Column Functioneel design

Soms word je gewoon verliefd op een stoel. Op een kast die lawaai maakt of op een bijzettafel met een ananas als poot. Wat is ‘functioneel design’?

‘Functioneel design’ is het thema van dit nummer. Maar is design niet per definitie het tegenovergestelde van functioneel?

Beeld Anthony Burrill

Wat is een designbril? Dat is, laten we wel wezen, in de meeste gevallen een potsierlijke bril. Wat is een designtrui? Dat is op zijn minst een dúre trui, hoe hij er verder ook uitziet. Hij zal best twee mouwen hebben, een kleur en een voor- en achterpand, maar dat heeft elke trui, dat maakt het nog niet tot een designtrui. Ook een feit: een designtrui houdt je niet per se warmer dan een gewone trui. Als er iets is wat een designtrui kenmerkt, is het dat-ie niet louter functioneel is.

Een designhotel is dat ook niet. Een designhotel heeft loungebanken en je kunt er een cocktail bestellen aan de rooftop bar en in de lobby liggen glanzende koffietafelboeken met foto’s van alleen maar schoenen erin of met foto’s van lobby’s van andere designhotels. Aan het ontbijt krijg je granola in plaats van muesli. Een designhotel biedt meer dan bed, bad, brood, ook dingen die je helemaal niet hóéft.

‘Aansteldesign’ noemde iemand op de redactie dat toen we discussieerden over het thema van dit designnummer. Dat kwam zo: we wilden een special samenstellen met alleen maar functioneel design erin. Geen flamingovormige gieters, geen onmogelijke zitzakken, geen opgeleukte bijzettafels met een ananas als poot. Alleen maar ijzersterk ontworpen stoelen die een leven lang meegaan, ultieme pepermolens en onverwoestbare kinderbedden. Een nobel uitgangspunt in deze tijd van overconsumptie en klimaatverandering, nietwaar?

Maar toen barstte dus die discussie los. Want wat is functioneel design? ‘Elk design is in principe functioneel’, zei de één. ‘Want als het niet functioneert, is het kunst.’ Een ander bracht daar tegenin dat het voorvoegsel ‘design’ in veel gevallen juist betekent dat een ding per definitie níét (alleen maar) functioneel is, maar vooral ook duur en/of vermoeiend trendy (zie de -bijzettafel, de -trui en de -bril). Daarbij: onverwoestbare bedden en ijzersterke stoelen zijn er al genoeg op de wereld - elk nieuw model is in principe overbodig. Natuurlijk, er duiken nogal eens ontwerpers op die zeggen nu eindelijk de schoenenkast/leeslamp/citruspers op de markt te brengen die ze nergens konden vinden (‘Toen ben ik hem zelf maar gaan maken’), maar dat is een stukje storytelling, bedacht voor persberichten en in 99 procent van de gevallen behoorlijk erge flauwekul.

Nee, dan de designklassiekers op pagina 40 van dit nummer, op onze planning ferm aangeduid met de werktitel ‘klassiekers die we echt gebruiken’.

De Thonetstoel. De Pastoekast. Het Aurondebed van Auping. Die werden destijds niet ontworpen om leuk te wezen, maar om in een behoefte te voorzien. Ze overleven alle trends. Ze gaan elke verhuizing mee. Ze worden doorgegeven van generatie op generatie. Ze doen namelijk precies waarvoor ze zijn gemaakt: het leven een stukje aangenamer maken. Dát zijn de spullen die we bedoelen met functioneel design, in eerste instantie nuttig en óók nog mooi.

Toen viel de term ‘dweepdesign’ - want lees nou eens goed dat stukje over die Pastoekast, zei die ene broodnuchtere collega: dat kreng maakt zo’n lawaai dat de man van de eigenares hem niet in de woonkamer wil hebben, en hij vindt hem bovendien spuuglelijk. En neem de Rietveldstoel. Die werd toch echt vanuit zuivere motieven ontworpen – Gerrit Rietveld wilde met zijn eenvoudig te produceren stoel kwaliteitsproducten bereikbaar maken voor een breed publiek – maar lekker zit je er niet in.

Waarop we besloten dat dat tóch niet altijd uitmaakt. Soms word je gewoon verliefd op een stoel. Op een kast die lawaai maakt of op een rare bijzettafel met een ananas als poot. Soms val je zelfs op iets waarvan niet helemaal duidelijk is wat je ermee moet: een wankel krukje met hertenpoten uit een vintagezaak of twee kleden met schele ogen of behang dat naar banaan ruikt, zoals op pagina 22.

In een vorig designnummer interviewden we ontwerper Hella Jongerius, die duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan en wars is van flauwekul. Zij zei toen: ‘Natuurlijk, je kunt je afvragen waarom er wéér een nieuwe stoel moet komen. Tja, dat is dan toch de lol in mijn vak. Ik vind spullen maken leuk. Je kunt zeggen: jij spreekt jezelf lekker tegen. Ja, dat doe ik. Ik vind het fijn om niet altijd het braafste meisje van de klas te zijn.’

Klinkt dat al te makkelijk? Misschien. Maar als die nieuwe stoel, dat schele-ogenkleed of die flamingogieter nou eens een leven lang meegaan? Dan vallen ze wat ons betreft ruim onder de noemer functioneel design.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden