ColumnAleid Truijens

Soms werken antipestprogramma’s, en soms maken ze het erger

Richard doet ontzettend zijn best in zijn schooltuintje. Hij poot plantjes, waarvan hij over een tijdje armen vol bloemen zal plukken, voor zijn moeder. Misschien dat ze dan van hem zal houden. Maar de jongen met wie hij het tuintje deelt, bedelft de tere plantjes onder zand. Als Richard verschrikt protesteert, vertrappen zijn klasgenoten het tuintje. Het schoolhoofd zegt dat hij niet moet janken. Thuis bijt zijn moeder hem toe: ‘Jij kan ook nooit met andere kinderen spelen.’

Dat is waar Richard hevig naar verlangt, spelen met de anderen. Hij besluit dat hij zijn klasgenoten, ouders en onderwijzer zal verbazen. Hij weet dan wel niet wat ‘neuken’ is, hij kan wél de kapotte elektriseermachine die op school staat aan de praat krijgen. Zijn vader, onderwijzer, lacht hem uit met zijn kennis uit ‘boekjes’. Maar het lukt. Triomfantelijk demonstreert Richard het apparaat voor de klas. En dan verpest de onderwijzer de proef en de machine, door er een gloeilamp op aan te sluiten. Thuis geeft zijn moeder hem een pak slaag; hij bezorgt alleen maar last. ’s Avonds in bed voelt hij zich alsof hij ‘een glas limonade met een schep zout’ heeft gedronken. Ooit zal hij wraak nemen, zal hij keihard inbeuken op de ‘massieve solidariteit van de dommen’.

Ik kan dit verhaal, De elektriseermachine van Wimhurst van W.F.Hermans, nog steeds niet met droge ogen lezen, al is het de twintigste keer. De eigenzinnige, volstrekt originele Richard, die helaas gelooft dat je vriendjes maakt en liefde wint met topprestaties en briljante inzichten, is mijn lievelingspersonage.

De foto’s van de kleine Wim Hermans, Richards tweelingbroer, zijn hartverscheurend. Ze tonen een mollig, ouwelijk ventje met een groot hoofd, borende blik en neerwaarts gebogen mondhoeken, ingepakt in kleren die ook toen al uit de mode waren. Een kind dat genadeloos wordt gepest, dat zie je zo. Ook al klopt alles wat hij zegt, hij zal niemand verleiden. Als hij het woord neemt voor een interessante monoloog, liggen de jongens in een deuk en rollen de meisjes met hun ogen. Zo was het en zo zal het altijd zijn.

De beste literatuur voorspelt waarheden die jarenlang onderzoek kosten. Deze week promoveerde Tessa Kaufman aan de Rijksuniversiteit Groningen op een onderzoek naar antipestprogramma KiVa. Dat blijkt te werken bij het merendeel van de kinderen; zij worden niet of minder gepest. Maar bij 20 procent van de pestslachtoffers werkt het niet; zij zijn slechter af dan vóór het programma. Ze worden nog steeds gepest en zijn nog eenzamer; hun voormalige lotgenoten hebben het nu wél leuk. Zie je, het ligt aan hen. De averechtse gevolgen van de goede bedoelingen zijn altijd de pijnlijkste gevolgen.

Chronische pestslachtoffers, dat zijn de angstige, eenzelvige kinderen die moeilijk contact maken of afwijken van de norm. Die er anders uitzien, raar praten, altijd het verkeerde zeggen, te slim zijn, te dom of homo. Ze missen een antenne voor de groepsnormen. Het zijn de kleine Richards. En de grote, later op kantoor, die hun baas ergeren met hun betweterij en het niet hard genoeg lachen om grapjes. ‘Pesten’, zegt Kaufman, ‘is een natuurlijk groepsproces om een bepaalde sociale status te bemachtigen.’ Hoe wreed het ook klinkt, het is waar.

Dat wil niet zeggen dat scholen zich moeten neerleggen bij de wetten van de jungle. De bestrijding ervan, dat heet beschaving. Help pestslachtoffers individueel, zegt Kaufman, kijk niet alleen naar het groepsproces. Een goed advies, maar daar is moed voor nodig. Ook voor leerkrachten is ‘de groep’ een veilige plaats.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden