden door een soort paus, maar met het gevaar van haatzaaiende predikers die in staat waren om de massa op te zwepen - juist tegen het officiële religieuze staatsgezag ( kerk en staat waren sterk versmolten) in.

Ten tweede stelde Spinoza, anders dan Israel het doet voorkomen, niet dat het probleem ligt bij religieuze gezagsdragers. Hij vond religieuze gezagsdragers onontbeerlijk. alleen moesten deze gezagsdragers worden aangesteld door - en onder de strikte controle staan van - de staat zelf. Spinoza schrijft hierover dat de staat 'het recht en de bevoegdheid heeft om het godsdienstige leven te besturen, zijn dienaren te benoemen, de grondslagen en de leer van de kerk te bepalen en vast te leggen, over de zeden en de daden van vroomheid te oordelen, iemand uit de kerk te stoten of daarin op te nemen en voor de armen te zorgen.' (Tractatus Theologico Politicus (TTP) hoofdstuk 19, paragraaf 15.)

Zelfs het uitspreken van de banvloek - het lot dat Spinoza zelf getroffen heeft - is dus een taak die Spinoza in de handen van de door de nationale overheden aangestuurde religieuze gezagsdragers legt!

Beter Paaps dan Turks

Ten derde is wat Israel zegt onjuist, omdat hij stelt dat de islam tolerant is. Spinoza dacht hier duidelijk anders over. Wat hij hierover schrijft in zijn brief aan Jacob Ostens is wat dat betreft veelzeggend.

Ostens had Spinoza de zeer kritische recensie van diens anoniem gepubliceerde Tractatus Theologico Politicus (TTP) door de cartesiaanse filosoof Lambertus van Velthuysen toegestuurd. Van Velthuysen stelde in deze recensie onder meer dat Spinoza met zijn filosofie niet langer kan stellen dat Mohammed een valse profeet was.

De reactie van Spinoza (Brief 43 uit 1671 in mijn eigen vertaling): 'Het is duidelijk dat Mohammed een bedrieger was, omdat hij de vrijheid volkomen heeft afgeschaft die wordt toegestaan door de universele religie die duidelijk wordt door zowel het natuurlijke als door het profetische licht, een vrijheid waarvan ik heb laten zien dat hij in het geheel moet worden toegestaan.'

Dat de islam een religie is die meer dan andere religies haaks staat op de vrijheid die Spinoza voorstaat, is een thema dat je meerdere keren in Spinoza's overgebleven werken ziet terugkeren.

Zo schrijft hij aan de tot het katholicisme bekeerde Alfred Burgh - een jongeman die eens tot zijn cirkel van vertrouwelingen behoorde, maar die zich later dus van Spinoza afkeerde en God, de Kerk en de Heilige Maagd omarmde - ook (Brief 76, december 1675, wederom in mijn eigen vertaling): 'De organisatie van de Roomse Kerk, die jij zo warm aanprijst, is, zo geef ik toe, fantastisch en strekt velen tot hun voordeel. Ik zou bijna denken dat er geen organisatie op aarde bestaat die beter is in het bedriegen van de mensen en het controleren van de geesten als er niet ook de organisatie van de Mohammedaanse Kerk zou zijn, die daar nog veel beter in is.'

Spinoza dacht dus - anders dan zijn tijdgenoten - dat het (althans voor vrijheidslievende lieden) beter was om Paaps dan om Turks te zijn.

Dergelijke passages vinden wij niet alleen in Spinoza's correspondentie, maar ook in de in 1670 gepubliceerde TTP zelf, want daar schrijft Spinoza in de Voorrede dat van alle volkeren die de eredienst van de religie met pracht en praal en met eerbied trachtten te omkleden 'de Turken (lees: de moslims) nog het meeste succes hebben gehad, doordat bij hen zelfs discussie voor een erge zonde geldt en zij op het oordeel van iedere enkeling met zoveel vooroordeel beslag leggen, dat er in de geest geen plaats meer blijft voor het gezonde verstand, zelfs niet om te twijfelen.' (TTP, Voorrede paragraaf 6)

Yoram Stein doceert filosofie en promoveert op Spinoza aan de Universiteit Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.