Sorry zeggen tegen 'troostmeisjes' blijft moeilijk

Kathleen Ferrier en Sylvia Yu Friedman pleiten voor een internationale conferentie in Den Haag over een vorm van excuses en genoegdoening aan troostmeisjes die 'voor eens en altijd' schoon schip maakt.

Zuid-Koreaanse demonstranten verzamelen zich tijdens een wekelijkse demonstratie tegen de Japanse regering bij een standbeeld van een "troostmeisje" in Seoul, 11 januari 2017. Circa tweehonderdduizend vrouwen, onder wie veel Koreanen, werden tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Japanse leger gedwongen te werken als seksslavinnen. Beeld epa

Een kopie van een klein bronzen standbeeld is de reden dat Japan op 6 januari zijn ambassadeur en consul in Zuid-Korea terugriep en de economische onderhandelingen met dat land opschortte (de Volkskrant, 6 januari). Het is het beeld van een troostmeisje, dat op 28 december geplaatst was nabij het Japanse consulaat in Busan. Dit was de druppel die de emmer van de toch al getergde Japanse leiders deed overlopen.

Er stond al zo'n beeld bij de Japanse ambassade in Seoul en eerder leidde een dergelijk monument in Australië ook al tot gedoe, toen een Japanse belangengroep de Australische Mensenrechten Commissie voor het gerecht daagde omdat er een beeld van een troostmeisje in een kerk geplaatst was. En nu, met het wegstemmen van president Park Geun-hye, komt ook de deal die zij achter gesloten deuren met Japan maakte voor financiële genoegdoening van voormalige troostmeisjes en hun families, onder druk te staan. Een boeddhistische monnik stak zichzelf op 8 januari in brand als daad van protest tegen deze overeenkomst. De betrokkenen zelf waren niet in de totstandkoming van de deal gekend. Hen gaat het in de eerste plaats niet om geld, maar om excuses en erkenning van wat hen is aangedaan.
Daaraan ontbreekt het nog steeds.

Schaamte

Datzelfde zegt Jan Ruff-O'Herne, die 19 jaar was toen ze gedwongen seksslavin werd van Japanse militairen, die in 1942 Indonesië waren binnen gevallen. Zij is een van de weinige overlevenden van de ongeveer 250 Nederlandse 'troostmeisjes', een eufemistische benaming voor seksslavinnen. In totaal zijn ongeveer 200 duizend meisjes, soms niet ouder dan elf jaar en afkomstig uit onder andere Indonesië, Korea, China, Vietnam en de Filippijnen, gedwongen troostmeisjes te worden. 'Veel is er gesproken over de ellende die vrouwen en meisjes meemaakten in de Jappenkampen', zegt Jan, 'maar nauwelijks over een van de meest schandalige schendingen van mensenrechten: het lot van de troostmeisjes.' Schaamte is een belangrijke reden daarvoor.

Jan is een van de vrouwen die aan het woord komen in 'Silenced No More: Voices of Comfort Women' (2015), geschreven door Sylvia Yu Friedman, die sinds 2001 onderzoek doet naar het verleden en heden van troostmeisjes. Uit de tientallen gesprekken blijkt dat het slachtoffers gaat om erkenning van wat gebeurd is en op grond daarvan om excuses. Er is geen tijd meer te verliezen, nu er nog maar een handjevol slachtoffers in leven is.

Er zijn wel acties ondernomen. Zo steunde Amnesty International in 2007 een tour waarbij slachtoffers hun verhaal konden doen in verschillende Europese steden. Het leverde een resolutie in het Europees Parlement op en in 2009 een motie in de Nederlandse Tweede Kamer. Beide politieke documenten roepen regeringen op druk uit te oefenen op Japan om excuses aan te bieden en met genoegdoening te komen.

In China zijn de afgelopen twee jaar in Shanghai en in Nanjing musea geopend die informatie geven over troostmeisjes. Er zijn maatschappelijke organisaties in Japan die het initiatief genomen hebben op persoonlijke titel excuses aan te bieden aan slachtoffers en hun families. Van grote betekenis, maar kleinschalig. Ondanks dit alles is van excuses als het begin van genoegdoening en het nemen van juridische verantwoordelijkheid nog geen sprake. Daar is meer voor nodig.

Elke week wordt er in Seoul gedemonstreerd voor eerherstel voor de zogenoemde "troostmeisjes" Beeld epa

Conferentie

Wij denken dat een internationale conferentie, bijvoorbeeld in vredesstad Den Haag, een oplossing zou kunnen bieden. Daarbij zouden zoveel mogelijk slachtoffers, hun (klein)kinderen en vertegenwoordigers van alle betrokken landen aanwezig moeten zijn. Regeringsvertegenwoordigers, mensenrechtenactivisten en onderzoekers zouden zich kunnen buigen over het opstellen van een praktische en oprechte vorm van excuses en genoegdoening, die voor eens en altijd schoon schip maakt en voor iedereen acceptabel is. Daartoe moeten proces en uitkomst van de onderhandelingen volkomen transparant zijn en zeker niet bedoeld om de Japanse regering en bevolking te schande te zetten of te veroordelen. Waar het om gaat is dat de wereld ziet dat fouten uit het verleden erkend moeten worden.

Dat zichtbaar maken heeft ook effect op het heden. Seksueel geweld tegen vrouwen en verkrachting als oorlogsinstrument zijn nog steeds aan de orde van de dag.

Marguerite Hamer, jarenlang vertrouwenspersoon voor Nederlandse troostmeisjes schreef in 2013 het boek 'Geknakte bloem', waarin zij negen Nederlandse troostmeisjes portretteert. De verhalen die Hamer verzamelde en waarop het boek gebaseerd is, zijn opgenomen in het archief van het NIOD. Daar mogen ze pas in 2078 publiek worden ingezien. Maar zo lang kunnen de voormalige troostmeisjes niet wachten op dat moeilijke woord "sorry".

Kathleen Ferrier, voormalig lid Tweede Kamer, woont en werkt in Hong Kong.
Sylvia Yu Friedman is Canadees journalist en schrijver in Hong Kong.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden