Speculaties over vrijspraak Wilders zijn voorbarig

Nu de strafzaak tegen Wilders met het vonnis van de rechtbank op 5 november zijn climax nadert, verdienen nog enige aspecten, die voor zover valt na te gaan onderbelicht zijn gebleven, nadere aandacht

In 2003 besliste de Hoge Raad in een mensenroofzaak dat de betrokken strafbepaling in overeenstemming met de huidige juridische en maatschappelijke realiteit, zowel in nationaal als in internationaal opzicht, ruim moet worden uitgelegd. Die ruime uitleg ging in die zaak zó ver dat tegen de wettekst in en tegen de bedoeling van de wetgever de strafrechtelijke aansprakelijkheid wegens mensenroof werd uitgebreid.
Kritisch
Het arrest werd in de vakpers uiterst kritisch ontvangen. Maar als de polsstok van de rechter zo lang is dat de huidige juridische en maatschappelijke realiteit in binnen- en buitenland bepalend zijn voor de interpretatie van een wettekst, dan rijst de vraag of deze criteria een ruime dan wel beperkte uitleg van het begrip aanzetten tot haat impliceren.
Een ruime uitleg lijkt voor de hand te liggen, aangezien het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in recente rechtspraak heeft benadrukt dat integratie van minderheden hoog op de juridische wensenlijst van het hof staat en potentieel beledigende uitlatingen van onder meer politici aan het adres van minderheden aan dat wenselijke kader op hun toelaatbaarheid getoetst moeten worden. De juridische realiteit in het buitenland is dat moedige rechters in België, Engeland en Frankrijk politici wegens aanzetten tot haat door middel van islamofobe uitingen van het Wilders-kaliber met de zegen van het Europese hof hebben veroordeeld. Het vereist moed om populaire politici strafrechtelijk te corrigeren en de hoon en toorn van hun achterban te trotseren.
Hakenkruis
Eenzelfde reflectie is te bespeuren in de uitspraak van de Hoge Raad van 21 september 2010 met betrekking tot een in stand gelaten veroordeling wegens groepsbelediging door een man die in zijn woning, maar wel zichtbaar voor de buitenwereld, een vlag met een hakenkruis had opgehangen. Zowel het gerechtshof in Den Haag als de Hoge Raad zagen daarin een groepsbelediging van joden, die op basis van artikel 137e van het Wetboek van Strafrecht strafbaar was.
Als we nu de term moslims in de uitspraken van Wilders vervangen door joden, dan zou met deze uitspraak van beide rechterlijke instanties het aanstaande vonnis van de rechtbank Amsterdam niet zo heel moeilijk te voorspellen zijn. Vooropgesteld uiteraard dat moslims en joden in het recht gelijk behandeld worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden